Tag Archives: recensie

Recensie Agile transformeren

9789024427604-480x600Bas van Lieshout, Hendrik-Jan van der Waal, Astrid Karsten en Rini van Solingen hebben met het boek Agile transformeren – een praktische aanpak voor het structureel versnellen en wendbaar maken van organisaties een reisgids geschreven die je kan gebruiken bij jouw eigen agile transformatiereis. En zoals ook bij een gewone reisgids, je pakt eruit wat voor jou bruikbaar is. In het boek vele leerervaringen onderbouwd met een veelheid aan geanonimiseerde cases waarvan ik er verschillende denk te herkennen.

Het boek is onderverdeeld in een drietal delen. Waarom agile transformeren, hoe voer je een agile transformatie uit en wat te veranderen en borgen in een agile transformatie.

QRC (Agile transformeren, 200312) v1.0Downloaden: QRC (Agile transformeren, 200312) v1.0

In het eerste korte deel waarom agile transformeren wordt ingegaan op de fundamentele versnelling door digitalisering die nu plaatsvindt in de wereld. Met als gevolg dat bedrijfsmodellen, mensen en het leiderschap moeten veranderen en empirisch werken als enige oplossing wordt aangedragen. Iedere organisatie zal getransformeerd moeten worden als gevolg van digitalisering, versnelling en sterk veranderende klantbehoeften. De transformatie zal organisatiebreed doorgevoerd worden om een agile mindset te bewerkstelligen. Een agile cultuur is gebaseerd op zingeving, vertrouwen, transparantie, experimenteren, zelforganisatie, eigenaarschap en continu verbeteren.

In deel B nemen de auteurs je mee hoe je een agile transformatie uit zou kunnen voeren, waarbij benadrukt wordt dat je vooral je gezonde verstand moet blijven gebruiken. Het letterlijk volgen van de stappen zal naar aller waarschijnlijkheid niet tot het gewenste resultaat leiden. Iedere organisatie en dus ook de transformatie is anders. Ter ondersteuning wordt een acht stappen model (vergelijk Kotter) toegelicht. De eerste drie stappen helpen de transformatievisie neer te zetten en uit te dragen en de stappen 4 tot en met 8  beschrijven de uitvoering van de transformatie.

  1. Scope: een heldere scope voor de transformatie is een randvoorwaarde voor executie van een transformatie
  2. Onderzoek: Stel vast wat het doel van het onderzoek is: 1) Eenduidig gedragen beeld opbouwen bij betrokkenen; 2) Meetpunt hebben om voortgang bij te houden en te rapporteren; 3) Eerste echte interventie om duidelijk te maken dat het serieus is; 4) Concrete actie en alignment krijgen
  3. Urgentie: Bij het helder maken van de urgentie moeten in ieder geval de volgende vragen beantwoord worden: Waarom wordt de verandering ingezet; welk probleem wordt opgelost; welke richting gaat het op en wat is de dringende noodzaak hiervan?
  4. Bouwschets: De bouwschets helpt bij het richting geven, inspireren, doorbreken van bestaande patronen en het creëren van draagvlak om te starten. Nb. In dit hoofdstuk een interessante paragraaf met redenen waarom je wel/niet gebruik gaat maken van componentteams (niet onafhankelijk)
  5. Veranderstrategie: Houd bij het bepalen van de veranderstrategie rekening met de bestaande cultuur, de externe urgentie en hoe diep je wilt veranderen. Maak daarbij een keuze voor een big bang, stapsgewijs of evolutionaire aanpak. Ook het werken met waves is een mogelijkheid en het betrekken van de ondernemingsraad wordt aanbevolen als bij de transformatie medewerkers geraakt worden
  6. Roadmap: Een transformatieroadmap is enerzijds een communicatiemiddel, biedt focus en activeert de organisatie en anderzijds dient het als startbewijs en maakt de voortgang inzichtelijk
  7. Korte iteraties: Iteratief werken creëert de gewoonte om regelmatig bij te sturen, draagt bij aan het vertrouwen en zorgt dat je een voorbeeld stelt.
  8. Meten: Maak een keuze voor de meest relevante keuze. Worden externe resultaten meetbaar en transparant of wordt de interne voortgang en impact van de transformatie meetbaat en transparant gemaakt. Hierbij wordt aanbevolen om te zorgen voor een balans tussen leading en lagging indicatoren en het creëren van aandacht.

In deel C wordt, in lijn met Kotter’s laatste stap, ingegaan op de borging van de agile transformatie. Deze borging wordt handen en voeten gegeven door zeven borgingsthema’s te beschrijven:

  1. Talentontwikkeling: Zorg voor agilty bij personeelszaken en zet de medewerker centraal. Betrek daarnaast personeelszaken bij het transformatieteam en die medewerkers die de gewenste mindset hebben. Stimuleer daarnaast de ontwikkeling van medewerkers, ga flexibel om met rollen en heb aandacht voor het welzijn van medewerkers maar durf ook afscheid te nemen van medewerkers
  2. Leiderschap: Leiderschap moet aansluiten op de bouwschets en maak het mogelijk dat teams autonoom kunnen optreden
  3. Strategische besturing: Denk hierbij aan de volgende praktijkmaatregelen: kwantificeer strategische doelstellingen, richt strategievalidatie in en accepteer dat onbekend is wat strategisch verstandig is. Betrek hierbij productowners en richt een kort cyclisch ritme in voor sturing en reorganiseer de bestaande governance
  4. Meten en afstemming: hierbij kunnen de volgende maatregelen gehanteerd worden: Kijk gezamenlijk terug en vooruit. Maak één productowner verantwoordelijk voor een gehele waardeketen. Maak zaken helemaal af zodat ze door een klant gebruikt kunnen worden. Richt een obeya-ruimte in en maak gebruik van OKR’s voor transparantie van doelen
  5. Financiën: Betrek financiële professionals actief bij agile teams. Help in de overgang van project- naar productfinanciering. Laat een verbeterteam de financiële processen verbeteren
  6. Compliance: Maak kwaliteit een teamverantwoordelijkheid en werk samen met compliance en vertaal afspraken naar compliance by design en de definition of done (DoD)
  7. Technologie: Stimuleer continu integreren en opleveren waarbij de kwaliteit gegarandeerd wordt door geautomatiseerd testen. Stimuleer daarnaast een wendbare architectuur en een date-gedreven werkwijze.

