Tag Archives: recensie

Recensie: ICT-leverancier: van vijand naar vriend

Afbeelding1Dinsdag 14 november 2017 was ik als gast van KWD Resultaatmanagement aanwezig op de KWD Projectmanagement Vakdag. Deze dag stond in het teken van ICT Leverancier: van vijand naar vriend. Naast de keynote -sprekers Jitske Kramer en Jan Lammers was er een programma met een zestal parallelsessies. Mijn keuze was gevallen op de sessie van een praktijkcase van Best Value Projectmanagement bij Transavia. Een inspirerende en informatieve sessie over een onderwerp waar ik nog niet veel van wist.

Aan het eind van de vakdag was daar de lancering van alweer het zevende boekje in de KWD-reeks. Het boek met dezelfde titel als de Vakdag “ICT-leverancier: van vijand naar vriend – Sourcing op basis van Best Value Projectmanagement” geschreven door Fred Bons, Fred Heemstra, Arjan Jonker, Luuk Ketel en Gerard Meijer.

En dan valt alles op zijn plaats. De bijgewoonde praktijkcase is ook als case in het boek opgenomen en Best Value Management en Best Value Projectmanagement staan centraal in het boek zodat ik nu na lezing een beter begrip heb gekregen van Best Value Projectmanagement.

Het boek is onderverdeeld in negen hoofdstukken en afgewisseld met de praktijkcasus Transavia.

Het boek begint met het beschrijven van de theorie van sourcing en de concepten van Best Value Procurement en Best Value Projectmanagement. Aansluitend beschrijven de auteurs een drietal probleemgebieden m.b.t. Leverancierskeuze, contract en samenwerking.

Naast de genoemde drie probleemgebieden, problemen rond het sourcingstraject in enge zin, komen ook problemen rondom sourcing in bredere zin aan bod: de integrale besturing van sourcing tijdens selectie en implementatie. Best Value Procurement en Best Value Projectmanagement zijn, volgens de auteurs, de antwoorden om de genoemde problemen te lijf te gaan.

Bij Best Value Procurement is de leverancier in de lead, hij is de expert en levert dominante informatie op basis waarvan de leverancier kan aantonen dat hij een oplossing kan leveren die de doelstelling van de klant kan realiseren, waarbij tijdstip van leverancierselectie en de daadwerkelijke gunning bewust niet samenvallen. En dit alles binnen een veel korter aanbestedingstraject met een contract dat aangeeft welke prestaties door de leverancier geleverd moeten worden en niet een gedetailleerde door de klant opgestelde scope en bijbehorende afbakeningen (zie ook ‘false positive feasibility’ zoals beschreven in The Lean Machine waarin o.a. het omgaan met requirements bij Harley Davidson wordt beschreven).

Best Value Projectmanagement integreert Best Value Procurement met een projectmanagement-aanpak resulterend in kernwaarden, principes, vier processtappen (voorbereiding, beoordeling, concretisering en uitvoering) en stuurknoppen. Zie ook de bijgevoegde QRC.

BVPM (QRC, 171120) v1.0Downloaden: BVPM (QRC, 171120) v1.0

Best Value Projectmanagement is niet altijd toepasbaar. Er moeten wel voldoende aanbieders zijn die de expertrol kunnen invullen. Heb je, als organisatie ervaring met Best Value? Zijn er meerdere oplossingen mogelijk en zijn risico’s eenduidig toe te wijzen? Tenslotte hoe complex is de omgeving? Kijk ik naar Snowden’s Cynefin model dan positioneer ik het toepassen van BVPM in het complexe domein waar we ook de agile aanpak kunnen plaatsen.

Binnenkort wordt de KWD Projectmanagement App uitgebreid met één plot met drie invalshoeken:

  1. Is mijn project geschikt voor Best Value (BV)?
  2. BV readiness Opdrachtgever – hulpmiddel voor een gesprek om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de opdrachtgever klaar is voor BV
  3. BV readiness Leverancier – hulpmiddel voor een gesprek om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de leverancier klaar is voor BV

Naar verwachting zal de App eind december 2017 beschikbaar zijn.

