Tag Archives: Nederlandse bijdrage

Recensie Projectmanagement op basis van PRINCE2 Editie 2017

9789401802772-480x600Bert Hedeman, Gabor Vis van Heemst en Hans Fredriksz hebben hun, door trainingsorganisaties veel gebruikte boek Projectmanagement op basis van PRINCE2 geheel herschreven om daarmee in lijn te zijn met de nieuwe editie van PRINCE2 als vervanger van PRINCE2 editie 2009.

Medio 2018 komen de eerste Nederlandstalige PRINCE2 Foundation en Practitioner examens beschikbaar en dan is dit boek een welkome aanvulling op de geboden trainingen om te kunnen slagen voor het examen.

Het boek is nu in vier herkenbare delen uitgewerkt, waarbij het laatste deel nieuw is ten opzichte van de vorige druk:

  • Deel I Introductie
  • Deel II Thema’s
  • Deel III Processen
  • Deel IV Op maat maken

De Introductie geeft een inleiding op projectmanagement en op PRINCE2 en er wordt uitgebreid ingaan op de zeven principes (niet veranderd ten opzichte van editie 2009):

  • Voortdurende zakelijke rechtvaardiging
  • Leren van ervaring
  • Gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden
  • Managen per fase
  • Managen ‘by exception’
  • Productgerichte aanpak
  • Op maat maken voor de projectomgeving

De zeven PRINCE2-thema’s, met daarin de aspecten van projectmanagement die continu en integraal moeten worden beheerst, worden uitgebreid beschreven.  Ieder thema wordt in een afzonderlijk hoofdstuk behandeld waarbij ingegaan wordt op het doel, kernbegrippen, te gebruiken technieken en per rol de bijbehorende verantwoordelijkheden. Ten opzichte van de editie 2009 wordt nu ook ingegaan welke aspecten minimaal moeten worden meegenomen in een PRINCE2-project en hoe het thema effectief kan worden toegepast bij kleine, agile, commerciële, wet- en regelgeving en overheidsprojecten. Achtereenvolgens krijgen we de volgende thema’s:

  • Business case: Waarom?
  • Organisatie: Wie?
  • Kwaliteit: Wat?
  • Plannen: Hoe, hoeveel, wanneer?
  • Risico: Wat indien?
  • Wijziging: Wat is de impact?
  • Voortgang: Waar staan we nu? Wat is de prognose?

Verschillen tussen de 2009 en 2017 editie:

Editie 2009 Editie 2017
Bedrijfs- of programmamanagement lijn- of programmamanagement of de klant
Batenreviewplan benefitsmanagementaanpak
Risicomanagementstrategie risicomanagementaanpak
Kwaliteitsmanagementstrategie kwaliteitsmanagementaanpak
Configuratiemanagementstrategie wijzigingsmanagementaanpak

Deel III gaat in op de processen. Per proces wordt ingezoomd op de doelstellingen, de context, de procesbeschrijving en een overzicht van de onderliggende activiteiten. Ten opzichte van de editie 2009 wordt nu ook ingegaan op het op maat maken bij kleine, agile en commerciële projecten en projecten binnen een programma. De volgende zeven processen worden behandeld:

  • Opstarten van een project: Formuleren van de projectopdracht
  • Sturen van een project: De activiteiten van de stuurgroep
  • Initiëren van een project: Uitwerken van de projectopdracht
  • Beheersen van een fase: Uitvoeren van de projectopdracht
  • Managen productoplevering: De activiteiten van de teammanagers
  • Managen van een faseovergang: Voorbereiden van de besluitvorming
  • Afsluiten van een project: Opleveren van het projectresultaat

P2 QRC (Produktmodel NL, 180222) v1.0Downloaden: P2 QRC (Produktmodel NL, 180222) v1.0

Het laatste deel gaat in op het op maat maken van PRINCE2 voor een individueel project en het verankeren van PRINCE2 in een organisatie. Het verankeren is nieuw ten opzichte van de 2009 editie. Bij het op maat maken wordt ingegaan op projecten in de private of publieke sector, haalbaarheids-, agile, commerciële en multi-organisatieprojecten en projecten in een programma. Verder wordt projectvolwassenheid en het P3M3-model kort besproken.

In de bijlagen vinden we een opzet van alle managementproducten, de rollen en verantwoordelijkheden, een voorbeeld van een productgerichte planning en een projectthermometer en tenslotte een begrippen- en vertaallijst. In de 2017 editie zijn vier producten niet in ieder project noodzakelijk: configuratie-item-record, leerpuntenrapport, productstatusoverzicht en het dagelijks logboek.

Conclusie: Wil je je voorbereiden voor het Nederlandstalige PRINCE2 Foundation of Practitioner examen of wil je een goed beeld vormen van PRINCE2 dan is dit volledig herschreven en goed leesbare boek aan te bevelen. Volgende week wordt een bijbehorende website www.P2foryou.nl operationeel waarop ook de projectthermometer, begrippenlijst en vertaallijst beschikbaar komen.