Conclusie: Een vlot leesbaar boek dat precies past in een heen en terug vliegreis naar Vilnius, Litouwen waar ik voor de IPMA Project Excellence assessor sessie moest zijn. Persoonlijk vind ik het eerste deel wat mager. Het is niet meer dan een kort inleidend hoofdstuk. Ik had meer onderwerpen verwacht zoals bijvoorbeeld het effect van disruptieve of exponentiele organisaties als redenen om te moeten transformeren. Neemt niet weg dat dit boek voor iedereen die nadenkt over of ondertussen bezig is met een agile transformatie veel nuttige voorbeelden en valkuilen uit praktijksituaties omvat. Het acht stappenplan biedt mooie handvatten en concrete te nemen acties. Als daarnaast ook gehoor gegeven wordt aan de borging in de structuur en cultuur van de organisatie wordt de kans op een succesvolle transformatie vergroot.

Bestellen:  Agile transformeren

Recensie: Purpose – Het verhaal van de moraal

Paul Stamsnijder neemt ons met zijn het boek Purpose – Het verhaal van de moraal mee in de wereld achter purpose. Wat verwachten stakeholders, hoe bepaal je je eigen hogere doel. Welke soorten purpose zijn er? Hoe neem je je medewerkers hierin mee en hoe communiceer je hierover met de buitenwereld. Purpose is een zaak voor het hoofd, het hart en de handen. Hierbij staat het hoofd voor het weten, bezinning en voor wie doe je het. Het hart symboliseert het willen, de bezieling en het waarom. De handen vertegenwoordigen het doen, beweging en het hoe je het doet.

QRC (Purpose, 200201) v1.0Downloaden: QRC (Purpose, 200201) v1.0

Het boek is onderverdeeld in vijf delen. In het eerste deel laat de auteur zien waarom er nu zoveel aandacht is voor purpose. Purpose is perceptie en dat betekent dat je het begrip zowel positief als negatief kan uitleggen. De auteur hanteert hiervoor respectievelijk de dagdromers en de doemdenkers. De dagdromers zijn van mening dat purpose van invloed is op de samenleving. Purpose geeft zin aan bestaande en nieuwe medewerkers en is het moreel kompas. Purpose voedt verandering en drijft de reputatie. De doemdenkers daarentegen zien purpose als marketing en greenwashing. Zien het voordeel voor iedereen als een illusie. Zij zijn van mening dat een bedrijf gewoon geldt moet verdienen.

In de volgende drie delen staan het hoofd – wat verwachten onze stakeholders, het hart – waar gaan we voor en handen – hoe pakken we het aan, centraal.

Stakeholders worden steeds veeleisender. Een bedrijf dat alleen zijn verantwoordelijkheid neemt op operationeel of commercieel vlak is niet meer voldoende. Maatschappelijke aspecten zoals duurzaamheid, klantgerichtheid, circulariteit, goed werkgeverschap en innovatie spelen een steeds belangrijkere rol. Loze beloftes zijn risicovol en toets of je bedoeling wel relevant is voor alle stakeholders.

Een purpose bedacht in het hoofd moet doorzakken naar het hart. Hoe bepaal je je hogere doel aan de hand van je authentieke drijfveren. Een sterke purpose is geen doel op zich maar een uitgangspunt. Als je weet wat je wilt, komt het beste naar je toe. Purposes zijn te categoriseren door te kijken naar de beloftes die gedaan worden. De auteur onderkent dertien categorieën: beter, eerlijker, liever, bewuster, gemakkelijker, slimmer, veiliger, sterker, plezieriger, nabijer, gelijker, grootser en goedkoper. Per type purpose, bijvoorbeeld beter – de belofte van kwaliteit geeft de auteur een omschrijving en een aantal voorbeelden van bedrijven.

Het deel handen – hoe pakken we het aan gaat over de vraag hoe je je medewerkers meeneemt en hoe je in de verschillende fasen van je ontwikkeling communiceert over je maatschappelijke opgave.

In het laatste deel – begin bij jezelf volgt een toekomstvisie en gaat de auteur op zoek naar het moreel kompas en krijgen we een professionaliseringsmodel waarin je aan de hand van vijftien dimensies kan vaststellen op welk niveau van purpose je zit. Bij purpose 1.0 is het nobele doel vooral verantwoording (extrinsiek gedreven, nadat zich issues hebben voorgedaan). Purpose 2.0 zet het verdienmodel centraal (extrinsiek gedreven, als een middel om meer voorkeur en vertrouwen te genereren). Purpose 3.0 staat voor het vertrekpunt van de organisatie (intrinsiek gedreven, leidend voor al het denken en doen). Alleen als je klein begint, slaag je erin om je stakeholders niet alleen in het hoofd, maar ook in het hart te raken.

Conclusie. Een helder vlot lezend boek dat middels vele voorbeelden het begrip purpose tastbaar maakt en handvatten biedt om je eigen purpose te toetsen, helder te krijgen of aan te scherpen.