Het laatste hoofdstuk gaat over de vraag hoe Best Value Projectmanagement in de praktijk werkt en hoe om te gaan bij verschillende vraagstukken zoals bijvoorbeeld vertrouwen of tegenstrijdige belangen.

De praktijkcasus Transavia is onderverdeeld in een viertal blokken:

  • Outsourcing van Housing & Hosting
  • De leverancierselectie
  • Contractering
  • Samenwerking

Conclusie

Wederom een informatief en mooi opgemaakt boekje met fraaie foto’s en het lezen meer dan waard om een eerste beeld van Best Value Procurement en Best Value Projectmanagement te krijgen. We krijgen een scala aan handvatten waarmee je als opdrachtgever, projectmanager, inkoper of leverancier, sourcing succesvol kan laten verlopen. Wat ik nog mis is de uitwerking van de regiefunctie als onderdeel van exploitatie. Een gebied waar ik organisaties nog weleens zie struikelen als bepaalde services of diensten zijn uitbesteed.

Bestellen: ICT-leverancier: van vijand naar vriend

Advertisements

Boekrecensie Projectmanager in transitie

9789401802123-480x600Het boek Projectmanager in transitie – op zoek naar de toekomst van projectmanagement is geschreven door John Verstrepen, Ben van de Laar en Roelof van der Weg, met medewerking van Jan Postema, Hans Jacobs en Liesbeth Rijswijk.

De boeklancering had ik al meegemaakt, ik ben benieuwd of mijn verwachtingen worden waargemaakt.

Het boek is onderverdeeld in zes hoofdstukken. De eerste hoofdstukken geven een historische beschouwing over projectmanagement en verschuivingen in het denken over projectmanagement en vervolgens staat het ‘wicked’ vraagstuk centraal. Aansluitend komen competenties en competentieontwikkeling van de projectmanager aan bod en het boek sluit af met trends en scenario’s. Tussendoor krijgen we verslagen (Roelof van der Weg) van acht interviews die de schrijvers gehouden hebben met ervaren en gedreven projectmanagers om hun succesvolle praktijkervaringen op te kunnen tekenen en daarmee het boek te verrijken.

Het eerste hoofdstuk (auteur Jan Postema) volgt de ontwikkeling van projectmanagement in de tijd gezien. Welke keuzes zijn er onderweg gemaakt ten aanzien van aard en inhoud van projectmanagement? Wat zijn we gaan verstaan onder een project? Wat zijn de consequenties van de gemaakte keuzes, zit er een einde aan het vak projectmanagement? Wellicht geen of minder projectmanagers, maar projectmanagers, wellicht met een andere benaming blijven noodzakelijk.

In het tweede hoofdstuk neemt de auteur John Verstrepen ons mee in de verschuivingen die zijn opgetreden in het denken over projectmanagement en sluit daarmee aan op het eerste hoofdstuk. Er komen steeds meer projecten, de maatschappij projectificeert. We volgen de ontwikkelingen van agile, DevOps, Best Value Management en Value-based Project Management. Snowden’s Cynefin-raamwerk wordt gebruikt om de verschillende ontwikkelingen beter te kunnen plaatsen en met behulp van het TTP-model van Nelson en Burns (Top Prestatie Programmering) wordt de link gelegd tussen een domein in het Cynefin model en de daarbij best passende cultuur/gedrag en besturing. Het TTP-model onderkent vier cultuurstadia: reactief, responsief, proactief en creërend/topprestatie. Dit TTP-model biedt handvatten om organisaties te helpen bij agile transities. Het hoofdstuk sluit af met een aantal dilemma’s m.b.t. opschaling agile, professionaliseren en het streven naar efficiency (de cyclus met terugkerende fasen: uitbarsting, opwinding, synergie, volwassenheid).

