Tag Archives: Nederlandse bijdrage

Recensies: Het bochtenwerk van de opdrachtgever en Schaalsprongen in de opdracht

Van Edwin van Dieën Kreeg ik bijgaande eerste twee publicaties Het bochtenwerk van de opdrachtgever en Schaalsprongen in de opdracht uit de Kennedy-reeks over goed opdrachtgeverschap. Naar John F. Kennedy vernoemd omdat zijn moon speech (1962] symbool staat voor inspirerend leiderschap en dat kunnen we zien als een sleutelcompetentie van opdrachtgeverschap.

Het bochtenwerk van de opdrachtgever

9789082061611-480x600De eerste publicatie Het bochtenwerk van de opdrachtgever is geschreven door Herman Walta. Geen theorieboek, geen business roman maar een toneelstuk (sketch) over opdrachtgeverschap. Deze sketch is voor het eerst opgevoerd tijdens de IPMA Parade (2012).

In het stuk volgen we een wethouder Onderwijs die als opdrachtgever optreedt bij de bouw van een nieuwe basisschool. In vijf bedrijven krijgen we verschillende dilemma’s en keuzes voorgeschoteld en zien we de consequenties van de gemaakte keuzes waarbij de wethouder steeds verder uit de bocht vliegt. Hierbij staan de vijf bedrijven voor: het goede begin ofwel het besluit tot bouwen, ik ben goed dus ik ben gulzig, als u haast heeft, neem geen tijd, uit de bocht! En ten slotte nog verder uit de bocht.

Een korte leesbare en aansprekende tekst waarin duidelijk wordt dat een opdrachtgever een project kan maken of breken. Prima bruikbaar voor opdrachtgevers in spé die voor hun eerste opdracht staan.

Bestellen: Het bochtenwerk van een opdrachtgever

Schaalsprongen in de opdracht

9789082061628-480x600In het boek Schaalsprongen in de opdracht, geschreven door Edwin van Dieën, wordt een link gelegd met het Cynefin model van Snowdon waarbinnen de auteur verschillende vormen van opdrachtgeverschap positioneert. Daarnaast wordt ook het situationeel leidershapsmodel van Hersey en Blanchard binnen het Cynefin model geplot.

De auteur schetst de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer aan de hand van het zandloper-model. Informatiestromen lopen van boven (de opdrachtgever) naar beneden (de opdrachtnemer) en terug waarbij de opdrachtgever de ruis van boven filtert en de opdrachtnemer niet alle details naar boven stuurt. Dit model wordt vervolgens geprojecteerd in de kwadranten van Cynefin model:

  • Simpel (klus): Opdrachtgever rol is heel beperkt, de opdrachtnemer voert uit
  • Gecompliceerd: Opdrachtgever beslist over oplossing, opdrachtnemer stelt oplossing voor en realiseert
  • Complex: stuurgroep (coalitie) die de rol van opdrachtgever invult
  • Chaos: opdrachtgeverschap zal gedurende de looptijd van het project door verschillende (combinaties van) personen worden ingevuld

Persoonlijk had ik een andere keuze gemaakt met de positionering van opdrachtgeverschap waarbij ik de rol van opdrachtgever gedurende de looptijd van een project in principe bij één persoon houd. In het gecompliceerde domein passen aanpakken zoals PRINCE2 prima waarbij een stuurgroep uit opdrachtgever, sr gebruiker(s) en sr. Leverancier(s) bestaat. In het complexe domein kan je, je juist afvragen of een agile aanpak (experimenteren) met veel decentrale besluitvorming, dus kleine stuurgroep niet beter werkt. In het chaos domein zou ik nog steeds voor één opdrachtgever bijgestaan door anderen gaan, waarbij juist de opdrachtnemer in de tijd kan wisselen (eerst opdrachtnemer om de crisis te stoppen dan een andere opdrachtnemer om puin te ruimen en dan iemand om op te bouwen).

Het tweede gedeelte van het boek koppelt situationeel leiderschap van de opdrachtgever wederom aan de kwadranten van het Cynefin model.

  • Simpel: Delegeren
  • Gecompliceerd: hier passen we, in lijn met de situatie, de bijbehorende stijl van leiderschap toe
  • Complex: hier vragen we van de opdrachtgever om de vier verschillende leiderschap stijlen tegelijkertijd toe te passen
  • Chaos: hier stelt de auteur dat de assen van taakbekwaamheid en motivatie verder doorlopen

Ik vind de opsomming wat gezocht en snap de weergave van het model binnen chaos niet. M.i. kan je afhankelijk van de situatie aan de hand van het model van Hersey en Blanchard de bijbehorende leiderschapsstijl bepalen en naarmate het project complexer wordt zal je vaker binnen dat project als opdrachtgever een andere leiderschapsstijl moeten kiezen.

Kortom een mooie poging om opdrachtgeverschap en stijlen van leidinggeven te positioneren in het Cynefin model maar persoonlijk hecht ik meer waarde aan de wijze waarop besluitvorming tot stand komt binnen de vier kwadranten van het Cynefin model:

  • Simpel: waarnemen – categoriseren – reageren
  • Gecompliceerd: waarnemen – analyseren – reageren
  • Complex: uitproberen – waarnemen – reageren
  • Chaos: handelen – waarnemen – reageren

Neemt niet weg dat ik de Kennedy-reeks een mooi initiatief vind en ik hoop dat er nog vele interessante delen mogen verschijnen. Naar wat ik begrepen heb zullen mogelijke volgende publicaties ingaan op paradigma’s rond opdrachtgeverschap en talentontwikkeling bij opdrachtgevers.