Bestellen: Purpose – Het verhaal van de moraal

 

Recensie NR. 9 – 2020 Vakblad Projectmanagement

cover no 9Ondertussen alweer het negende nummer van het Vakblad Projectmanagement gelezen. Het blad wordt binnenkort in de brievenbus afgeleverd. Het is niet meer weg te denken en volgens mij, jammer genoeg, het laatste papieren vakblad voor projectmanagers in Nederland.

Luuk Ketel geeft in het hoofdartikel ‘Zonder projecten geen vooruitgang’ zijn beschouwing op 50 jaar projectmanagement. En dat het vooral projecten zijn die grote veranderingen hebben teweeggebracht. Hij vindt het projectenlandschap ondertussen wel complexer met de vele verschillende frameworks en aanpakken. Hij verwijst hierbij naar mijn boek Scaling Agile waarin 50 verschillende agile frameworks en aanpakken worden beschreven, waarvoor dank (binnenkort verschijnt trouwens een geheel herziene 2e druk waarin ondertussen 70 frameworks behandeld worden). Deze veelheid aan raamwerken komt later nogmaals aan bod in de column ‘De Mondrianisering van het Agile landschap’.

In het artikel ‘25 jaar focus op falen en mogelijke verbeteringen komen Hans Mulder en Jim Johnson van de Standish Group aan het woord. De Standish group heeft in de afgelopen 25 jaar een enorme CHAOS-database opgebouwd met daarin kengetallen van meer dan 100.000 projecten. Om de kans op succesvolle projecten zo groot mogelijk te maken moet je een winnende hand hebben. Een winnende hand omvat de volgende vijf kenmerken: een project moet klein zijn, het proces moet behendig zijn (zoals de Scrum-methodiek), het agile team is bekwaam in zowel het agile proces als de technologie, er is een bekwame producteigenaar of sponsor en de organisatie moet bekwaam zijn in emotionele volwassenheid. Ook vind je hier een weerslag van een interview met Jim Johnson die zijn mening geeft over frameworks en het effect van te veel regels.

Peter Storm geeft in het artikel ‘De bite van het BIT: een goed begin is nog niet het halve werk’ zijn visie op het BIT. Wat willen we nu eigenlijk bereiken met het BIT, controleren of leren en wat zou er dan nog extra gedaan moeten worden?

Leo Klaver interviewt Sabine Coumans die als projectmanager werkt bij KWD en vertelt over haar ervaringen bij de Onderwijsgroep Tilburg en het werken binnen KWD.

Het artikel ‘De psychologie van verandermanagement wordt nog niet goed begrepen’ van de hand van Leo Klaver gaat in op een onderzoek van  McKinsey. In dit onderzoek komen een aantal basisvoorwaarden aan bod die noodzakelijk zijn om werknemers anders te laten werken. Denk hierbij o.a. aan een goed verhaal, rolmodellen en het afstemmen van systemen op het gedrag van de medewerkers.

Jos van der Heiden zoekt in zijn artikel ‘Hoe is de waarde van software te bepalen?’ naar objectieve meetinstrumenten voor de product owner om waarde te bepalen. Het artikel is in tweeën geknipt waarin in dit eerste deel beschreven wordt dat de waarde van software afhankelijk is van de perceptie van de stakeholders van een project en daarmee wordt waardebepaling een onmogelijke opdracht. In het tweede deel ‘Hoe het waardecanvas de product owner helpt waarde te maximaliseren’ staat het waardecanvas centraal. Uitgaande van de balanced score card en het WSJF model bouwt hij zijn waardecanvas op.  Persoonlijk vind ik de kracht van het WSJF model zitten in de eenvoud en het relatieve karakter om daarmee items in een volgorde te zetten (niet meer en niet minder). Dit waardecanvas is m.i. veel te uitgebreid, maakt daarnaast gebruik van absolute getallen en schiet daarmee zijn doel voorbij, maar oordeel zelf.

Connie Aarsbergen-Ligtvoet en Liesbeth Rijsdijk sluiten hun vierluik over wicked vraagstukken af. In hun artikel ‘De governance van ‘wicked’ netwerken’ staat de vraag centraal waar je als projectmanager op moet sturen als er geen hiërarchie en geen concrete doelstellingen zijn? Hierbij wordt uitgegaan van de governance cirkel van Frans van Luit (toezicht – bestuur – beheersing – controle – informatie). De auteurs laten zien hoe netwerkorganisaties verschillen ten opzichte van traditionele (private en publieke) organisaties, waarvoor de governance cirkel oorspronkelijk bedoeld is?

Jaap Stoppels heeft het artikel ‘Governance and support in the sponsoring of projects and programs’, verschenen in Project Management Journal toegankelijk gemaakt. Hij biedt een opsomming van een aantal competenties waarmee een sponsor zowel kan gidsen als faciliteren.

Leo Klaver gaat in het artikel ‘Sell your project’ het gesprek aan over nut en noodzaak van beeldvorming met Peter de Zwart, projectmanager KWD, waarbij je niet alleen het project maar ook jezelf verkoopt. Hierbij is een visualisatie van het project op papier nog steeds een zeer krachtig communicatiemiddel waarbij een plaatje op een iPad in het niet valt.

Jack van Grunsven geeft in het artikel ‘Welke weg leidt naar Rome?’ Een overzicht van een aantal gangbare of nieuwe projectmanagementmethoden inclusief sterke en zwakke punten. Om een methode te kiezen kijkt hij naar structuur, stakeholders, bedrijfsdoelstellingen, beheersing en onzekerheid waarbij zijn voorkeur uitgaat naar het selecteren van best practices uit meerdere methoden.