Hoofdstuk drie zet ratio en emotie naast en tegenover elkaar (Ben van der Laar). Wat is irrationaliteit, waar komt het vandaan en kan je als projectmanager met irrationaliteit omgaan? Wanneer kies je een structuuraanpak en wanneer een meer mensgerichte (agile) benadering? Welke methode je ook kiest, als projectmanager zal je zowel harde als zachte competenties moeten inzetten wil je het project succesvol kunnen afronden. Er worden een aantal theorieën over de interactie met individuele mensen en kleine groepen (teams) behandeld: de actietheorie en weerstand volgens Argyris, situationeel leiderschap volgens Hersey en Blanchard, de tramfasen (forming, storming, norming, performing en adjourning) volgens Tuckman en de verandercurve van Kübler-Ross. Verder komen onderwerpen zoals persoonseigenschappen, persoonlijkheidsstoornissen, cultuur, gebruiken en gewoonten aan bod. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de vraag welke principes ten grondslag liggen wil je als projectmanager op basis van gezag kunnen opereren: vind je eigen niche, empathie, dienend leiderschap, situationeel leiderschap en integriteit. Dit is wel een heel zwaar en groot hoofdstuk en ik vraag mij af of dit de doelgroep projectmanager niet voorbij schiet?

Hoofdstuk vier gaat in op het effectief sturen van een ‘wicked’ vraagstuk (Liesbeth Rijsdijk, Maike de Bot, Menno Vos). ‘Wicked’ vraagstukken zijn moeilijk op te lossen doordat eenduidige oplossingen ontbreken en mogelijke deeloplossingen, vanwege complexe onderlinge afhankelijkheden, weer nieuwe vragen en problemen oproepen. Wicked vraagstukken vragen om een andere aanpak dan een project of programma en voor de sturing wordt gebruik gemaakt van een (netwerk)regisseur met bijbehorende specifieke competenties. De geïntroduceerde wickedmeter kan gebruikt worden om de mate van wickedness van het vraagstuk te bepalen en vormt daarmee een leidraad bij de keuze van de aanpak, de aanstelling van een regiseur en de gewenste stijl van leiderschap. Ter verduidelijking wordt een casus besproken.

Competenties en competentieontwikkeling van de projectmanager in transitie staan centraal In het vijfde hoofdstuk (Hans Jacobs, John Verstrepen, Ben van der Laan). Uiteraard veel aandacht voor de ICB4 en een overzicht van generieke succescompetenties en paragrafen over competentiemanagement en competentieontwikkeling. Jammer dat een paragraaf over de ontwikkelrichting naar een nieuwe rol voor de projectmanager beperkt van opzet is. Ingaan op competenties voor rollen als bijvoorbeeld agile coach, RTE (SAFe) of transformatiemanager had in dit boek zeker op zijn plaats geweest.

Het laatste hoofdstuk (Ben van der Laan, John Verstrepen en studenten van het Windesheim Honours College (WHC) omvat enerzijds de resultaten, de gevonden trends, van een enquête afgenomen door de studenten van het WHC en anderzijds krijgen we een aantal op deze trends gebaseerde scenario’s. De belangrijkste gevonden trends zijn: continuous delivery, complexere ‘change the business’-projecten, ‘loslaten en vertrouwen’ versus ‘change en control’, generiek versus specifiek en impact van technologische ontwikkelingen

Conclusie: Het boek omvat een veelheid aan inzichten maar leest niet altijd even vlot weg. Wellicht komt het door het (te?) kleine lettertype of doordat de hoofdstukken door verschillende auteurs zijn geschreven en er geen duidelijke rode draad aanwezig is waardoor de soms ingewikkelde hoofdstukken niet altijd op elkaar aansluiten. Neemt niet weg dat het boek het lezen waard is en het boek je helpt met het vormen van je eigen gedachten over de toekomst van projectmanagement.

Bestellen: Projectmanager in transitie

Recensie: Vakblad Projectmanagement nr. 2

12337_vkbl_projectmng_2_cover_11Vandaag de tweede editie van het Vakblad Projectmanagement van KWD Resultaatmanagement gekregen. ‘Ziet er weer fris uit, mooie foto’s, en een opmaak die prettig wegleest maar het gaat uiteindelijk om de inhoud. Dit nieuwe nummer is op de KWD vakdag van 14 november 2017 beschikbaar voor de bezoekers en voor de abonnees van het eerste uur.