Bestellen: Schaalsprongen in de opdracht

Advertisements

Recensie NR. 6 – 2019 Vakblad Projectmanagement

12985_vkbl_projectmng_6_cover_14Zojuist een sneak preview van het zesde nummer van het vakblad Projectmanagement van KWD Resultaatmanagement gehad. Je zal nog een paar weken moeten wachten voordat het in de bus ligt maar ook deze keer weer een ruim aanbod aan verschillende artikelen.

In het eerste artikel Psychologische valkuilen in grote IT-projecten belicht Arno Nuijten een viertal valkuilen die de projectmanager er toe kunnen zetten om risico’s te nemen: doelsubstitutie (Noot recensent: PRINCE2 was zo gek nog niet met haar principe continue zakelijke rechtvaardiging), zelfbevestiging, de meters op het dashboard sturen onze beslissingen (casino-gedrag, completion effect, noot recensent: ik noem dat het 90% syndroom. Het is bijna af en dat wordt week na week herhaald) en de laatste valkuil perceived control. Vervolgens wordt ingegaan op een onderzoek waarin een aantal hypothesen worden getest om te zien in hoeverre het uitmaakt of de waarschuwing wordt gegeven door iemand die gezien wordt als ‘partner’ of juist als tegenstander.

Het volgende artikel Samenhang in het bouwen is verdwenen, geschreven door Cok de Zwart gaat over zijn interview met architect Hans Ruijssenaars. Vroeger was je zowel architect als bouwmeester en dus ook projectmanager. Tegenwoordig worden alle rollen los van elkaar gecontracteerd en mag je als projectmanager dit alles aansturen zonder te beschikken over een samenhangende, vooraf overeengekomen visie.

Gerard Meijer, Kaj Wijnands en Peter Storm gaan in op de trends binnen en de impact op het vakgebied projectmanagement zoals die tijdens de 12e KWD Projectmanagement vakdag door deelnemers zijn besproken. In het artikel worden de 7 belangrijkste besproken met als top 3: verschuiving van waterval naar agile neemt verder toe, er zullen steeds meer mengvormen worden toegepast in de aanpak van projecten en als nummer 3 de business kant van projecten zal nog meer geïntegreerd worden met de IT-kant. Waarbij het artikel eindigt met een scenario waarbij AI de rol van de projectmanager overneemt.

In een volgend artikel, als eerste in een serie van vier, gaan Liesbeth Rijsdijk en Maike de Bot in op wicked vraagstukken die per definitie niet projectmatig kunnen worden aangepakt maar vragen om een multi-actor procesmanagementaanpak binnen een netwerksamenwerkingsstructuur. In dit artikel worden de kenmerken van wicked vraagstukken besproken en hoe deze kunnen variëren op de dimensies: grenzen overschrijdend, wederkerige afhankelijkheid, einddoel, invloed en context, informatie en belangen, maatschappelijke relevantie en benadering/aanpak. Middels het 4Emodel voor waarde creatie (Explore, Engaging, Elaboration, Evaluation) kan een overzicht gecreëerd worden van oorzaken, gevolgen, oplossingen, stakeholders, activiteiten en gecreëerde waarden.

In het artikel Integrated agile pleiten Saskia Giebels en George Miles voor een combinatie van nadenken vooraf en agile ontwikkelen. Beginnen met het vaststellen van een visie, vervolgens risico’s adresseren (technologie, financiën en businessmodel, kennis en middelen, stakeholders, propositie en wet en regelgeving) en daarna agile ontwikkelen. M.i. Gaan de auteurs soms wat kort door de bocht. Bij agile ontwikkeling hoort een product owner en de professionele product owner begint met een productvisie, verder is de voorgestelde combinatie precies wat we tegenkomen in methoden zoals PRINCE2 Agile en AgilePM.

Roeland Rustema gaat in zijn artikel Agile werken kan wringen in bestaande organisatie in op zijn onderzoek om de interactie tussen agile softwareontwikkeling en de organisatie daaromheen te begrijpen en wat een organisatie kan doen om agile softwareontwikkeling beter te faciliteren. De belangrijkste bevindingen zijn de besturing rond/boven het teamniveau, het begrijpen van agile en de tijd die een agile transitie kost.

Luuk Ketel en Peter Storm gaan opzoek naar de menselijke factor in risicomanagement in het gelijknamige artikel. Zij stellen dat risico’s niet in de technologie maar in menselijke en organisatorische zaken zitten, risico-inventarisaties met oogkleppen op worden uitgevoerd en teams leren te weinig. In projecten die ontsporen zien we dat meerdere vicieuze cirkels (van vertraging, van publiek schandaal) aan elkaar worden gekoppeld en elkaar versterken en het is dus zaak om aan de hand van systeem- en gedragsignalen dit vroegtijdig te onderkennen en daarop te acteren.