Uiteraard komen de drie projectfilosofen ook weer aan het woord. Peter Storm vraagt zich af waarom het CBS zo weinig aandacht heeft voor de projectenmarkt die toch een substantieel aandeel in de economie heeft. ‘Meestervervalser’ John Hermarij veegt in zijn stukje ‘De Mondrianisering van het Agile Landschap’ de vloer aan met de vele agile raamwerken. Ben Berndt vraagt zich o.a. af in hoeverre de agile revolutie niet meer een evolutie is van het projectmanagementland of dat het slechts een symptoom is van het #-tijdperk?

Van mijn hand deze keer geen recensie maar een terugblik op drie jaar of te wel 135 projectmanagementboekrecensies en wat mij daarin vooral is opgevallen. Hierbij heb ik een aantal kernwoorden uit de verschillende recensies in een word cloud gevisualiseerd en van commentaar voorzien. 

Conclusie. Wederom een lezenswaardig blad waarin voor iedere projectmanager wel weer een aantal interessante artikelen te vinden zijn!

Geen abonnee maar wel belangstelling voor het blad, en ik kan het van harte aanbevelen, dan is het een kwestie van abonneren. Zie: KWD Resultaatmanagement.

Recensie: Agile zoals het bedoeld is

9789461263575-480x600Christine Karman laat met haar boek Agile zoals het bedoeld is – slagvaardig werken (zonder de bureaucratische rompslomp) zien dat het klakkeloos volgen van de Scrum guide zoals dat door puristen gepropageerd wordt kan ontaarden in bureaucratisch geneuzel. Aan de hand van haar eigen praktijkvoorbeelden krijgen we een beeld hoe zij agile werken ziet en toepast.

Het boek is onderverdeeld in elf korte hoofdstukjes en een zestal intermezzo’s waarin haar eigen ervaringen met agile werken zijn opgetekend. Verschillende aspecten van agile werken zoals het doel van agile werken, agile werken in de praktijk, haar vier principes van slagvaardig werken (stoppen met vergaderen, werk met een multidisciplinaire team, kies voor continuous delivery en maak het team de baas) en de fasering van een project komen aan bod. Ook de, m.i. belangrijkste, zachte kant van agile werken, lees agile werken is mensenwerk, de samenwerking in een team, communicatie en de taak van de manager passeren de revue.

Interessant is haar blik op niet-functionele eisen. Jammer alleen dat ze dit niet verder uitwerkt hoe je daar als agile team mee om kan gaan. Leg je deze niet-functionele eisen vast als acceptatiecriteria bij de user story, in de definition of done of maak je daar eigen stories van? Ook had ik graag gelezen wat haar ervaringen zijn met het voldoen compliance richtlijnen.

Het boekje leest vlot weg en de beschreven anti-patronen en eigen werkwijzen zoals de project startup hackathon bieden handvatten om het agile werken ook eens anders te proberen. Op een aantal momenten blijft het echter te oppervlakkig of wordt het probleem m.i. wat te makkelijk bij de Scrum werkwijze zelf neergelegd. Het is m.i. niet het Scrum ritueel zelf maar de wijze waarop het scrum ritueel binnen de organisatie door de medewerkers zelf wordt ingevuld waarom het geen toegevoegde waarde heeft. Dat ze een aversie tegen vergaderen heeft begrijp ik volkomen maar om alle vergaderingen uit te bannen en daarvoor de gesprekjes bij de koffieautomaat te gebruiken werkt lang niet altijd.

Haar beeld dat een team na iedere iteratie een minimum viable product (MVP) oplevert vind ik onjuist. Een MVP is een met de kleinst mogelijke inspanning te leveren oplossing om een hypothese te testen, om op basis daarvan te besluiten om wel/niet door te gaan. Wat ze beschrijft is een minimum marketable product (MMP).

Neemt niet weg dat het lezen van dit boekje je toch weer met je voeten op de grond zet en je laat nadenken wat je nu eigenlijk wilt bereiken met agile werken. Een volgens het boekje geïmplementeerde werkwijze of een meer wendbaar team of organisatie?

Bestellen: Agile zoals het bedoeld is

 

 

Recensie DevOps …… in beweging

9789090318011-480x600 devopsJan Heunks heeft met het boek DevOps …… in beweging – De handvatten voor een optimale DevOps toepassing (2019) een lijvig boekwerk opgeleverd.

Het boek bestaat uit drie delen:

In deel 1 komt de toegevoegde waarde van DevOps aan de orde en geeft een eerste introductie op DevOps aan de hand van Continuous Delivery en de agile-, ITSM- en Lean IT-werkwijzen. Daarnaast wordt DevOps in relatie tot de waardeketen en de demand-supply-structuur uitgewerkt. Dit deel wordt afgesloten met een stukje historie (met in de bijlage een tijdslijn van DevOps-ontwikkelingen).

Het tweede deel is een theoretische verdieping op een aantal DevOps-kaders en gaat specifiek in op de belangrijkste bewegingen die gelden voor DevOps, zijnde de Lean IT-, Agile- en ITSM-beweging. Binnen Lean-IT komen begrippen zoals her House of lean, Toyota Production System, lean thinking, Continuous Improvement, Kaizen en respect for people aan bod. Bij de Agile-beweging vinden we agile-basis, Scrum, het Agile Manifesto, agile-essenties en agility. Bij ITSM krijgen we een samenvatting van het boek Visible Ops, ITIL en agile binnen IT. Ook DevOps als beweging wordt nader toegelicht. Doorstroming, feedback en continu leren en experimenteren, DevOps-principes en een paradigma-shift staan centraal.