Na het lezen van de eerste editie sprak ik mijn lof uit en gaf ik aan uit te kijken naar nummer twee. En gelukkig, ook deze tweede editie is het lezen meer dan waard. Ook hier een verscheidenheid aan artikelen en columns (Agile in het kwadraat en onttovering van agile) waarbinnen de projectmanager weer centraal staat. Hoe ga je om met agile contracten, hoe ziet project- en programmamanagement als gevolg van de agile tsunami er over vijf jaar uit (aan de hand van een world café en een door PMI Nederland georganiseerde rondetafelconferentie). Wat betekent emotionele intelligentie voor de projectmanager, hoe stuur je op resultaten en welke gedragsaspecten hanteer je als het niet botert tussen opdrachtgever en de IT-sourcing partner.

 Verder een praktijkcase bij het Koninklijk Concertgebouworkest waar het organiseren van alle buitenlandse trips projectmatig worden opgepakt (Cok de Zwart). Daarnaast wordt Gemba portfoliomanagement geïntroduceerd.

In het Agile Manifesto staat ‘customer collaboration over contract negotiation’ en dat is precies waar het in het stuk over agile contracten (Leo Klaver) over gaat. Stop geen energie in aspecten die beschrijven wat er moet gebeuren als dingen niet gaan zoals je wilt dat ze gaan maar stop de energie in die zaken wat je wel wilt. Leg vast op welke wijze je gaat samenwerken, welke kwaliteitseisen er gelden, welke standaarden, wat is een user story, een sprint, waaraan moet een ontwikkelteam voldoen, et cetera (Nb. PRINCE2 Agile is m.i. het enige agile framework dat aandacht besteedt aan agile contracten).

In het artikel ‘Emotionele intelligentie: Het goed verstopte geheim’ (Fred Heemstra) wordt ingezoomd op de waarde van Emotionele Intelligentie (EQ). Zonder empathie kan je als projectmanager geen goed samenwerkend en functionerend team bouwen. Als je je eigen emoties niet weet te herkennen wordt het lastig in stressvolle situaties te opereren. In het artikel wordt de vergelijking gemaakt tussen de EQ van de traditionele en de agile projectmanager en waar we in IT-land staan m.b.t. EQ.

Deze EQ van de projectmanager kan ook goed van pas komen wanneer de relatie tussen een opdrachtgever en zijn IT-leverancier verziekt is. Het artikel ‘Sourcing van IT en de rol van de projectmanager’ (Fred Heemstra & Luuk Ketel) gaat nader in op het belang van wederzijds vertrouwen, respect en begrip en de, vaak te geringe, rol van de projectmanager bij inkoop van IT-sourcing.

Ook in sturen op resultaat (Fred Heemstra, Arjan Jonker, Luuk Ketel en Gerard Meijer) komen naast de harde instrumenten de zachte factoren uit de gedragswereld aan bod. Dit artikel is een zeer uitgebreide samenvatting van het 6e KWD boek ‘Ik wil resultaat!’.

Het artikel ‘Agile en de toekomst van project- en programmamanagement’ (Fred Heemstra) laat zien waar 35 ervaren projectmanagers in het world café de discussie hebben gevoerd: de toekomst van PM’s en PgM’s, hebben we straks nog wel projecten en teams van de toekomst. In het artikel een heldere opsomming van een tiental verschillen tussen een agile team en een traditioneel team (Nb. Ik had hier nog wel aan toe willen voegen: van controle op een traditioneel team naar discipline binnen een agile team).

In lijn met dit verhaal gaat een tweede artikel elders in het blad in op de vraag ‘Waar moet de projectmanager in 2020 rekening mee houden?’ (Fred Heemstra). Dit artikel geeft een samenvatting van de resultaten van een rondetafelconferentie waaraan tien organisaties deelnamen. Zowel de belangrijkste trends in projecten (projecten worden steeds complexer, outcome versus output gedreven projecten, en project governance) als de veranderende rol van projectmanagers in het licht van deze trends passeren de revue (Nb. Ik vertel regelmatig dat ik de rol van een projectmanager in de meer agile wereld zie opschuiven naar die van programmamanager met bijbehorende competenties, dus van output gedreven projectmanager naar outcome gedreven programmamanager).