Uiteraard ontbreken de drie ‘projectfilosofen’ John Hermarij die de balans zoekt tussen ik en wij, Ben Berndt die het falend toezicht door Raden van Commissarissen aan de kaak stelt en Peter Storm die zich afvraagt of het nog wat wordt met de Chief Project Owner, niet?

Deze keer twee een boekrecensies. Een van Remmelt van der Wal over Projectstrategie, ritmes en routine en een van mijn hand over het boek Teams door het vuur en voorzien van een quick reference card.

Het vakblad biedt weer een veelheid aan verschillende artikelen. Als ik deze uitgave echter vergelijk met de eerdere nummers dan vind ik het praktisch toepasbare gehalte voor de projectmanager deze keer wat minder.

Geen abonnee maar wel belangstelling voor het blad, en ik kan het van harte aanbevelen, dan is het een kwestie van abonneren. Zie: KWD Resultaatmanagement.

Recensie: Wendbare strategie op één A4

9789089654311-480x600Ondertussen zijn al vele canvassen verschenen. In het boek Wendbare strategie op één A4 beschrijft Sjors van Leeuwen het wendbaarheidscanvas.

Het wendbaarheidscanvas is een hulpmiddel, denkmodel en ‘praatplaat’ om het begrip wendbaarheid handen en voeten te geven. De auteur geeft aan dat er geen voorgeschreven volgorde tussen de 11 bouwstenen van het canvas is. Via de bouwstenen externe gerichtheid, rolling strategy, innovatie, merk en klant vindt de afstemming met de continu veranderende omgeving plaats. quote (wendbare strategie op a4)De bouwstenen kompas, scope en leiderschap zorgen voor een heldere koers en slagvaardigheid. De bouwstenen businessmodel, werkorganisatie en technologie vormen de ‘motor’ van de organisatie, die snel en flexibel aangepast moet kunnen worden. Per bouwsteen krijgen we een uitgebreide toelichting, verschillende binnen de bouwsteen passende technieken en voorbeelden uit de praktijk. Ieder bouwsteenhoofdstuk sluit af met een samenvatting en een set canvasvragen die je helpen om de discussie te voeren. Binnen deze 11 bouwstenen krijg je in totaal 43 wendbaarheidsknoppen op basis waarvan je meer of minder wendbaar kan zijn.

Het wendbaarheidscanvas;wendbaarheidscanvas

De 11 bouwstenen:

  • Kompas: Waar gaan we heen en wie gaat mee. Visie, ambitie, waarden en een goed verhaal
  • Scope: Hoe groot is de transformatie-opdracht. Wat betekent wendbaarheid voor onze organisatie. De breedte, diepte en toegevoegde waarde van meer wendbaarheid op organisatie, portfolio en/of operationeel niveau
  • Leiderschap: Goed voorbeeld doet volgen. Van functies naar rollen, sturen op strategische doelen, prioriteiten stellen
  • Externe gerichtheid: Wat gebeurt er om ons heen. Snelheid van signaleren (reactietijd), de snelheid van reageren en beslissen (actietijd) en de vertaling van signalen (ontwikkelingen en trends) naar bruikbare inzichten en initiatieven?
  • Rolling strategy: Flexibel inspelen op veranderingen. Je kijkt vijf tot tien à twintig jaar vooruit (visie en ambities) en redeneert terug naar nu (huidige situatie), vervolgens bepaal je wat je op de korte en langere termijn wilt bereiken
  • Innovatie: gericht verbeteren en vernieuwen. De keuze voor open en klant gedreven innovatie, het omgaan met verbetering (exploitatie) én vernieuwing (exploratie) en de keuze voor first mover of fast follower
  • Businessmodel: Van strategie naar praktijk. Het aanpassingsvermogen van het businessmodel kun je versterken met netwerkstructuren, modulaire processen en continu verbeteren, maar je moet daarbij wel in control blijven
  • Werkorganisatie: Bevlogen teamwork vormt de basis. Om snel te kunnen handelen worden taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie belegd, en gedelegeerd naar resultaatgerichte en zelforganiserende eenheden die op een agile manier werken
  • Technologie: Design for agility. Een flexibele enterprise-architectuur met verschillende soorten businessapplicaties (backoffice-, frontoffice- en innovatieprocessen) en een plug-and-play infrastructuur op basis van standaardisatie, modularisatie en integratie
  • Merk & Klant: Win hart (emotie), hoofd (ratio) en routine (onbewuste). Hoe kan men verbeteren in love to buy, easy to remember en easy to buy)

Conclusie: Het boek maakt op een overzichtelijke wijze helder wat wendbaarheid inhoudt voor een organisatie en hoe je als organisatie meer wendbaar kan worden. De titel suggereert dat we op één A4 een wendbare strategie kunnen vastleggen en hanteert hiervoor het wendbaarheidscanvas. Het boek maakt dat wat mij betreft niet waar. Om het canvas te kunnen gebruiken had wat mij betreft de positionering van verschillende onderdelen op het canvas meer met elkaar in lijn gebracht of geclusterd kunnen worden. Ook had ik graag een paar ingevulde canvassen willen zien. Nu is het beschreven canvas niet meer dan opsomming van de 11 aandachtsgebieden en blijft onduidelijk wat er nu in het canvas ingevuld moet worden. Sterker nog, bij een aantal bouwstenen wordt weer verwezen naar werkwijzen waarbij een canvas, wederom omschreven als een hulpmiddel op één A4, voor die specifieke bouwsteen moet worden ingevuld (b.v. Waarde Propositie Canvas, Business Model Canvas).