Het derde deel moet inzicht leveren wat het betekent om DevOps in te voeren in een organisatie. Eerst worden bestaande principes, werkwijzen en toepassingen en in het bijzonder het leveren van IT-services, het leveren van nieuwe functionaliteiten en het adviseren over IT-services, van organisaties zonder DevOps besproken. Vervolgens wordt DevOps afgezet tegen de ‘primaire’ ITSM-processen, softwareontwikkeling en projectmanagement. Vervolgens wordt ingegaan op de aanpak waarmee DevOps geïntegreerd kan worden in een bestaande organisatiestructuur en hoe operational excellence bereikt kan worden middels optimale samenwerking binnen cross-functionele teams. Aan de hand van een zestal anti-typen en negen bruikbare typologieën van DevOps teamstructuren krijgt men een goed inzicht in mogelijke verschijningsvormen. Het deel wordt afgesloten met een hoofdstuk over DevOps volwassenheid.

Conclusie: Heel, heel veel theorieën, aanpakken, invalshoeken, feiten en inzichten rond het begrip DevOps. Ik geloof er echter niet in dat dit boek nu al bruikbaar is om te gebruiken als handvat bij je eigen DevOps-reis. Waarom zeg ik dat? Het boek is m.i. nog niet af. Ik denk dat dit boek een voorbeeld is van een boek dat in eigen beheer is uitgegeven (ik kon geen andere boeken vinden van de uitgever). Een redacteur had m.i. wonderen kunnen verrichten en de kwaliteit van dit boek enorm kunnen verhogen.

Persoonlijk had ik moeite met de vele lange ingewikkelde zinnen (ik heb zinnen gelezen met meer dan 63 woorden). Daarbij had ik regelmatig het idee dat het ‘Google Translate’-zinnen waren en ik mij afvroeg wat staat er nu? Storend vond ik de vele, overvloedige Engelse vertalingen die tussen haakjes stonden en die soms weer vragen opriepen (bv. output en outcome zijn bekende begrippen in de project- en programmawereld en worden hier gebruikt als vertalingen voor korte en lange termijn) of andersom kwam het geforceerd gebruik van het Nederlands de leesbaarheid ook niet ten goede. Bijvoorbeeld dubbelslagleren en dan tussen haakjes (double loop learning).

Verschillende figuren worden niet toegelicht of de verwijzing in de tekst naar de figuur ontbreekt. Ook had ik het op prijs gesteld dat een paginagroot figuur over het Phoenix project voorzien was van een verwijzing naar mijn eigen blog waarvoor ik die figuur gemaakt had, maar dat terzijde. Mijn belangrijkste bezwaar is verder de opbouw van het boek. Ik was regelmatig de draad kwijt. Bij verschillende hoofdstukken en/of paragrafen vroeg ik mij af waarom staat dit stuk hier of is dit stuk niet veel te diepgaand. Daarnaast had ik in het derde deel graag concrete aanbevelingen gezien. Nu krijg je wel een toelichting op een aspect bijvoorbeeld Bimodal IT of Brownfield & Greenfield, maar wat dit nu betekent als je DevOps gaat implementeren ontbreekt.

Bestellen: DevOps …… in beweging

Reactie Jan Heunks:

“Met de recensie op het boek ben ik zeker niet ontevreden. De samenvatting die de recensent van de drie boekdelen geeft is een prima weergave, zeker in relatie tot de boekparagrafen ‘woord vooraf’ en ‘om te beginnen’. In deze paragrafen wordt aangegeven dat de DevOps-context erg breed is en het antwoord wat DevOps feitelijk is, niet eenduidig is te beantwoorden en van veel factoren afhankelijk is.

Het zonder eindredactie en het in eigen beheer uitbrengen van een boek is een soort van avontuur en een keus, waarbij input leveren aan de snelgroeiende DevOps-community het uitgangspunt is geweest. De DevOps-reis is in ieder geval sterk afhankelijk van de volwassenheid van een organisatie, nog los van de verschillende soorten organisaties. Als concrete aanbeveling voor een DevOps-reis, iets waar de recensent mogelijk naar op zoek is, verwijs ik graag naar de roadmap-beschrijving (als ‘raamwerk’ en als ‘bestemmingsplan’) in het boek ‘Lean IT – de theorie en praktijk van Lean in een IT-omgeving’. Deze beschrijving is ook zeer behulpzaam bij een DevOps-transformatie.

Al bij al, DevOps is in beweging en iets dat in beweging is, ontwikkelt zich verder op basis van feedback en voortschrijdend inzicht.

Ik beschouw het als een compliment dat de recensie verwijst naar de grote hoeveelheid theorieën, aanpakken, invalshoeken, feiten en inzichten. Want, waar vind je een dergelijke uitgebreide beschrijving, samenhang en inzicht? De vakgenoten/reviewers die hebben bijgedragen aan het tot stand komen van het boek geven dit als volgt aan: er wordt in detail ingegaan op alle zaken die van invloed zijn voor de vorming van DevOps, het geeft overzicht in de DevOps-aspecten en de relatie met andere bewegingen, complexe materie wordt toegankelijk gemaakt, DevOps wordt tastbaar gemaakt met veel handreikingen, volledig en goed beschreven.

Dat sommige onderwerpen (te) diepgaand zijn beschreven en de plaats soms onlogisch lijkt, is herkenbaar. Dit is in het boek ook expliciet toegelicht, als volgt: sommige onderwerpen worden op meerdere plaatsen (in meer of mindere mate) beschreven of herhaald, binnen de dan geldende context; als een verdere verdieping of toelichting.