Bestellen: Projectmanagement op basis van PRINCE2 Editie 2017

Advertisements

Recensie: Vakblad Projectmanagement nr. 3

Schermafdruk 2018-02-02 19.51.16En daar is de derde editie van het Vakblad Projectmanagement van KWD Resultaatmanagement alweer. Acht artikelen en vier columns die je prikkelen en die je inzicht en handvatten geven om je verder te ontwikkelen als projectmanager.

Wat mij betreft zijn gedragscompetenties en vaardigheden van projectmanagers de rode draad in dit nummer. Competenties en vaardigheden die je verder kan ontwikkelen en inzetten maar die je ook helpen bij je toekomstige, wellicht veranderende rol als projectmanager.

Wat komen we zoal tegen? Het openingsartikel biedt inzicht in de ontstaansgeschiedenis van projectmanagement tijdens het Manhattan project en de raket projecten Atlas en Apollo om vervolgens aan te tonen dat het tijd wordt dat de projectmanager zich los moet maken van zelfrestrictie. Deze eerste projecten gebruikten trouwens verschillende agile technieken zoals bijvoorbeeld experimenteren en openhouden van opties maar zijn door ons eigen toedoen veel te sterk ontwikkelt in de richting van een controlegerichte, gefaseerde aanpak. Interessant is de geboden hybride aanpak waarbij onderscheid gemaakt is tussen deelprojecten met en zonder voorspelbare onzekerheid om daarmee terug te keren naar een situatie waarin men probeerde het onmogelijke waar te maken zoals daar sprake van was tijdens die eerste genoemde projecten (hoe leuk kan de rol van projectmanager toch weer worden!).

Een volgend artikel gaat in op de veranderende rol van de projectmanager in de agile organisatie. Wat betekent dat voor je eigen rol als projectmanager, naar welke andere rollen zou je kunnen toegroeien. Welke gedragsveranderingen spelen hierbij een belangrijke rol (b.v. faciliteren, verbinden, transparantie, focus op waarde, gedeeld eigenaarschap, omgaan met zelforganiserende teams en regelmatige rechtstreekse communicatie)?

Ook een case over de nieuwe projectaanpak bij de gemeente Roosendaal levert interessante inzichten over collectieve intelligentie en culturele samenhang op. Welke mooie dingen ontstaan er als gevoel en ratio elkaar ontmoeten? Fraai ook de visuele weergave van de uitkomst van een vergadering. Om jaloers op te worden.

Is samenwerking trouwens te meten? In het artikel wordt onderscheid gemaakt tussen managementteams en realisatieteams waarbij het uitgangspunt is dat ze verschillend samenwerken en dus verschillend gemeten moeten worden. We krijgen een realisatieteambarometer voorgeschoteld waarbij de mate van samenwerking aan de hand van 10 vragen kan worden vastgesteld (ik zou zeggen ga er direct mee aan de slag). Voor het meten van managementteam vaardigheden wordt gekozen voor de methode van Lencioni (zie mijn recensie van zijn boek De vijf frustraties van teamwork).

Het artikel Hoe laat je een project succesvol landen – vergroot acceptatie door effectieve interventies beschrijft het veranderkompas met zijn vijf drijfveren (zie youtube filmpje onderaan) en geeft een mooi overzicht van verschillende interventies (zwartkijksessies, klantsessies, implementatie dashboard, inzetten key users, veranderingen formeel laten benoemen, webinars, werken met persona’s, de klantarena, e-learning en anchoring day).

Verder biedt het artikel Hoe is een succesvol projectteam te ontwikkelen inzicht in een aantal meer bekende teammodellen zoals Belbin rollen, Tuckman teamfasen, Lencioni (zie hiervoor) en situationeel leiderschap van Hersey. Interessanter is het tweede gedeelte waarin ingegaan wordt op interventies die projectmanagers kunnen nemen om een projectteam te laten groeien alsmede interventies om individuele teamleden te laten groeien (afgezet tegen frequentie en impact) en welke aspecten in de praktijk als belangrijk worden gevonden om als team succesvol te kunnen zijn.

Naast de rode draad een tweetal artikelen die er een beetje bijhangen. Enerzijds een stukje kennisoverdracht over een nieuwe Deense, zich nog in co-creatie ontwikkelende methode Project Half Double – Betere projecten in de helft van de tijd (zie ook mijn blog) en het artikel over cloudmigraties. In dat laatste artikel wordt inzicht geboden in succesfactoren bij cloudmigratieprojecten. Wellicht zou Value Based Projectmanagement (zie mijn blog over het bijbehorende KWD boekje) hier nog behulpzaam kunnen zijn?