Ook biedt dit nummer weer ruimte aan een afstudeerder om zijn/haar onderzoek toe te lichten. Deze keer gaat Hans Kraaijvanger in op 28 criteria voor succesvolle uitvoering van agile servicemanagement.

Gemba portfoliomanagement (Ben Berndt) gaat in op de consequenties voor het portfoliomanagement en het portfolio office als er steeds meer agile projecten komen. Het Japanse woord Gemba, bekend bij de lean practitioners onder ons, staat voor de plek waar het daadwerkelijk gebeurt, of te wel ga niet uit van ivoren toren geneuzel maar begeef je naar de teams, zie hun teamborden en woon demo’s bij. (Nb. De aandacht van de portfoliomanager verschuift van plan naar waarde, van projecten naar flow en van controler naar adviseur).

Ook belangstelling voor het blad, en ik zou niet weten waarom niet? Schrijf je in voor de KWD vakdag of abonneer je.

Recensie: Agile HR – De (on)misbare rol van HR in wendbare organisaties

9789492790026-480x600Willemijn Boskma, Minke Buizer, Nienke van der Hoef, Gidion Peters en Willy Zelen hebben het boek Agile HR – De (on)misbare rol van HR in wendbare organisaties Geschreven.

Een vlot geschreven boek, gelardeerd met vele voorbeelden, dat je makkelijk in een keer uitleest. Het boek bestaat uit vier delen waarbij twee invalshoeken zijn gekozen. Enerzijds krijg je voorgeschoteld welke rol HR kan spelen in organisaties die een agile transitie door (willen gaan) maken zoals HR als aanjager van de verandering en HR in een organisatie met wendbare teams. Anderzijds wordt beschreven wat het betekent als je HR-afdeling zelf meer wendbaar wilt zijn. Dit deel is ook prima te gebruiken als je behoort tot een andere afdeling zoals bijvoorbeeld Juridische zaken of inkoop et cetera en je wilt de slag naar meer agile zijn, maken. Verder vind je een deel over de toolkit (o.a. apps) voor Agile HR. De delen sluiten af met een opsomming van experimenten die je kunt starten.

In het eerste deel staat het perspectief van de organisatie centraal. Welke nieuwe rol en plek van de HR-competentie en HR-professionals kan/moet ingenomen worden als de organisatie meer wendbaar gaat werken? De volgende rollen worden besproken:

  • Employee experience (EX) ontwerper
  • Purpose-ontwikkelaar
  • Werkgeluk-ontwikkelaar
  • Agile coach
  • Trendvertaler

Het tweede deel zet de HR afdeling zelf centraal. Wat betekent het als de HR afdeling zelf meer agile en flexibel gaat werken? Welke stappen kan je zetten naar meer wendbaar werken? Hoe kan je je dagelijkse werk organiseren onder gebruikmaking van Scrum of Kanban? Wanneer gebruik je Scrum, wanneer Kanban? Hoe kan je overzicht en sturing creëren over alle lopende projecten voor niet-IT-teams onder gebruikmaking van agile portfolio management (AgileTPM)? Wat betekent het als je met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden in lijn met Holacracy, gaat werken? En tenslotte krijg je uitgelegd hoe je meer wendbaar kunt vergaderen (doelgericht, wendbaar en flexibel, gezamenlijke verantwoordelijkheid en transparant).

Deel drie beschouwt de impact op HR als er in de organisatie gewerkt wordt in agile teams. Zelf organiserende teams die steeds autonomer worden en daardoor ook verschillende HR-competenties zelf gaan invullen. Welke taken en verantwoordelijkheden blijven centraal belegd, welke kunnen de teams zelf op zich nemen? Wat is eigenlijk een zelf-organiserend team, welke vormen van zelf-organisatie zijn er? Wat zijn de mogelijkheden van zelfbeloning? Hoe promoot en faciliteer je agile leiderschap (coachen vanuit vertrouwen, voorbeeldgedrag en transparantie, heldere kaders en opdrachten, stimuleren van experimenten en beschermen van teams en medewerkers). Alle onderwerpen worden voorzien van vele tips.