De aspecten Bimodal IT en Brownfield & Greenfield zijn in het boek toegelicht in het kader van tegenstellingen. De betreffende paragraaf wordt met een belangrijke conclusie afgesloten, die de recensent mogelijk over het hoofd heeft gezien: een kritieke succesfactor, in het kader van DevOps, is het niet vergeten van de menselijke factor omdat het onverstandig is medewerkers met beide tegengestelde werkvormen te laten werken. Dit kan als aanbeveling worden beschouwd, maar dat terzijde. Er worden overigens veel meer van dit soort aanbevelingen (cq succesfactoren) beschreven met de bedoeling dit als overweging mee te nemen in de DevOps-reis. Een lezersreactie: veel nuttige tips en aanbevelingen, dank hiervoor.

De termen output en outcome worden niet ‘vertaald’ in hetgeen de recensent aangeeft, maar worden in een context geplaatst als korte en lange termijn resultaat, oftewel het projectresultaat als output (een korte termijn resultaat) en de te behalen gewenste bedrijfsresultaten, als eindresultaat/outcome (het lange termijn resultaat).

Dat het boek niet bruikbaar is als handvat voor de eigen DevOps-reis beschouw ik als een mening van de recensent. Dat mag, echter verwacht geen concreet stappenplan of een kookboek-achtige beschrijving want die is er niet. Er zijn namelijk erg veel factoren die een succesvolle invoering van DevOps bepalen en even zoveel factoren om in overweging te nemen. Overigens begrijp ik de stellingname van de recensent maar al te goed. Echter, het doel van het boek is de lezer te helpen met het creëren van inzicht in de vele factoren die in meer of mindere mate van invloed zijn bij het behalen van succes met de DevOps-aanpak. Verder beoogt het boek om organisaties, die met de vraag worstelen op welke wijze een begin kan worden gemaakt met de invoering van DevOps, aanknopingspunten te geven waar rekening mee te houden. Twee concrete handvatten zijn blijkbaar door de recensent niet herkend: de DevOps business case en het DevOps Manifesto.

De recensent verwacht concrete aanbevelingen, met name in deel 3. Er zijn op veel plaatsen impliciet en expliciet DevOps-succesfactoren vermeld. De rode draad is dat het succes van DevOps voor een groot deel afhankelijk is van menselijke factoren, een omslag in cultuur en het begrijpen van principes. Ter ondersteuning is de inzet van bepaalde tools en technieken een prima overweging. Dit analoog aan het Shingo-model waaraan een aantal concrete leidende principes zijn verbonden. Dit is ook terug te vinden in het boek.

Een aantal waardevolle opmerkingen van de recensent, die zeker ter harte worden genomen, betreft het geforceerd gebruik van het Nederlands, de vele, overvloedige Engelse vertalingen die tussen haakjes staan en de lange ingewikkelde zinnen. Dit laatste is, ondanks de nodige aandacht die hieraan is besteed, bij een aantal zinnen blijkbaar over het hoofd gezien.”

 

Recensie NR. 8 – 2019 Vakblad Projectmanagement

Afbeelding1Het achtste nummer alweer. Een initiatief dat een paar jaar terug aan een onzekere toekomst was begonnen. Ondertussen kunnen we onzeker wel doorstrepen, het blad heeft in Nederland (en België?) haar positie ingenomen en staat als een huis. Een mooi moment om met een nieuw nummer te komen waar risico en onzekerheid als een rode draad doorheen lopen.

In het hoofdartikel Onzekerheid bij projectmanagers: een risico of bron van inspiratie stelt Luuk Ketel dat je van onzekerheden ook kunt leren. Onzekerheid is niet meetbaar, een risico wel en daarom moet je onzekerheden niet als risico behandelen. Zie onzekerheden als een drijfveer, als een stimulans om na te denken en het nemen van actie.

In het tweede artikel staat Praxis centraal. Een raamwerk waar ik persoonlijk moeite mee hebt. Een aantal onderdelen uit Hoofdzakelijk PRINCE2 en MSP en een beetje MoP zijn samengevoegd maar de finesses ontbreken. Ik ben het dan ook eens met de auteur Jack van Grunsven, die nadat hij eerst een overzicht geeft van Praxis, tot de conclusie komt dat Praxis vooral een goed toegankelijke website is. Noot recensent: Wil je de site gebruiken baseer je je dan op de Engelse versie. De Nederlandse versie vind ik te veel ‘google translate’.

In Hoe kweek je een zelflerend team? gaat Peter Storm in op het trainen van het aanpassingsvermogen van het team. Hierbij spelen de vier onderling samenhangende teamkwaliteiten nieuwsgierigheid & openheid, omgaan met stress, situationeel inzicht en een gezamenlijk mentaal model een rol. Jammer dat de rol van de scrum master hierin niet is meegenomen.

Ronald Kappert, Rob Develing en Rogier van der Heijden hebben onderzocht hoe de samenwerking tussen opdrachtgever en projectmanager beter vormgegeven kan worden. Hierbij is gebruik gemaakt van de Piramide van Lencioni en het Principal-Agent model. Dit onderzoek laat zien dat acht aandachtspunten kunnen helpen de samenwerking op te bouwen en te borgen en daarmee bijdragen aan het succes van het project:

  1. Vertrouwen in elkaar
  2. Bestaansrecht van het project
  3. (Gelijklopende) belangen
  4. Goede afspraken
  5. Zoek elkaar op
  6. Transparantie en open communicatie
  7. Onafhankelijkheid en ruimte
  8. Feedback geven en ontvangen

Ook gaan de auteurs in op signalen waaraan je kan zien dat de samenwerking niet goed gaat.

In het artikel Het organiseren van projecten wordt er niet makkelijker op gaat Rudy Kor in op het gedoe in en rond projecten. De onduidelijkheid over wie over wat mag beslissen? Hij kijkt naar zelfsturende teams, projectmanagers en projectleiders en wat ze zoal wel/niet mogen (moeten) doen.