Bestellen: Wendbare strategie op één A4

Recensie Projectmatig Werken in beeld (derde druk)

9789080287303-240x300Marco Derksen vroeg mij zijn derde herziene druk van zijn boek Projectmatig Werken in beeld te recenseren. Daar ik dit boek in maart 2016 al eens op mijn blog gerecenseerd had, heb ik die erbij gepakt. In mijn aanbeveling heb ik toen onder andere de volgende opmerking gemaakt: “Ben je op zoek naar een algemene introductie over projectmanagement dan is dit boekje te beperkt. In dit laatste geval ontkom je er niet aan om ook stil te staan bij onder andere toleranties, business cases en agile ontwikkelingen.” Ik ben benieuwd in hoeverre hier nu iets mee is gedaan?

Recensie van Projectmatig werken in beeld (derde herziene druk)

Projectmatig Werken in beeld van Marco Derksen is een vlot geschreven boekje waarin op een heldere, eenvoudige wijze de waterval methode Projectmatig Werken wordt uitgelegd.
Een boekje voor de beginnende projectmanager die op zoek is naar een simpele uitleg.

Het boekje is onderverdeeld in een tweetal blokken. Het eerste blok beschrijft de methode aan de hand van de volgende onderwerpen:

  • Het project in relatie tot noodzakelijk draagvlak;
  • Het interview als start van de initiatief fase;
  • De rechtvaardiging van een project of business case (toegevoegd t.o.v. de eerste druk);
  • De verschillende fasen waarin het project opgedeeld kan worden;
  • Projectdocumenten met daarin o.a. aanleiding, doel, resultaat, grenzen, haalbaarheid, risico’s, nevenaspecten en randvoorwaarden;
  • Projectomgeving;
  • Projectorganisatie en stuurgroep en daarbij de teamrollen van Belbin en teamvormingsfasen van Tuckman en situationeel leidinggeven;
  • Activiteitenlijst, mijlpalen, tijd, tijdlijn, netwerk- en balkenplanning;
  • Projectarchief.

Op vele plekken worden eenvoudige voorbeelden gegeven en regelmatig wordt een pakkende quote gegeven. In de bijbehorende video’s zie je de auteur onderwerpen vanuit Projectmatig Werken schematisch samenvatten.

Daarnaast heeft de auteur twee hoofdstukken toegevoegd waarin varianten van Projectmatig Werken worden beschreven en hoe de methode Projectmatig werken te borgen is. De auteur ziet PRINCE, IPMA, Scrum en Agile als varianten op Projectmatig Werken en licht dit kort toe. In het hoofdstuk borging wordt het belang van commitment van het (lijn)management, goed opdrachtgeverschap, erkenning en herkenning van kernposities, templates en intervisie bijeenkomsten.

qrc projectmatig werken (3e druk)Downloaden: QRC Projectmatig Werken (3e druk)

Het tweede blok biedt een aantal verdiepingen op de volgende terreinen:

  • Het smart formuleren van doelstellingen;
  • Bewust zijn van de Deming Circle;
  • Zoeken naar zuiver draagvlak;
  • Het effect van de duivelsdriehoek of vierkant;
  • Inbouwen van marge en speling en de relatie met het kritieke pad;
  • Effectief en efficiënt (goede dingen op de goede manier doen);
  • Van schatten, via ramen naar begroten;
  • Relatie tussen project- en de lijnorganisatie;
  • Omgaan met conflicten;
  • Organiseren van vergaderingen;
  • Typische valkuilen binnen de verschillende fasen.

Het verassende aan het boekje zijn een aantal QR-codes die je na scannen bij online tutorials (c.a. 30 videos) laat uitkomen. Tutorials waarin de auteur de betreffende leerstof uitlegt. Een voorbeeld:

Daarnaast is er een ondersteunende website http://www.projectmatigwerkeninbeeld.nl. Op deze site vind je tutorials, extra stof & tips en 30 kennisvragen inclusief proefexamen. De extra stof omvat:

  • 3-dimensionaal denken: verdiepen, verbreden en je perspectief wijzigen;
  • Stakeholderanalyse
  • Luisteren, samenvatten en doorvragen
  • Offerte tip
  • Contact tip
  • Business Case (beschikbaar zonder inloggen dus ook voor lezers van de eerste twee drukken)
  • Borging (beschikbaar zonder inloggen dus ook voor lezers van de eerste twee drukken)

Conclusie
Mijn conclusie bij de eerste druk staat nog steeds overeind. Als je begint als projectmanager en op zoek bent naar een eenvoudige, simpele en pragmatische uitleg van de waterval methode Projectmatig Werken dan is dit boekje zeker aan te bevelen. Ten opzichte van de eerste druk is het goed om te zien dat het gebruik van een business case is toegevoegd. Ook het hoofdstuk over borging is een prima aanvulling. Mijn commentaar dat bij een algemene introductie over projectmanagement je ook stil moet staan bij agile ontwikkelingen vind ik nog steeds onvoldoende aan bod komen.