Het laatste deel biedt inzicht in trends en ontwikkelingen gezien vanuit een agile HR. Je krijgt een scala van tools die de HR-professional ter beschikking staan (inclusief verwijzingen naar websites waar meer informatie over specifieke tools is te vinden). De toolkit is onderverdeeld in tools en tips (mee starten, loslaten of stoppen) verdeeld over de aandachtsgebieden recruitment, leren en ontwikkelen, functioneren en beoordelen en HR-analitics.

In het boek vindt je verder verwijzingen naar een tweetal tests: Agile HR volwassenheidtest en de team scan (zie www.agilehrtest.nl)

Over de team scan is geen gedetailleerde informatie te vinden op de site. De volwassenheid test biedt je inzicht in vijf dimensies: bewustzijn van klant en leverancier, ontwikkeling van zelf-organiserende teams, ontwikkeling van HR instrumenten, HR als groep en de rol in agile transities.

Conclusie: Een aan te bevelen boek als je aan de vooravond of middenin een agile transitie zit. Door vanuit de HR bril naar de transitie te kijken krijg je inzicht wat er allemaal nog meer komt kijken naast het kiezen van een agile framework en het benoemen van een aantal agile teams. Ik ben ervan overtuigd dat deze nieuwe inzichten de kans op een succesvolle agile transformatie vergroten.

Bestellen: Agile HR – De (on)misbare rol van HR in wendbare organisaties

Agile with a smile

9789463425803-480x600Samen met Dion Kotteman en Bert Hedeman heb ik het boekje Agile with a smile geschreven.

Overal, in IT land en daarbuiten, hoor je “agile, agile!’ Deze methode heeft stad en land veroverd. En dat is verklaarbaar: met agile gaat je project beter en je levert eerder op wat wordt gevraagd. Niets mis mee toch?

Of toch? Heb je het idee dat die methode soms niet goed werkt, dat er dingen vergeten lijken te worden. Heb je gemerkt dat je soms de grenzen van agile in zicht hebt?

Het kan zijn dat je bent opgegroeid met waterval methodes, dan is dit wel even wat anders.

En weet je precies hoe agile werkt of ben je sterk afhankelijk van de deskundigen om je heen?

Als je in de praktijk hebt gemerkt dat agile werken ook zijn keerzijden heeft, dan is dit een handig boek voor je. Het laat zien hoe je agile kunt aanvullen met bestaande werkwijzen. Dan neemt de succesrate van je projecten toe.

Als je het als manager beter wilt snappen, ook dan is het een handig boek. Het geeft op een speelse manier weer waar je met agile werken tegen aanloopt en hoe je het handiger kunt toepassen.

Bob, de hoofdpersoon van dit boek, heeft dat idee ook: hij werkt op een agile manier, heeft Scrum teams ingericht, een Product Owner aangewezen, maar toch loopt het niet goed. Hij wist niet altijd waar  hij was met zijn projecten. Hij had het overzicht niet. En hij kon de omgeving niet goed uitleggen hoe de puzzelstukken in elkaar moesten passen. Toen hij ook nog op zijn kop kreeg van de compliance mensen, was hij goed ongerust.

Hij wint advies in en ziet dat met een paar redelijk eenvoudige aanpassingen het agile werken veel succesvoller kan zijn. En wat grappig is: de meeste van die aanpassingen kent hij al wel, want die komen uit de methoden die hij overboord had gezet toen ze agile gingen werken.

Dat is de kern van dit boek: agile werken is prima, het is breed toepasbaar, maar zorg dan wel voor meer overzicht, meer samenhang en zicht op de voortgang en de architectuur. Dat is goed te doen en er zijn nauwelijks nieuwe technieken voor nodig. Dit boek laat zien hoe je dat doet.