Erik van Daalen gaat in het tweede artikel van een driedelige reeks over de rol van de projectmanager bij de totstandkoming van agile contracten in op agile procurement. De agile contract projectmanagement (ACPM) wordt beschreven aan de hand van vier elementen: kernwaarden, principes, proces en stuurknoppen. Ook komen verschillende succesfactoren (kennis en vaardigheden) aan bod die de projectmanager helpen om een ACPM-traject goed en succesvol te begeleiden.

In het artikel Worstelen met onzekerheid geeft Ben Berndt een impressie van wat er zoal is geschreven over onzekerheid. Zonder de pretentie volledig te willen (kunnen) zijn gaat hij in op een achttal relevante boeken of artikelen.

Remco te Winkel houdt een pleidooi voor de Agile Officer. Hij gaat in op de ontwikkeling en trendbreuken bij de ontwikkeling van een PMO en ziet voor het permanente PMO in een agile omgeving nog steeds ruimte. Agile portfoliomanagement blijft nodig, zij het dat het een meer continu iteratief proces wordt. Hij noemt de PMO’er in de agile omgeving de Agile Officer. Persoonlijk zou ik gewoon bij de portfoliomanager blijven die een veelal hybride portfolio zal managen naast medewerkers die het Center of Excellence bemannen.

In het artikel Omgaan met onzekerheid in een project stelt Peter Storm dat risico’s en onzekerheden niet gezien moeten worden als varianten van hetzelfde fenomeen. Bij het omgaan met risico’s staan feiten centraal, bij het omgaan met onzekerheden staat intuïtie centraal. Bij het beschrijven van mogelijke scenario’s kunnen zowel de risico’s als de onzekerheden worden meegenomen zodat ook de onzekerheden op tafel liggen en niet verstopt worden.

Van Leo Klaver een interview met Pauline Schömbs, een van de vrouwelijke KWD-projectmanagers. Pauline stelt direct dat er geen onderscheid is tussen man of vrouw bij het tot een goed einde brengen van een project. Het gaat om het resultaat maar de weg daarnaartoe verschilt. Een vrouwelijke projectmanager werkt anders en dat anders is waarnaar gezocht wordt in het interview. Een vrouw kijkt bijvoorbeeld anders naar situaties, zijn effectiever in het scheppen van vertrouwen en het creëren van een band met een opdrachtgever en durven eerder om hulp te vragen. Dit zijn aspecten waar een mannelijke projectmanager nog wat van kan leren. Anderzijds kan een vrouwelijke projectmanager leren van mannelijke projectleiders waarmee onderbouwd wordt dat ze elkaar goed kunnen ondersteunen.

In het laatste artikel Hoe zijn projecten te managen in een VUCA-wereld? gaan Rik Berbé en Ben Berndt in op het begrip VUCA. Zij beschrijven de uitdagingen weergegeven door de vier letters, al dan niet in projecten: volatiliteit, onzekerheid, complexiteit en ambiguïteit. Om deze uitdagingen het hoofd te kunnen bieden gaan ze vervolgens aan de hand van een casestudie (reis naar de zuidpool) in op een aantal eigenschappen/capaciteiten die essentieel zijn zoals sensitiviteit en adaptiviteit.

Uiteraard komen de drie projectfilosofen ook weer aan het woord. John Hermarij beschrijft risicovolle en kansrijke onzekerheden en houdt een pleidooi voor een opportuniteitsanalyse. Ben Berndt duikt in de paradoxale kenmerken van onzekerheden aan de hand van een verhaal van Reb Meir van Premishlan, de kloosterregels van Benedictus en hoe het VS-waterpoloteam onzekerheid aanpakt. Tenslotte kijkt Peter Storm naar verschillen tussen mannen en vrouwen, tussen rangorde en pikorde, tussen samenwerken en samenleven.

Van mijn hand is deze keer een recensie van het boek Kookboek voor bewuste verandering – sustainable change.

Conclusie. Wederom een lezenswaardig blad waarmee je het risico dat je te weinig weet van risico en onzekerheid kan mitigeren.

Geen abonnee maar wel belangstelling voor het blad, en ik kan het van harte aanbevelen, dan is het een kwestie van abonneren. Zie: KWD Resultaatmanagement.

 

 

Recensie Brave new work

9789047012733-480x600Aaron Dignan laat in zijn boek Brave new workzien hoe hij aankijkt tegen evolutionaire (wendbare) organisaties en wat je kan doen om ook een wendbare organisatie te worden.

Het boek is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel – De toekomst van ons werklaat zien hoe als gevolg van de technologische vooruitgang ons werk is veranderd en anderzijds dat voor veel organisaties dit niet geldt voor het management. Een organogram van een organisatie van 100 jaar terug, ziet er vandaag de dag bij vele organisaties nog steeds zo uit. Maar er zijn ook organisaties die het compleet anders doen waarbij de illusie van controle wordt ingeruild voor iets veel beters. Deze grensverleggende organisaties noemt de auteur evolutionaire organisaties. Evolutionaire organisaties hebben een positief mensbeeld en zijn complexiteitsbewust en gebruiken deze mindsets om hun gezamenlijke operating system (hoe de organisatie werkt) met zijn allen continu te verbeteren.