De vier columns prikkelen, verwarren en zetten je aan het denken. Peter Storm gaat in op de toegevoegde waarde van de projectmanager bij het creëren van nieuw, gezamenlijk en energie gevend inzicht. Ben Berndt, koppelt de filosofie van Zygmunt Bauman zoals beschreven in Liquid Modernity aan de huidige agile hype en komt op de prachtige omschrijving vloeibaar agile (waarbij ik me dan weer afvraag of agile ook vast zijn?). Jitske Kramer, een van de key-note sprekers tijdens de laatste KWD dag, kijkt naar projectenwerk als mensenwerk. Luistert de projectmanager naar wat niet gezegd wordt? Tenslotte legt John Hermarij zijn vinger op een veelheid aan bloggers en sprekers die van alles pretenderen, mythes weten te ontrafelen en precies weten wat bijvoorbeeld de valkuilen van agile werken zijn, zonder dat te kunnen onderbouwen.

Conclusie. Wederom een heel leesbaar en leerzaam blad. Wel, ten opzichte van de eerste twee nummers wat meer tekst en minder foto’s. Wat mij betreft iets meer foto’s om het blad luchtig te houden. Zoals gezegd het lezen weer meer dan waard. Prikkelende columns die je soms verwarren maar juist ook weer aan het denken zetten. Een aantal handige checklists zoals bijvoorbeeld de teambarometer en uiteraard voor velen soms bekende en soms minder bekende nieuwe inzichten.

Ben je al geabonneerd op het blad dan verschijnt het binnenkort in je brievenbus. Geen abonnee maar wel belangstelling voor het blad, en ik kan het van harte aanbevelen, dan is het een kwestie van abonneren. Zie: KWD Resultaatmanagement.

Veranderkompas

Recensie: De 5 frustraties van teamwork

9789047001966-480x600In het boek De 5 frustraties van teamwork – Hoe zorg je ervoor dat samenwerken leuk blijft legt Patrick Lencioni de essentie van samenwerking binnen een team uit. Het boek is alweer een aantal jaren beschikbaar maar ik kwam het tegen op vele lijstjes, bijvoorbeeld als een van de aanbevolen boeken binnen SAFe, zodat mijn nieuwsgierigheid getriggerd werd en een recensie op zijn plaats is.

Het boek bestaat uit twee delen, waarbij het eerste, omvangrijkste, deel een parabel vertelt waarin we een niet functionerend managementteam zien worstelen in haar soms moeizame weg naar een echt samenwerkend team en het tweede deel ingaat op het begrijpen en tegengaan van de vijf frustraties.

In de parabel volgen we de net aangestelde CEO Catherine die van het bestuur de opdracht had gekregen om van het managementteam een echt samenwerkend team van te maken die resultaten kunnen neerzetten. In een aantal off-sites gaat zij met het managementteam aan de gang waarbij zij de driehoek met de vijf frustraties van teamwork stap voor stap met iedereen doorleeft. Als eerste stap bespreekt ze wat ‘afwezigheid van vertrouwen’ betekent. Middels een aantal oefeningen werkt ze aan het verbeteren van het onderlinge vertrouwen. Vervolgens pakt ze de vijfde frustratie ‘te weinig aandacht voor resultaten’ beet en stelt met de groep het doel voor de komende periode vast. Middels een scala aan oefeningen komen ook de andere drie frustraties ‘angst voor conflicten’, ‘gebrek aan betrokkenheid’ en ‘verantwoordelijkheid mijden’ aan bod. Het is zoals te verwachten, echt vallen en opstaan, drie stappen vooruit en twee stappen terug maar uiteindelijk ontstaat een echt team.

De vijf frustraties van teamwerk (QRC, 180121) v1.0Downloaden: De vijf frustraties van teamwerk (QRC, 180121) v1.0

In het tweede deel zoemt de auteur in op de in de parabel gehanteerde driehoek met de vijf frustraties. We krijgen een samenvatting van het model en een teamonderzoek vragenlijst met daarin vijftien vragen om vast te stellen welke frustraties wel/niet een probleem vormen voor het team.

Vervolgens krijgen we per frustratie karakteristieken van teams waar de frustratie aanwezig is en karakteristieken van teams die de frustratie onder de knie hebben. Daarnaast krijgen we per frustratie een aantal suggesties hoe de frustratie is tegen te gaan en welke rol de leider hierbij moet spelen.

Tenslotte wordt de relatie tussen de verschillende frustraties toegelicht. De eerste stap is vertrouwen. Als er vertrouwen is durft men conflicten aan te gaan waardoor betrokkenheid wordt gecreëerd. Door betrokken te zijn voelt men zich verantwoordelijk en hiermee kunnen de gewenste resultaten geboekt worden.