Dat gebeurt op een chronologische manier: we volgen de weg die je aflegt als je start met agile werken. De problemen die dan naar boven komen zijn achter elkaar gezet. En niet alleen de problemen! We zetten er per probleem ook een heldere oplossing bij. Korte overzichtelijke pagina’s die kort aangeven hoe je het aanpakt.

Dus: agile kan met een smile, maar let even op een paar voorwaarden om het een groot succes te laten zijn!

Bestellen: Agile with a smile

Artikel computable: Agile is meer dan een hype

Boekrecensie: Shake it! – een design thinking-spel voor innovatie en transformatie

9789024404827-480x600Agnes Willenborg en Wina Smeenk bieden met hun boek Shake it! – een design thinking-spel voor innovatie en transformatie en bijbehorende 36 methodekaarten een mooi uitgangspunt om zelf met het design-thinking spel aan de gang te gaan.

Het boek begint met een introductie op design thinking. Vervolgens krijgen we een beschrijving van het spel en aansluitend de voorbereiding om het spel te spelen en het daadwerkelijke spelen inclusief mogelijke oplossingen als er ergens onverhoopt iets ‘misgaat’.

In tegenstelling tot een analytische aanpak gaat design thinking ervan uit dat de gewenste toekomstige situatie nog niet aan alle kanten is gespecificeerd en vastgelegd om te bereiken dat de ontwerpers van de gewenste toekomstige situatie creativiteit en inventiviteit zullen ontplooien.

Design thinking is een iteratief proces waarin we convergeren, divergeren en reflecteren. Binnen design thinking vinden we de volgende stappen en iteraties: probleem – ontdekken/onderzoeken – herinterpretatie – creëren – concept – prototype – evalueren – oplossing.

Binnen het Shake-it! Design thinking-spel komen we drie designfasen en afsluitende syntheses als speelveld tegen. De buitenste ring (zie cover boek) omvat 16 (4×4) stappen binnen de exploratiefase en wordt afgesloten de herinterpretatie van het vraagstuk – de reframing. De middelste ring omvat 12 (4×3) stappen en vertegenwoordigt de creatiefase en sluit af met een blik op de toekomst – de envisaging. De middelste ring betreft de derde fase, de evaluatie van de envisaging en beslaat 8 (4×2) speelvelden.

Om de beurt gooit een deelnemer een dobbelsteen en zet zijn pion volgens de ogen van de dobbelsteen het aantal speelvelden verder en pakt een methodekaart (zie voorbeeld). Iedere methodekaart omvat een opdracht die past bij de fase waarin je zit. Een methodekaart beschrijft de methode die de gooier van de dobbelsteen moet uitvoeren.

2017-07-06 16.05.31Daarnaast hebben de deelnemers de fasen onderverdeeld (geen verplichte volgorde) in rollen. Deze rollen: denker, voeler, creator, doener bepalen het type methodekaart dat je pakt om hiermee ook weer de creativiteit en inventiviteit te bevorderen. Binnen de fase exploratie komen we bijvoorbeeld voor de voeler-rol de kaart Krachtenspel tegen waarbij ingeschat moet worden wie op welke wijze op het probleem reageert. De kaart is onderverdeeld in waarom, hoe en uitkomst.

Overgang van de ene fase naar de andere is een bewuste keuze. Men kan ervoor kiezen om nog een aantal stappen van de huidige fase uit te voeren of terug te keren naar een vorige fase waarmee het iteratieve aspect binnen en over de fasen wordt benadrukt.

Het boek sluit af met een heldere toelichting hoe het spel te spelen waarbij de voorbereiding uiteraard de meeste aandacht krijgt.