Op basis van opmerkingen door het gehele boek zijn evolutionaire organisaties als volgt te karakteriseren:

  • Groeien zonder dat dit ten koste gaat van hun cultuur
  • Werken minder uren maar krijgen meer gedaan
  • Hebben duurzaamheid hoog in het vaandel, maar blijven hoge winsten maken
  • Creëren welvaart voor aandeelhouders en hun werknemers, klanten en omgeving
  • Weten dat als je mensen als onnozelaars behandelt, ze zich ook zo zullen gedragen en als je ze behandelt als kanjers, ze kanjers worden
  • Hebben een opbouwend doel, oftewel een missie die mensen doet opbloeien
  • Zorgen ervoor dat iedereen de vrijheid en autonomie heeft om te werken aan het hogere doel van de organisatie
  • leggen focus op hun waarde creërende structuur
  • Werken vaak met eenheden of cellen van tien tot honderdvijftig zelfstandige medewerkers
  • Zijn transparant
  • Zoeken elkaar op
  • Nemen sneller betere beslissingen
  • Iedereen kan een besluit nemen, maar moeten wel advies vragen aan collega’s met ervaring of die de gevolgen ondervinden
  • Zijn dynamisch bij het toewijzen van middelen
  • Creëren teams en heffen deze waar nodig weer op
  • Innoveren producten en processen
  • Komen samen op twaalf gebieden (het OS-canvas).

Dit laatste punt, evolutionaire organisaties komen samen op 12 gebieden, wordt uitgewerkt in deel twee – Het operating system. De 12 gebieden vormen het OS-canvas (Operating System Canvas).

Het OS-canvas:

  • PURPOSE: Hoe we onze koers bepalen en hierop sturen. De bestaansreden die de essentie vormt van een organisatie, team of individu.
  • AUTORITEIT: Hoe we de zeggenschap verdelen en beslissingen nemen. Het recht om beslissingen en maatregelen te nemen of om anderen aan te zetten dat te doen.
  • STRUCTUUR: Hoe we ons organiseren en teams vormen. De anatomie van de organisatie en formele, informele en waarde creërende netwerken.
  • STRATEGIE: Hoe we plannen en prioriteren. Het proces waarmee we cruciale factoren of uitdagingen identificeren en de middelen die we gebruiken om deze te overwinnen.
  • MIDDELEN: Hoe we onze tijd en ons geld besteden. De toewijzing van kapitaal, inspanning, ruimte en andere assets.
  • INNOVATIE: Hoe we leren en onszelf ontwikkelen. Het creëren van iets nieuws en het door ontwikkelen van wat al bestaat.
  • WORKFLOW: Hoe w ons werk verdelen en uitvoeren. Het pad en proces van waarde creatie.
  • VERGADERINGEN: Hoe we samenkomen en coördineren. De vele manieren waarop teams en leden ervan samenkomen.
  • INFORMATIE: Hoe we data delen en gebruiken. Hoe data, inzichten en kennis door de organisatie stromen.
  • LIDMAATSCHAP: Hoe we relaties definiëren en cultiveren. De kaders en voorwaarden die gelden wanneer je toetreedt tot teams of organisaties, hier deel van uitmaakt of deze verlaat.
  • MEESTERSCHAP: Hoe we groeien en volwassen worden. De reis van zelfontdekking en -ontwikkeling en de manier waarop talent, vaardigheden en competenties voeden.
  • BELONING:Hoe en in welke vorm we belonen. Lonen, salarissen, bonussen, commissies, secondaire arbeidsvoorwaarden, winstdeling, aandelen en opties.

QRC (Brave new work, 190901) v1.0Downloaden: QRC (Brave new work, 190901) v1.0

Ieder onderdeel uit het OS-canvas wordt in een eigen hoofdstuk nader uitgewerkt. Je krijgt een uitgebreide toelichting aan de hand van concrete voorbeelden. Ook worden vele toe te passen technieken en stappenplannen aangereikt. Daarnaast krijg je per onderdeel een vragenlijst die aan de gehele organisatie of aan een afzonderlijke teams gesteld kunnen worden ter ondersteuning van uitstekende gesprekken en indringende verhalen om te bepalen welke elementen in je cultuur moeten worden versterkt en wat er anders moet. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een toelichting op de twee mindsets. Hoe kun je een positief mensbeeld en complexiteitsbewustzijn verwerken in het beschreven onderdeel.

In het derde deel – De verandering staat de vraag centraal hoe een transformatie van het operating system gemiddeld genomen in zijn werk gaat. Hierbij wordt uitgegaan van een doorlopende participerende verandering. Binnen deze doorlopende participerende verandering spelen zes patronen een belangrijke rol (N.B. het is geen stappenplan want de volgorde ligt niet vast, het zijn meer drempels waar je overheen moet).

  • Commitment: Wanneer degenen met macht of invloed zich inzetten om de bureaucratie een halt toe te roepen (Autonomie, instemming, transparantie)
  • Grenzen: Wanneer een liminale ruimte wordt gemaakt en beschermd
  • Priming: Wanneer iedereen wordt uitgenodigd om anders te denken en te werken (complexiteit, emergentie, zelforganisatie, organisatieschuld, agile, lean, motivatie, zelfbewustzijn, meesterschap, et cetera)
  • Looping: Wanneer verandering wordt gedecentraliseerd en zelfsturing begint (spanningen identificeren, maatregelen treffen, experimenten uitvoeren)
  • Omslag: Wanneer het systeem het omslagpunt heeft bereikt en er geen weg meer terug is
  • Continuïteit: Wanneer doorlopende participerende verandering een manier van leven is geworden en de organisatie een bijdrage levert aan de bredere praktijkgemeenschap (de rol van de leider: ruimte creëren, ruimte behouden).

Conclusie: Een boek dat laat zien wat het betekent om een wendbare organisatie te worden zonder te verzanden in een beschrijving van het implementeren van een (scaling) agile framework, want daarmee alleen kom je er niet. Een must read voor managers, met vele praktische handvatten om aan de gang te gaan.

Bestellen (Managementboek.nl): Brave new work

Bestellen (Bol.com): Brave new work