Conclusie: een vlot leesbaar boek dat de essentie van teamwork helder naar voren brengt. De vijf frustraties bieden een mooi handvat om te laten zien of een team wel of niet goed functioneert. Een must voor agile teams. Middels de teamonderzoek vragenlijst wordt een eenvoudig instrument aangeboden om middels vijftien vragen vast te stellen welke frustraties wel/niet een probleem vormen voor het team. Kijk je verder naar de aangeboden suggesties om de frustraties te lijf te gaan dan krijg je een gereedschapskist om van een groep mensen een echt team te maken. Alleen jammer dat de geboden suggesties niet wat concreter uitgewerkt zijn.

Bestellen: De 5 frustraties van teamwork

Recensie: Toolkit voor agile leiders

9789024415601-480x600Steeds meer organisaties schalen het aantal agile teams op. IPMA is ondertussen ook begonnen met certificering op agile leadership niveau, dus boeken waarbij agile leadership centraal staan zijn nu actueel en noodzakelijk. Peter Koning heeft zijn ervaringen met agile leiderschap vertaalt in praktische handvatten en op papier gezet middels het boek Toolkit voor agile leiders – Leidinggeven aan wendbare teams.

De auteur heeft zijn boek opgedeeld in vier delen waarbij in ieder deel een vaardigheid en twee bijbehorende hulpmiddelen of tools beschreven worden. Ieder deel wordt afgesloten met wat het vraagt van de agile leider en concrete acties. De vier delen beschrijven de volgende vier vaardigheden van agile leiders:

  • Inspireer op het doel
  • Faciliteer eigenaarschap
  • Leer sneller
  • Ontwerp op betere gewoontes

Iedere tool wordt in een afzonderlijk hoofdstuk nader uitgelegd en mogelijke valkuilen bij het toepassen worden toegelicht. De acht besproken tools of hulpmiddelen zijn:

  1. Key Value Indicator (KVI)
  2. Impactladder
  3. Eigenaarschapmodel
  4. Vrijhedenmatrix
  5. Time to learn (T2L)
  6. Validated Learning Board (VLB)
  7. Gewoontematrix
  8. To-GRIP

TVAL (QRC, 180113) v1.0

Downloaden: TVAL (QRC, 180113) v1.0

De Key Value Indicator (KVI) is voor het team de belangrijkste indicator voor waarde creatie (bijvoorbeeld conversie op een website: hoeveel % van de bezoekers koopt een product). De KVI maakt de relatie tussen klantimpact en waarde concreet. De Impactladder kan gebruikt worden bij het brainstormen over en het concretiseren en het visualiseren van de klantimpact op zowel de korte als de lange termijn. Dit helpt teams hun producten en diensten continue te verbeteren. Zowel de KVI als de impactladder helpen de agile leider bij het stellen van inspirerende doelen (het wat, niet het hoe).

Het eigenaarschapmodel visualiseert wat teams nodig hebben om eigenaarschap op te pakken. Hierbij wordt gekeken naar enerzijds de volwassenheid van het team en anderzijds de vrijheid die het team krijgt. Een onvolwassen team met te veel vrijheid of een volwassen team met te weinig vrijheid levert frustratie en is daarmee een risico. De vrijhedenmatrix geeft aan welke vrijheden en verantwoordelijkheden het team op welk moment heeft. Deze tool is gebaseerd op het Delegation Board van Jurgen Appelo. Hierbij wordt per onderwerp aangegeven welke vrijheden het team zich kan veroorloven rekening houdend met de volwassenheid van het team. Zowel het eigenaarschapmodel als de vrijhedenmatrix helpen de agile leider bij het faciliteren van eigenaarschap.

Het Validated Learning Board (VLB) visualiseert het leerproces van het team waarbij zes stappen worden onderkend: schetsen, bouwen, opleveren, gebruiken, leren, geleerd (done). Ieder idee of functionaliteit wordt middels een kaart (post-it) gevisualiseerd. Time to Learn (T2L) geeft de leersnelheid van het team aan, dus de tijd die nodig is om een idee door alle stappen van schetsen tot geleerd te laten lopen. Door de T2L trend te volgen en op basis daarvan de T2L te verkleinen kan steeds sneller waarde worden toegevoegd.

De gewoontematrix biedt ondersteuning bij cultuurverandering en het ontwerpen van nieuwe gewoontes. De gewoontematrix helpt bij het brainstormen over ongewenste effecten en achterliggende ongezonde gewoontes en helpt gezonde gewoontes te ontwerpen. TO-GRIP ondersteunt de agile leider in het doorvoeren van grote verbeteringen door een aantal teams middels het creëren van een veilige omgeving, waarbij de eerste letters staan voor: Team (Samenstellen team), Owner (Informele leider met mandaat), Goal (Uitdaging, KVI), Rhytm (Timebox, T2L), Insight (VLB, Doel, Trendlijn KVI, T2L) en Period (Wanneer evalueren). TO-GRIP en de gewoontematrix ondersteunen de agile leider bij het ontwerpen van betere gewoontes.