Het is te kort door de bocht hoe de auteur Agile en Scrum omschrijft (en in de bijbehorende video toelicht). Hij beschrijft Scrum als het opknippen van een project in kleine stukjes die je aan het eind samenvoegt tot een geheel en een bord om de voortgang te volgen. Scrum is toch wel wat anders. Ook zou ik Agile zelf niet neerzetten als methode maar als een mindshift en IPMA biedt een competence baseline aan de hand waarvan projectmanagers op verschillende niveaus getoetst kunnen worden waarbij projectmanagers hun eigen gekozen projectmanagementmethode mogen gebruiken. IPMA zelf is geen projectmanagementmethode.

Bestellen: Projectmatig Werken in beeld

Recensie: Het Scrum modellenboek – 41 slimme tools & tips voor een betere én leukere sprint

9789024421794-480x600Rik van der Wardt heeft Het Scrum modellenboek – 41 slimme tools & tips voor een betere én leukere sprint geschreven waarmee beginnende Scrum teams een aantal praktische handvatten krijgen.

Zoals uit de titel al blijkt biedt het boek 41 modellen. Van ieder model krijgen we het doel uitgelegd, waarvoor het model gebruikt kan worden (in de vorm van een of meer user stries met Als … Wil ik … Zodat …), uitleg bij het model, vaak een verwijzing om verder te lezen en afhankelijk van het model een praktijkvoorbeeld of een oefening.

Het boek begint met een aantal algemene modellen zoals de waarde proposities van Scrum, het agile manifest, je strategie scrummen, alignment en autonomie. Verderop in het boek nog een aantal algemene modellen waaronder het Cynefin-model, organiseren voor intrinsieke motivatie, hoe ontstaat vertrouwen, management 3.0, Scrum opschalen met Nexus, PDCA als basis voor kwaliteit, het progressieprincipe in Scrum, Theorie X en Y en waarom starten we met Scrum.

Voor de product owner draagt de auteur de volgende modellen aan: planning in Scrum, DEEP product backlog-management, persona’s, productvisie en user stories: de 3 C’s en INVEST. Ook de scrum master kan putten uit een aantal modellen zoals het belang van feedback, GROW-coaching, leerstijlen van Kolb, uitdagingen in teamwork volgens Lencioni, rekentool voor de duur van Scrum meetings, situationeel leiderschap, SOAR (strengths, opportunities, aspirations, results), state of mind model, groepsinterventies en hoe ontwikkelt een Scrum team zich. Als lid van een ontwikkelteam kan je kijken naar de modellen teamrollen volgens Belbin, flow-ervaring en T-shaped mensen. Stakeholdermanagement wordt gerubriceerd onder stakeholders.

Het boek biedt bruikbare praktische checklists voor de sprint planning, de daily Scrum, de sprint review en de sprint retrospective. Daarnaast ter ondersteuning van de sprint planning het plannen in Scrum. Tenslotte een aantal modellen om de kwaliteit van de sprint retrospective te verhogen waaronder het Johari-venster, Karasek (waarom Scrum uitdagend en motiverend is), reflexiviteit van het team en het Scrumteam zelfassessment.

Conclusie: Een veelheid aan modellen waarbij de meeste modellen praktisch en direct toepasbaar zijn voor een beginnend Scrum team. Op de achterflap wordt gesproken van een complete verzameling van Scrum modellen en tips en trucs. Persoonlijk had ik ook aandacht besteed aan het ‘nee’ zeggen door de product owner, het slicen of opdelen in kleinere user stories en wellicht een hoofdstuk over flow, pull en velocity in het ontwikkelteam. Wellicht hadden een paar modellen die als algemeen worden aangeduid dan achterwege gelaten kunnen worden omdat hier een beginnend Scrum team nog niet op zit te wachten. Bijvoorbeeld je strategie scrummen, het Cynefin-model of Nexus.

Ik heb niet kunnen ontdekken of er een logische volgorde in de hoofdstukken zit en dat doet me denken aan de Argentijnse schrijver Julio Cortázar. Hij heeft o.a. het boek Rayuela, een hinkelspel geschreven. Dit boek kan van kaft tot kaft gelezen worden maar de hoofdstukken kunnen ook kriskras door elkaar gelezen worden waarbij aan het eind van ieder hoofdstuk een verwijzing staat naar het volgende te lezen hoofdstuk. In het Scrum modellenboek geeft de auteur aan dat de meeste mensen dit boek per rol of per meeting gebruiken om te zien welke modellen toepasbaar zijn. Als je dit als auteur uitspreekt dan is het geboden plaatje in de inleiding m.i. onvoldoende. Ik heb een leeswijzer toegevoegd waarmee het voor de lezer makkelijker wordt om te kiezen waarbij de insteek algemeen, je rol (PO, SM, Ontwikkelteam) of wanneer (sprint planning, daily Scrum, Sprint review, sprint retrospective, refinement). Een model kan dan op meerdere plekken bruikbaar zijn (zowel binnen een rol als bij een meeting). De ingekleurde velden geven de keuze van de auteur weer, de X’en op een niet ingekleurd veld betreffen mijn eigen mening.