Conclusie: Design thinking kom je tegenwoordig steeds meer tegen en dit boekje en bijbehorend spel is een mooie aanpak om hier spelenderwijs kennis van te nemen en dan direct de vruchten te kunnen plukken van het resultaat. De methodekaarten zien er verzorgt uit en nodigen uit om ermee aan de gang te gaan. Er wordt een speelbordje bijgeleverd (of te downloaden via de www.shakeit.nu/het-spel) maar de auteurs leggen uit dat het veel leuker is om zelf een groot bord te maken dat verder door de deelnemers wordt aangevuld met de verschillende in te nemen rollen. Het boekje zelf biedt een eerste introductie op design thinking en besteed veel aandacht aan het spel zelf. Rest mij niet anders om dit spel te gaan spelen bij mijn volgende strategisch vraagstuk, productontwikkeling of transformatie.

Bestellen: Shake it!

Stanford Design Thinking Virtual Crash Course

Boekrecensie: Vijf frustraties van projectmanagers

9789490463519-480x600Marieke Strobbe, Hans Veenman, Leo de Bruijn en Menno Valkenburg hebben hun ervaring als (project)leider, projectbegeleider, trainer en coach op papier gezet en op verschillende plekken aangevuld met praktische modellen. Het boekje Vijf frustraties van projectmanagers … en wat je ermee kunt doen! Leest vlot weg.

Het boekje is opgebouwd rond een vijftal frustraties:

  • ‘Het is net of we als team niet vooruitkomen’
  • ‘Het schiet niet op; ik kan het beter zelf doen’
  • ‘Dat gedrag van hem frustreert mij’
  • ‘Ze nemen geen eigenaarschap’
  • ‘Het projectoverleg kost mij -te- veel energie’

Frustraties die allemaal te maken hebben met de teamontwikkeling. Als rode draad gebruiken de schrijvers een aantal modellen voor teamontwikkeling. Een zelfontwikkeld interactiemodel, het CIPR-model, waarbinnen onderscheid wordt gemaakt tussen Context, Inhoud, Proces en Relatie. Daarnaast het bekende teamfasenmodel van Tuckman (forming, storming, norming, performing en adjourning).

Teamontwikkelschijf P

Downloaden: Teamontwikkelingschijf P

Bij de eerste frustratie, als team niet vooruitkomen, gaan de auteurs uitgebreid in op de fases van Tuckman en krijg je een overzicht van leiderschapsgedrag in de verschillende fasen van teamontwikkeling.

Middels QR-codes, met achterin ook de URL’s, krijg je een aantal bijpassende filmfragmenten uit de As it is in heaven aangeboden die de verschillende Tuckman fases mooi illustreren. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal suggesties van de auteurs hoe met de frustratie om te gaan. Filmfragmenten en suggesties vinden we terug bij alle frustraties.

Om inzicht te krijgen in je eigen gedrag en hoe dat over komt op anderen laten de auteurs zien hoe het Insights Discovery model, gebaseerd op de theorieën van Jung, werkt. In dit model staan vier energiekleuren centraal met elk een centrale kwaliteit (denken-voelen, introversie-extraversie; Helder Blauw: Informatie, Vurig Rood: Actie, Zacht Groen: Relatie, Stralend Geel: Creatie). Een overzicht wordt geboden met gedrag passend bij de verschillende teamfasen.

Bij de derde frustratie, passieve teamleden, krijgen we inzicht in manieren van luisteren (empatisch luisteren, oplossend luisteren, selectief luisteren, doen alsof en negeren) en het geven van feedback.

Bij de frustratie gebrek aan eigenaarschap, hanteren de auteurs het CIPR-model om in kaart te brengen wat een projectmanager/begeleider en zijn team doen bij de start van een project.

Aan de hand van de laatste frustratie krijgen we inzicht in het houden van een goed overleg middels de juiste voorbereiding, uitvoering en afsluiting en hoe om te gaan met de verschillende energiekleuren. Zie hieronder een voorbeeld van een van de bijpassende filmpjes. in dit geval A Conference Call in Real Life.

Conclusie: een must voor projectmanagers maar ook voor agile coaches, scrum masters of agile leads. Juist nu veel organisaties permanente agile teams in een sneltrein vaart opzetten wordt de teamontwikkeling nog weleens veronachtzaamd, met alle gevolgen van dien.

Bestellen: Vijf frustraties van projectmanagers …en wat je ermee kunt doen!