Op www.tval.nl kan men extra voorbeelden en templates van de verschillende tools vinden. Ook is daar een toepasselijke youtube video te vinden over social conformity (of peer pressure) in een wachtkamer als achtergrondinformatie bij de gewoontematrix.

Conclusie: Een prettig leesbaar boek met praktische handvatten voor de (beginnende) agile leider. Het gebruik van de impactladder, de gewoontematrix en vooral het eigenaarschapmodel zijn tools die ik niet kende maar waarvan de toegevoegde waarde duidelijk is. Andere tools waren mij bekend en ook daarvan is de toegevoegde waarde voor de agile leider evident. Bij het beschrijven van de fasen van volwassenheid van de teams mag m.i. een verwijzing naar de fasen van Tuckman niet ontbreken. Ook zou ik duidelijker aangeven dat de VLB een kanbanbord betreft en dat het toevoegen van Work in progress (WIP) limieten per stap wellicht, naast zo klein mogelijke initiatieven, de belangrijkste niet genoemde versneller van T2L op kan leveren. Ook de T2L is onder een andere naam veel bekender, namelijk de cycle time in een Cumulative Flow Diagram (CFD). Zo’n CFD kan de agile leider nog veel meer inzicht geven. Tenslotte vind ik het jammer dat de auteur bij TO-GRIP aangeeft dat dit hulpmiddel geschikt is om een omgeving te creëren waarbinnen verschillende teams met elkaar verbeteringen doorvoeren terwijl de beschrijving van de tool uitgaat van één team. Maar, los van de gemaakte opmerkingen, een boek dat ik agile leiders zeker kan aanbevelen.

Bestellen: Toolkit voor agile leiders

Recensie: ICT-leverancier: van vijand naar vriend

Afbeelding1Dinsdag 14 november 2017 was ik als gast van KWD Resultaatmanagement aanwezig op de KWD Projectmanagement Vakdag. Deze dag stond in het teken van ICT Leverancier: van vijand naar vriend. Naast de keynote -sprekers Jitske Kramer en Jan Lammers was er een programma met een zestal parallelsessies. Mijn keuze was gevallen op de sessie van een praktijkcase van Best Value Projectmanagement bij Transavia. Een inspirerende en informatieve sessie over een onderwerp waar ik nog niet veel van wist.

Aan het eind van de vakdag was daar de lancering van alweer het zevende boekje in de KWD-reeks. Het boek met dezelfde titel als de Vakdag “ICT-leverancier: van vijand naar vriend – Sourcing op basis van Best Value Projectmanagement” geschreven door Fred Bons, Fred Heemstra, Arjan Jonker, Luuk Ketel en Gerard Meijer.

En dan valt alles op zijn plaats. De bijgewoonde praktijkcase is ook als case in het boek opgenomen en Best Value Management en Best Value Projectmanagement staan centraal in het boek zodat ik nu na lezing een beter begrip heb gekregen van Best Value Projectmanagement.

Het boek is onderverdeeld in negen hoofdstukken en afgewisseld met de praktijkcasus Transavia.

Het boek begint met het beschrijven van de theorie van sourcing en de concepten van Best Value Procurement en Best Value Projectmanagement. Aansluitend beschrijven de auteurs een drietal probleemgebieden m.b.t. Leverancierskeuze, contract en samenwerking.

Naast de genoemde drie probleemgebieden, problemen rond het sourcingstraject in enge zin, komen ook problemen rondom sourcing in bredere zin aan bod: de integrale besturing van sourcing tijdens selectie en implementatie. Best Value Procurement en Best Value Projectmanagement zijn, volgens de auteurs, de antwoorden om de genoemde problemen te lijf te gaan.

Bij Best Value Procurement is de leverancier in de lead, hij is de expert en levert dominante informatie op basis waarvan de leverancier kan aantonen dat hij een oplossing kan leveren die de doelstelling van de klant kan realiseren, waarbij tijdstip van leverancierselectie en de daadwerkelijke gunning bewust niet samenvallen. En dit alles binnen een veel korter aanbestedingstraject met een contract dat aangeeft welke prestaties door de leverancier geleverd moeten worden en niet een gedetailleerde door de klant opgestelde scope en bijbehorende afbakeningen (zie ook ‘false positive feasibility’ zoals beschreven in The Lean Machine waarin o.a. het omgaan met requirements bij Harley Davidson wordt beschreven).

Best Value Projectmanagement integreert Best Value Procurement met een projectmanagement-aanpak resulterend in kernwaarden, principes, vier processtappen (voorbereiding, beoordeling, concretisering en uitvoering) en stuurknoppen. Zie ook de bijgevoegde QRC.