Bestellen: Het Scrum modellenboek

Scrum modellenboek leeswijzerDownloaden: Het Scrum Modellenboek (cross reference tabel, 181215) v1.0

Recensie: Leiderschap van de programmamanager – Hoe jij het verschil maakt in doelgerichte opgaven

9789462762831-480x600Vorige week ben ik bij de inspirerende boeklancering van het boek Leiderschap van de programmamanager – Hoe jij het verschil maakt in doelgerichte opgaven geweest. Björn Prevaas, een van de schrijvers naast Jo Bos en Helmuth Stoop, had mij gevraagd een recensie te schrijven. Een boek recenseren van een aantal bevlogen programmamanager experts kan ik uiteraard niet weigeren, maar ook zonder de vraag had ik deze recensie geschreven.

Met 400 pagina’s is het een stevig boek geworden dat bestaat uit twee delen. In het eerste kleine deel krijgen we perspectieven op programmamanagement, de programmamanager en leiderschap. Het tweede deel gaat in op 14 thema’s voor het leiderschap van de programmamanager.

In deel I laten de auteurs zien dat programma’s passen bij deze tijd van snelle veranderingen, ook wel de VUCA-wereld genoemd. Verschillende programmabenaderingen zoals Werken Aan Programma’s (WAP), Managing Successful Programmes (MSP), Standard for Program Management (SfPM) en Programmatisch Creëren (PgMC) passeren kort de revue. De schrijvers hebben hun programma-aanpak gebaseerd op zeven principes:

  • Aansluiten op de strategie van de organisatie
  • Werken vanuit een inspirerende visie en doelen
  • Eigenaarschap en bezieling bij mensen aanboren
  • Onderkennen dat meerdere wegen naar Rome leiden
  • Veranderingen omarmen en leren van ervaringen
  • Je plek als programma en programmamanager kennen
  • De aanpak per opgave op maat maken

We krijgen de vier grondvormen voor programmaorganisatie uitgelegd, zijnde de coördinatievorm, regievorm, realisatievorm en zelfstandige vorm. Waarbij de invloed van permanente organisaties steeds verder afneemt en de invloed van de programmaorganisatie steeds meer toeneemt. Hier wordt vervolgens de rol van de programmamanager overheen gelegd zodat we, in dezelfde volgorde, de rollen programmacoördinator, programmaregisseur, programmaleider en programmadirecteur krijgen.

Tenslotte komen in dit deel verschillende typen leiderschap aan bod zoals directief, dwingend, autoritair en autocratisch leiderschap, inspirerend, visionair, gezaghebbend, charismatisch en toonaangevend leiderschap, affiliatief, relationeel, mensgericht, samenbindend en coachend leiderschap, democratisch, participatief, systemisch, collectief, gedeeld, gedistribueerd en gespreid leiderschap, ethisch, authentiek, dienend- en spriritueel leiderschap en tenslotte transactioneel en transformationeel leiderschap.

Deel II brengt ons middels 14 thema’s (gevisualiseerd door de 14 mooie foto’s op de voorkant) stap voor stap dichter bij de persoonlijkheid van de programmamanager – de mens achter de rol.

Ieder thema en ook hoofdstuk begint met zo’n foto (saillant detail: als je de pagina omslaat krijg je dezelfde foto maar dan in spiegelbeeld, alsof je er doorheen kijkt).

Leiderschap van de programmamanager

Per thema bespreken de schrijvers wat dat thema inhoudt en hoe het zich verhoudt tot jouw rol als programmamanager. Ze komen met theoretische kaders, hun eigen visie en met op het thema gerichte methoden, instrumenten, tabellen en technieken. Een paar voorbeelden: De ijsberg van McClelland, Insights Discovery, Programme Model You Canvas, Cynefin-model, Berenschot Strategische Dialoog, Pecha Kucha, de vierkante meter moed, kijkglas voor een succesvolle samenwerking, Program Canvas, opgavegericht teamleren, persoonlijkheidspatronen en schaduwkanten (kernkwadranten), et cetera.

De 14 thema’s die besproken worden zijn:

  • Kleur bekennen: Investeren in je zelfinzicht, je niche en je professionele identiteit
  • Je inleven in de situatie: De match zoeken tussen wat nodig is en wat je kunt brengen
  • Werken vanuit een visie: Zin creëren voor het programma en de betrokkenen
  • Dienstbaar handelen: Dienend zijn aan de opgave, de mensen en de organisatie
  • Moed en kwetsbaarheid tonen: Op kritieke momenten naar voren stappen en doen wat nodig is
  • Mensen en belangen verbinden: Vanuit oprechte interesse en in dialoog werken aan wederzijds voordeel
  • Omgaan met macht en gezag: Jezelf verhouden tot de macht om je heen en ontwikkelen van je gezag
  • Bouwen aan vertrouwen: Ontwikkelen van vertrouwen als levensader van het programma
  • Je integriteit onderhouden: Zorgen dat de betrokkenen zich netjes gedragen
  • Eigenaarschap creëren: Werken aan de condities waaronder mensen verantwoordelijkheid nemen
  • Jezelf en anderen ontwikkelen: Het programma zien als motor voor ontwikkeling van mens en organisatie
  • Vitaal zijn en voor jezelf zorgen: Op vier dimensies werken aan je fitheid, vitaliteit en veerkracht
  • Weerstand, spanning en conflict hanteren: Onderzoeken hoe te handelen als het anders loopt dan je wilt
  • Je schaduwkant (h)erkennen: Je bewust zijn van je keerzijdes, je ego en je imperfectie.

