Tag Archives: projectmanagement

Boekrecensie: Ik wil resultaat!

9789081234078-200x300Ik wil resultaat! Resultaatmanagement voor en door projectmanagers is alweer het zesde boekje in de KWD Reeks. Het boek is geschreven door Prof.dr.ir. Fred J. Heemstra, Drs. Arjan Jonker, Drs.ing. Gerard Meijer en Ing. Luuk Ketel en ook deze keer zijn de schrijvers erin geslaagd er een leesbaar en leerzaam boekje van te maken.

Het boek is onderverdeeld in 6 hoofdstukken.

Hoofdstuk 1, Iedereen wil resultaten, gaat in op resultaatmanagement. De schrijvers zien resultaatmanagement als een combinatie van de ‘harde’ instrumenten uit de projectmanagementwereld en de soft skills uit de gedragswereld.

In hoofdstuk twee, Resultaatmanagement, staan de vier kerncompetenties beoordelingsvermogen, beeldvorming, realisatievermogen en verbinden centraal. Er wordt een framework resultaatmanagement beschreven (wie, wat, hoe) om te komen tot een succesvol project.

De hoofdstukken drie, vier en vijf vormen het hart van het boek. In hoofdstuk drie, Sturen op resultaten: wat heb je daarvoor nodig?, gaan de auteurs in wat het betekent om langs de as van de vier kerncompetenties te sturen. Welke soft skills heb je naast de harde instrumenten nodig om resultaatgericht te kunnen zijn en dit voorzien van vele praktische tip en tricks.

Hoofdstuk vier, Sturen op resultaten: hoe doe je dat?, beschrijft de stuurcyclus voor het sturen op resultaten:

  • Bepalen van resultaat
  • Committeren aan resultaten
  • Projectactiviteiten plannen
  • Resultaten “produceren”
  • Resultaten monitoren
  • Het project/het werk managen
  • Resultaten evalueren (en verbeteren)
  • Resultaten rapporteren.

Ook hier krijgen we weer vele tips en tricks.

Hoofdstuk vijf, De resultaatgerichte opdrachtgever en projectmanager, gaat in op motivatie, persoonlijkheid en de vier kerncompetenties als voorwaarden waaraan zowel de projectmanager als de opdrachtgever moeten voldoen om goed te kunnen sturen op resultaten en zijn hierbij leidend voor hun gedrag. Het Big Five-model wordt gebruikt om de ‘ideale’ persoonlijkheidskenmerken van de projectmanager te beschrijven (Negatieve associatie, Extraversie, Openstaan, Altruïsme en Consciëntieusheid). Verder krijgen we een overzicht hoe zowel de projectmanager als de opdrachtgever de verschillende kerncompetenties inzetten, welke soorten relaties tussen opdrachtgever en projectmanager, de kenmerken en de gevolgen voor het resultaat er bestaan en tips voor zowel opdrachtgever als projectmanager om de relatie te verbeteren (kwetsbaarheid, nabijheid, resonantie, overeenkomsten en veilige plaats).

Het laatste hoofdstuk, Wat levert het op?, biedt nog een aantal belangrijke krenten uit het gebodene die de auteurs als slotboodschap meegeven.

Conclusie: Persoonlijk vind ik het neerzetten van resultaatmanagement als een combinatie van de ‘harde’ instrumenten uit de projectmanagementwereld en de soft skills uit de gedragswereld een onterechte verdeling. Ik teken vaak bij trainingen projectmanagement in de vorm van een cirkel die ik in vier kwarten verdeel. Respectievelijk ‘Ik’, ‘Wij’, ‘Zij’ en ‘Het’. Binnen het ‘Het’ zie ik een projectmanagementmethode en technieken. Dit kwart beschrijft de ‘harde’ kant. De overige drie kwarten beschrijven de zachte kant met een focus op jezelf, het team en de stakeholders en alle gedragsaspecten die daarbij horen. Projectmanagement omvat daarbij alle vier de kwarten en niet alleen het ‘Het’ kwart. Wat mij betreft is resultaatmanagement gewoon goed projectmanagement en dat kan niet zonder de soft skills.

Ook vind ik de resultaatketen met daarbinnen output-outcome-benefit onvoldoende uit de verf komen. Het wordt aangestipt in het eerste en het laatste hoofdstuk maar verder gaat het hele boek toch over het leveren van output. Wellicht biedt MSP met het proces Realizing Benefits (manage pre-transition, transition en post-transition) uitkomst. Ook voorzie ik met het werken met steeds meer permanente agile teams dat de focus van projectmanagers zich steeds meer gaat richten op de outcome en zal de projectmanager steeds meer in een situatie van invloed zonder macht terecht komen en dat vraagt bijbehorende competenties. Wellicht had hoofdstuk vijf nog uitgebreid kunnen worden met drijfveren volgens Graves en wat die betekenen op de as van projectmanager en opdrachtgever. Ook zie ik een verschuiving in de ideaalprofielen van projectmanagers plaatsvinden binnen de agile wereld.