BVPM (QRC, 171120) v1.0Downloaden: BVPM (QRC, 171120) v1.0

Best Value Projectmanagement is niet altijd toepasbaar. Er moeten wel voldoende aanbieders zijn die de expertrol kunnen invullen. Heb je, als organisatie ervaring met Best Value? Zijn er meerdere oplossingen mogelijk en zijn risico’s eenduidig toe te wijzen? Tenslotte hoe complex is de omgeving? Kijk ik naar Snowden’s Cynefin model dan positioneer ik het toepassen van BVPM in het complexe domein waar we ook de agile aanpak kunnen plaatsen.

Binnenkort wordt de KWD Projectmanagement App uitgebreid met één plot met drie invalshoeken:

  1. Is mijn project geschikt voor Best Value (BV)?
  2. BV readiness Opdrachtgever – hulpmiddel voor een gesprek om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de opdrachtgever klaar is voor BV
  3. BV readiness Leverancier – hulpmiddel voor een gesprek om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de leverancier klaar is voor BV

Naar verwachting zal de App eind december 2017 beschikbaar zijn.

Het laatste hoofdstuk gaat over de vraag hoe Best Value Projectmanagement in de praktijk werkt en hoe om te gaan bij verschillende vraagstukken zoals bijvoorbeeld vertrouwen of tegenstrijdige belangen.

De praktijkcasus Transavia is onderverdeeld in een viertal blokken:

  • Outsourcing van Housing & Hosting
  • De leverancierselectie
  • Contractering
  • Samenwerking

Conclusie

Wederom een informatief en mooi opgemaakt boekje met fraaie foto’s en het lezen meer dan waard om een eerste beeld van Best Value Procurement en Best Value Projectmanagement te krijgen. We krijgen een scala aan handvatten waarmee je als opdrachtgever, projectmanager, inkoper of leverancier, sourcing succesvol kan laten verlopen. Wat ik nog mis is de uitwerking van de regiefunctie als onderdeel van exploitatie. Een gebied waar ik organisaties nog weleens zie struikelen als bepaalde services of diensten zijn uitbesteed.

Bestellen: ICT-leverancier: van vijand naar vriend

Boekrecensie Projectmanager in transitie

9789401802123-480x600Het boek Projectmanager in transitie – op zoek naar de toekomst van projectmanagement is geschreven door John Verstrepen, Ben van de Laar en Roelof van der Weg, met medewerking van Jan Postema, Hans Jacobs en Liesbeth Rijswijk.

De boeklancering had ik al meegemaakt, ik ben benieuwd of mijn verwachtingen worden waargemaakt.

Het boek is onderverdeeld in zes hoofdstukken. De eerste hoofdstukken geven een historische beschouwing over projectmanagement en verschuivingen in het denken over projectmanagement en vervolgens staat het ‘wicked’ vraagstuk centraal. Aansluitend komen competenties en competentieontwikkeling van de projectmanager aan bod en het boek sluit af met trends en scenario’s. Tussendoor krijgen we verslagen (Roelof van der Weg) van acht interviews die de schrijvers gehouden hebben met ervaren en gedreven projectmanagers om hun succesvolle praktijkervaringen op te kunnen tekenen en daarmee het boek te verrijken.

Het eerste hoofdstuk (auteur Jan Postema) volgt de ontwikkeling van projectmanagement in de tijd gezien. Welke keuzes zijn er onderweg gemaakt ten aanzien van aard en inhoud van projectmanagement? Wat zijn we gaan verstaan onder een project? Wat zijn de consequenties van de gemaakte keuzes, zit er een einde aan het vak projectmanagement? Wellicht geen of minder projectmanagers, maar projectmanagers, wellicht met een andere benaming blijven noodzakelijk.

In het tweede hoofdstuk neemt de auteur John Verstrepen ons mee in de verschuivingen die zijn opgetreden in het denken over projectmanagement en sluit daarmee aan op het eerste hoofdstuk. Er komen steeds meer projecten, de maatschappij projectificeert. We volgen de ontwikkelingen van agile, DevOps, Best Value Management en Value-based Project Management. Snowden’s Cynefin-raamwerk wordt gebruikt om de verschillende ontwikkelingen beter te kunnen plaatsen en met behulp van het TTP-model van Nelson en Burns (Top Prestatie Programmering) wordt de link gelegd tussen een domein in het Cynefin model en de daarbij best passende cultuur/gedrag en besturing. Het TTP-model onderkent vier cultuurstadia: reactief, responsief, proactief en creërend/topprestatie. Dit TTP-model biedt handvatten om organisaties te helpen bij agile transities. Het hoofdstuk sluit af met een aantal dilemma’s m.b.t. opschaling agile, professionaliseren en het streven naar efficiency (de cyclus met terugkerende fasen: uitbarsting, opwinding, synergie, volwassenheid).