Ieder hoofdstuk of thema bevat een of meer quotes van collega programmamanagers die de auteurs twee jaar terug geïnterviewd hebben over hun rol en leiderschap. Deze interviews resulteerden in 17 mooie portretten van programmamanagers en hebben mede de thema’s bepaald (de portretten zijn terug te vinden zijn op de site www.leiderschapvandeprogrammamanager.nl). Aan het eind van ieder thema krijgen we een reflectie voor het leiderschap van de programmamanager en een vijftal reflectievragen waar jezelf mee aan de gang kan (moet) gaan.

Aansluitend krijgen we een intermezzo waarin een verdieping gegeven wordt op het voorgaande hoofdstuk middels werkvormen, een uitgewerkte theorie of model en vaak een handige tabel of een verwijzing naar een online test om een specifiek aspect bij jezelf te onderzoeken. Een paar voorbeelden: je eigen machtsbehoefte of machiavellisme onderzoeken, het trust model, ijkpunten voor de integere manager, opvattingen over engagement en motivatie, leervoorkeuren en interactie, vitaliteitscheck, et cetera.

Conclusie: Een standaardwerk voor de programmamanager en te hanteren naast de meer technische beschrijving van een programmamanagement methode en uiteindelijk veel waardevoller voor de programmamanager. Het is, zoals gezegd, een dikke pil van 400 bladzijden maar het boek is goed opgemaakt en leest vlot weg. Is het compleet? Moeilijk te beantwoorden maar binnen de clustering van 14 thema’s krijgen we een schat aan theoretische kaders, methoden, instrumenten, tabellen, technieken, werkvormen en testen om daarmee wel een heel compleet plaatje van jezelf en je programma neer te zetten. Uiteindelijk heb ik, na lang zoeken, nog een kleinigheid gevonden. Wellicht had binnen het thema integriteit een verwijzing naar de Codes of Ethics and Professional Conduct van zowel PMI als IPMA op zijn plaats geweest (iets voor het PGM Open Netwerk?).

Voor mijzelf daarnaast ook een mooie aanleiding om bij mijn meer op de technische competenties gerichte MSP-trainingen aandacht aan het leiderschap van de programmamanager te besteden. De 14 thema’s zijn een mooie bron voor verdiepende discussies met de cursisten! Kortom een must voor de programmamanager!

Bestellen: Leiderschap van de programmamanager

 

Recensie: Agile

9789462762770-480x600Tijdens de laatste vakdag van KWD Resultaatmanagement sprak ik Rini en hij liet vol trots, en terecht, een geprint exemplaar van zijn nieuwe boek zien. Ook liet hij mij zien dat hij in zijn nieuwe boek drie van mijn boeken aanbeveelt als je meer over agile wilt lezen. Waarvoor uiteraard dank. Tijdens de vakdag gaf Rini een inspirerend betoog over duikboten en dolfijnen als metafoor voor agile werken. En als ik de geëmbosseerde dolfijn op de voorkant van het boek zie staan dan kan het niet anders dat ik het inspirerende betoog terug ga vinden!

In 20 hoofdstukken laat Rini je zien dat agile een mindset is die makkelijk te begrijpen is, maar in het begin erg lastig is om toe te passen.