Hoofdstuk drie zet ratio en emotie naast en tegenover elkaar (Ben van der Laar). Wat is irrationaliteit, waar komt het vandaan en kan je als projectmanager met irrationaliteit omgaan? Wanneer kies je een structuuraanpak en wanneer een meer mensgerichte (agile) benadering? Welke methode je ook kiest, als projectmanager zal je zowel harde als zachte competenties moeten inzetten wil je het project succesvol kunnen afronden. Er worden een aantal theorieën over de interactie met individuele mensen en kleine groepen (teams) behandeld: de actietheorie en weerstand volgens Argyris, situationeel leiderschap volgens Hersey en Blanchard, de tramfasen (forming, storming, norming, performing en adjourning) volgens Tuckman en de verandercurve van Kübler-Ross. Verder komen onderwerpen zoals persoonseigenschappen, persoonlijkheidsstoornissen, cultuur, gebruiken en gewoonten aan bod. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de vraag welke principes ten grondslag liggen wil je als projectmanager op basis van gezag kunnen opereren: vind je eigen niche, empathie, dienend leiderschap, situationeel leiderschap en integriteit. Dit is wel een heel zwaar en groot hoofdstuk en ik vraag mij af of dit de doelgroep projectmanager niet voorbij schiet?

Hoofdstuk vier gaat in op het effectief sturen van een ‘wicked’ vraagstuk (Liesbeth Rijsdijk, Maike de Bot, Menno Vos). ‘Wicked’ vraagstukken zijn moeilijk op te lossen doordat eenduidige oplossingen ontbreken en mogelijke deeloplossingen, vanwege complexe onderlinge afhankelijkheden, weer nieuwe vragen en problemen oproepen. Wicked vraagstukken vragen om een andere aanpak dan een project of programma en voor de sturing wordt gebruik gemaakt van een (netwerk)regisseur met bijbehorende specifieke competenties. De geïntroduceerde wickedmeter kan gebruikt worden om de mate van wickedness van het vraagstuk te bepalen en vormt daarmee een leidraad bij de keuze van de aanpak, de aanstelling van een regiseur en de gewenste stijl van leiderschap. Ter verduidelijking wordt een casus besproken.

Competenties en competentieontwikkeling van de projectmanager in transitie staan centraal In het vijfde hoofdstuk (Hans Jacobs, John Verstrepen, Ben van der Laan). Uiteraard veel aandacht voor de ICB4 en een overzicht van generieke succescompetenties en paragrafen over competentiemanagement en competentieontwikkeling. Jammer dat een paragraaf over de ontwikkelrichting naar een nieuwe rol voor de projectmanager beperkt van opzet is. Ingaan op competenties voor rollen als bijvoorbeeld agile coach, RTE (SAFe) of transformatiemanager had in dit boek zeker op zijn plaats geweest.

Het laatste hoofdstuk (Ben van der Laan, John Verstrepen en studenten van het Windesheim Honours College (WHC) omvat enerzijds de resultaten, de gevonden trends, van een enquête afgenomen door de studenten van het WHC en anderzijds krijgen we een aantal op deze trends gebaseerde scenario’s. De belangrijkste gevonden trends zijn: continuous delivery, complexere ‘change the business’-projecten, ‘loslaten en vertrouwen’ versus ‘change en control’, generiek versus specifiek en impact van technologische ontwikkelingen

Conclusie: Het boek omvat een veelheid aan inzichten maar leest niet altijd even vlot weg. Wellicht komt het door het (te?) kleine lettertype of doordat de hoofdstukken door verschillende auteurs zijn geschreven en er geen duidelijke rode draad aanwezig is waardoor de soms ingewikkelde hoofdstukken niet altijd op elkaar aansluiten. Neemt niet weg dat het boek het lezen waard is en het boek je helpt met het vormen van je eigen gedachten over de toekomst van projectmanagement.

Bestellen: Projectmanager in transitie

Recensie: Vakblad Projectmanagement nr. 2

12337_vkbl_projectmng_2_cover_11Vandaag de tweede editie van het Vakblad Projectmanagement van KWD Resultaatmanagement gekregen. ‘Ziet er weer fris uit, mooie foto’s, en een opmaak die prettig wegleest maar het gaat uiteindelijk om de inhoud. Dit nieuwe nummer is op de KWD vakdag van 14 november 2017 beschikbaar voor de bezoekers en voor de abonnees van het eerste uur.