  • agile dolfijnin het waarom, wat wanneer en hoe van agile komen we al direct de mooie duikboot-dolfijn metafoor tegen. Verder een aantal conceptuele denkfouten die agile oplost. Agile is een mindset uitgewerkt in 4 waarden en gedefinieerd door 12 principes en praktisch gemaakt in tientallen aanpakken (n.b. zie mijn boek Scaling agile in organisaties) en geïmplementeerd via oneindig veel practices. Tenslotte krijgen we aan de hand van de Stacey matrix inzicht wanneer je beter wel of juist niet agile werken moet hanteren (n.b. vergelijk het Cynefin model van Snowden)
  • Gaat het de juiste kant op biedt zeven vragen om te kijken hoe agile men is en daarnaast het nut van metrieken zoals velocity, happiness, waarde, energie, productiviteit en focus
  • In wendbaar door afmaken krijgen we zes praktijkmaatregelen om het werk sneller te maken: stel afmaken centraal, opknippen en losmaken, veel en kleine releases, alles automatiseren, volstrekte onafhankelijkheid en meet impact en opbrengsten.
  • In gevaren van agile krijgen we er acht voorgespiegeld waaronder agile werken is moeilijker dan het lijkt en de eisen aan een product owner zijn onrealistisch. Ook worden zeven misvattingen over agile uitgewerkt zoals bijvoorbeeld documentatie is bij agile niet meer nodig en agile teams hebben geen management nodig
  • In scrum of agile? wordt Scrum beschreven
  • Is agile haastwerk? geeft zeven redenen waarom agile juist kwaliteit afdwingt: ritme en regelmaat, kwaliteit is expliciet en staat vast, continu leerproces, waarde als stuurinstrument, geen grote projecten meer, automatisering van kwaliteit en autonome teams. Verder legt de auteur het belang van de Definition of Done uit
  • Agile transformaties biedt acht in de praktijk ruimschoots bewezen stappen: voer een initieel assessment uit, formuleer het waarom en de urgentie, werk een blueprint uit, bepaal de veranderstrategie, maak een transformatie-roadmap, voer de roadmap iteratief uit in sprints, meet en reviseer de roadmap en als laatste stap integreer via governance en cultuur
  • In valkuilen van agile transformaties worden zeven valkuilen beschreven waaronder het niet onderkennen van het belang van een nieuw ritme, angst om fouten te maken en alleen aandacht geven aan het proces
  • Agile cultuur biedt zeven maatregelen om een agile cultuur te bewerkstelligen: focus op het waarom, verander de context, stel zelfmanagende teams centraal, maak cultuur expliciet, wees zelf de cultuur, werk volgens een vast ritme en stimuleer dienend leiderschap. En maakt het meetbaar aan de hand van een aantal stellingen
  • Agile leiderschap gaat over het eigenaarsmodel met de twee dimensies vrijheid en volwassenheid en zeven stappen om een eigen eigenaarschap-model te maken. Ook vinden we hier een samenvatting van Rini’s businessroman De Bijenherder.
  • In agile besturing en structuur zeven maatregelen of aanbevelingen om te komen tot een agile governance zoals het werken met vast teams en het plannen van werk i.p.v. de mensen. Verder krijgen we hier een aantal voorbeelden van rigoureuze governance-aanpassingen zoals het stoppen met uren schrijven en het opsplitsen in minibedrijven (vgl. de cel-filosofie van Eckart Wintzen)
  • Product owner valkuilen presenteert negen valkuilen zoals het erbij doen, mandaat veronderstellen en op alles ja zeggen. Verder zeven zaken waarmee succesvolle product owners zich onderscheiden van een hun minder succesvolle collega’s zoals het op vele manieren nee kunnen zeggen (in febr. 2019 verschijnt 50 tinten nee – Effectief stakeholdermanagement voor de Product Owner door Robbin Schuurman en Willem Vermaak)
  • Kwaliteit door autonomie licht zeven maatregelen toe om kwaliteit bij agile te verhogen zoals alle kwaliteitschecks automatiseren en afhankelijkheid van externe partijen wegnemen
  • Hyper productieve agile teams beschrijft zowel vier randvoorwaarden voor hyperproductiviteit als zes manieren om agile teams hyper productief te maken
  • In agile op grote schaal komen zeven aandachtspunten voor het schalen van agile naar voren en een toelichting op SAFe. In het aansluitende hoofdstuk wordt de SAFe PI planning en de bijbehorende voorbereiding in zeven stappen beschreven.
  • Agile opdrachtgeverschap biedt acht vragen over agile opdrachtgeverschap en negen kenmerken van de ideale aanbesteding. Aansluitend komt de vraag naar voren of agile ook fixed-price kan zijn en vier bijbehorende maatregelen voor fixed-price agile
  • Automatiseren van herhalend werk beschrijft een aanpak en zes tips voor continuous delivery
  • Het laatste hoofdstuk beschrijft agile schatten en planning poker.

Conclusie: Fraai opgemaakt, rustige zachte kleuren en mooie foto’s. Agile is een mindset en dat spat van de pagina’s af! Het boek is doorspekt met opsommingen van valkuilen, stappenplannen, denkfouten, redenen randvoorwaarden en gevaren die de praktische toepasbaarheid van dit boek enorm verhogen. De beschrijvingen van cases bij bol.com, ANWB en Eneco consumenten helpen hierbij. Sta je aan de vooravond van een agile transitie dan is het een perfect boek om door alle betrokkenen te worden gelezen. Uiteraard ook prima geschikt om kennis te nemen van de agile mindset.

Ook leuk de QR codes aan het begin van ieder hoofdstuk (verder geen toelichting erop, of ik moet die gemist hebben, dus iets voor de nieuwsgierigen onder ons, uitproberen en dan … Hoe agile wil je het hebben. Zie onderaan twee voorbeelden).

Is er dan niets op aan te merken? Wellicht wat kleine puntjes. Het zijn nu 20 hoofdstukken waarbij de volgorde niet altijd logisch is. Wellicht had een clustering in een aantal thema’s de leesbaarheid of toegankelijkheid vergroot. Denk hierbij aan introductie agile, agile in teams en agile in organisaties. Ook vind ik dat de scrum master en agile coach onderbelicht is.

Ik kom in veel boeken over agile en ook in dit boek, in mijn optiek onjuiste, beschrijvingen van een MVP tegen. Wat meestal bedoeld wordt is een MMP. Een minimal marketable product. Een MVP is een minimale inspanning waarmee een hypothese getest kan worden en hoeft dus geen gereed en levensvatbaar product te zijn. De MVP voor de app Dropbox bestond bijvoorbeeld uit een paar powerpoint slides.

Maar los van deze paar kanttekeningen, zeg ik aanschaffen en lezen dit Agile koffietafelboek!

Bestellen: Agile

Het waarom, wat wanneer en hoe van agile(H1):

Agile cultuur (H1):