Na het lezen van de eerste editie sprak ik mijn lof uit en gaf ik aan uit te kijken naar nummer twee. En gelukkig, ook deze tweede editie is het lezen meer dan waard. Ook hier een verscheidenheid aan artikelen en columns (Agile in het kwadraat en onttovering van agile) waarbinnen de projectmanager weer centraal staat. Hoe ga je om met agile contracten, hoe ziet project- en programmamanagement als gevolg van de agile tsunami er over vijf jaar uit (aan de hand van een world café en een door PMI Nederland georganiseerde rondetafelconferentie). Wat betekent emotionele intelligentie voor de projectmanager, hoe stuur je op resultaten en welke gedragsaspecten hanteer je als het niet botert tussen opdrachtgever en de IT-sourcing partner.

 Verder een praktijkcase bij het Koninklijk Concertgebouworkest waar het organiseren van alle buitenlandse trips projectmatig worden opgepakt (Cok de Zwart). Daarnaast wordt Gemba portfoliomanagement geïntroduceerd.

In het Agile Manifesto staat ‘customer collaboration over contract negotiation’ en dat is precies waar het in het stuk over agile contracten (Leo Klaver) over gaat. Stop geen energie in aspecten die beschrijven wat er moet gebeuren als dingen niet gaan zoals je wilt dat ze gaan maar stop de energie in die zaken wat je wel wilt. Leg vast op welke wijze je gaat samenwerken, welke kwaliteitseisen er gelden, welke standaarden, wat is een user story, een sprint, waaraan moet een ontwikkelteam voldoen, et cetera (Nb. PRINCE2 Agile is m.i. het enige agile framework dat aandacht besteedt aan agile contracten).

In het artikel ‘Emotionele intelligentie: Het goed verstopte geheim’ (Fred Heemstra) wordt ingezoomd op de waarde van Emotionele Intelligentie (EQ). Zonder empathie kan je als projectmanager geen goed samenwerkend en functionerend team bouwen. Als je je eigen emoties niet weet te herkennen wordt het lastig in stressvolle situaties te opereren. In het artikel wordt de vergelijking gemaakt tussen de EQ van de traditionele en de agile projectmanager en waar we in IT-land staan m.b.t. EQ.

Deze EQ van de projectmanager kan ook goed van pas komen wanneer de relatie tussen een opdrachtgever en zijn IT-leverancier verziekt is. Het artikel ‘Sourcing van IT en de rol van de projectmanager’ (Fred Heemstra & Luuk Ketel) gaat nader in op het belang van wederzijds vertrouwen, respect en begrip en de, vaak te geringe, rol van de projectmanager bij inkoop van IT-sourcing.

Ook in sturen op resultaat (Fred Heemstra, Arjan Jonker, Luuk Ketel en Gerard Meijer) komen naast de harde instrumenten de zachte factoren uit de gedragswereld aan bod. Dit artikel is een zeer uitgebreide samenvatting van het 6e KWD boek ‘Ik wil resultaat!’.

Het artikel ‘Agile en de toekomst van project- en programmamanagement’ (Fred Heemstra) laat zien waar 35 ervaren projectmanagers in het world café de discussie hebben gevoerd: de toekomst van PM’s en PgM’s, hebben we straks nog wel projecten en teams van de toekomst. In het artikel een heldere opsomming van een tiental verschillen tussen een agile team en een traditioneel team (Nb. Ik had hier nog wel aan toe willen voegen: van controle op een traditioneel team naar discipline binnen een agile team).

In lijn met dit verhaal gaat een tweede artikel elders in het blad in op de vraag ‘Waar moet de projectmanager in 2020 rekening mee houden?’ (Fred Heemstra). Dit artikel geeft een samenvatting van de resultaten van een rondetafelconferentie waaraan tien organisaties deelnamen. Zowel de belangrijkste trends in projecten (projecten worden steeds complexer, outcome versus output gedreven projecten, en project governance) als de veranderende rol van projectmanagers in het licht van deze trends passeren de revue (Nb. Ik vertel regelmatig dat ik de rol van een projectmanager in de meer agile wereld zie opschuiven naar die van programmamanager met bijbehorende competenties, dus van output gedreven projectmanager naar outcome gedreven programmamanager).

Ook biedt dit nummer weer ruimte aan een afstudeerder om zijn/haar onderzoek toe te lichten. Deze keer gaat Hans Kraaijvanger in op 28 criteria voor succesvolle uitvoering van agile servicemanagement.

Gemba portfoliomanagement (Ben Berndt) gaat in op de consequenties voor het portfoliomanagement en het portfolio office als er steeds meer agile projecten komen. Het Japanse woord Gemba, bekend bij de lean practitioners onder ons, staat voor de plek waar het daadwerkelijk gebeurt, of te wel ga niet uit van ivoren toren geneuzel maar begeef je naar de teams, zie hun teamborden en woon demo’s bij. (Nb. De aandacht van de portfoliomanager verschuift van plan naar waarde, van projecten naar flow en van controler naar adviseur).

Ook belangstelling voor het blad, en ik zou niet weten waarom niet? Schrijf je in voor de KWD vakdag of abonneer je.