Neemt niet weg dat dit boekje het lezen meer dan waard is. Het clusteren van competenties in een viertal kerncompetenties is een goed idee (zie ook een van mijn vorige blog posts waarin ik aangeef dat IPMA met zijn vele competenties en leerdoelen is doorgeschoten). Ook de tips en tricks laten zien dat het gebodene praktisch gemaakt wordt. Daarnaast krijgen we ook weer een aantal handige checklists via de KWD App (Hoe resultaatgericht zijn mijn afspraken?, Hoe resultaatgericht is de projectmanager? En Hoe resultaatgericht is de opdrachtgever?). Kortom, los van mijn commentaar, het lezen meer dan waard!

Bestellen: Ik wil resultaat!

Advertisements

Recensie: Project Canvas. Samen naar de kern van je project

9789462761117-480x600In lijn met het boek Program Canvas (zie mijn recensie) hebben Rudy Kor, Jo Bos en Theo van der Tak het boek ‘Project Canvas. Samen naar de kern van je project’ geschreven. Ook hier een A3 (of A4) one-pager, de Project Canvas, waarin de essentie van een project wordt vastgelegd en waarmee de dialoog kan worden aangegaan met stakeholders rond het project.

De Project Canvas kan het projectvoorstel (project brief) in PRINCE2 / PRINCE2 Agile termen of de project charter in PMBoK termen vervangen.

Het boek is onderverdeeld in vijf hoofdstukken.

Het eerste hoofdstuk positioneert de Project Canvas in de levenscyclus van een project. Het project wordt afgezet tegen andere vormen van samenwerking zoals routine, programma, proces en improvisatie. Daarnaast krijg je inzicht in de mate van voorspelbaarheid van de verschillende samenwerkingsvormen.

Hoofdstuk twee beschrijft de opbouw van het Project Canvas.img_1471

 

 

 

Het Project Canvas bestaat uit vijftien elementen die in vijf blokken zijn onder te verdelen:

  • Wat? (Achtergrond, Probleem/Uitdaging, Doelen, Resultaat, Afbakening)
  • Wie? (Opdrachtgever, Belanghebbenden, Projectteam)
  • Hoe? (Aanpak, Risico’s, Afhankelijkheden)
  • Waarbinnen? (Randvoorwaarden, Kwaliteit)
  • Waarmee? (Tijd, Geld).

Per element krijgen we een beschrijving en vier hulpvragen om de gedachten te ordenen.

Hoofdstuk drie beschrijft het creatieproces om te komen tot een ingevulde Project Canvas. Zowel een ontwerp- als een ontwikkelbenadering worden toegelicht alsmede werkvormen en het faciliteren van een Project Canvas workshop.

In hoofdstuk vier staan Projectmatig Werken en Projectmatig Creëren centraal. Met alleen een Project Canvas ben je er nog niet. Projectmanagement vergt aandacht voor de vier thema’s inhoud, organiseren, aanpak en beheersing. Het hoofdstuk wordt afgesloten met twee ingevulde Project Canvassen van de projecten opstellen programmacontract duurzaamheid en Maken Project Canvas boek.

Het laatste hoofdstuk laat zien hoe de Project Canvas aansluit op PRINCE2 van Axelos, de PMBoK van PMI en AgilePM van DSDM.

Conclusie

Is het uniek? Nee. Is het praktisch toepasbaar? Zeer zeker. Het boek leest vlot weg en is voorzien van overzichtelijke tekeningen en biedt een heldere toelichting op het invullen.

In 2009 schreef ik het boek De praktische PRINCE2 en daarin zit een aanpak om alle PRINCE2 managementproducten samen te stellen met behulp van PowerPoint bouwstenen. De basisbouwsteen hierin is de Mandate one-pager. In deze Mandate one-pager komen de volgende blokjes voor: Achtergrond/Rationale, Projectmanagementteamstructuur, Doelen, Producten, In scope, Out of scope, Start/Einddata, Kosten, Risico’s, Beperkingen en Afhankelijkheden.

De Project Canvas lijkt op een verder doorontwikkelde versie van de one-pager die ik toen beschreven had. De auteurs gaan echter verder. Naast een logische opzet bieden ze ook allerlei handvatten en hulpvragen om tot invulling te komen als ook een klustering van de verschillende blokken en mogelijke volgorden van invulling. Ik zie de Project Canvas dan ook als een prima instrument om zonder dikke pakken papier de dialoog met de belangrijkste stakeholders aan te gaan.

Bij het downloaden van de Project Canvas template kreeg ik nog een paar verrassende resultaten van door anderen ontwikkelde Project Canvas modellen:

  • http://www.projectcanvas.dk biedt naast een template voor de Project Canvas ook een boekje met toelichting op de Project Canvas. Op deze Project Canvas vinden we de volgende elementen: Purpose, Scope, Success Criteria, Actions, Milestones, Team, Stakeholders, Users, Resources, Constraints, Risks.
  • Ook vond ik verschillende verwijzingen naar een Project Canvas inclusief tools om de canvas in te vullen. Op deze canvas vinden we de volgende elementen: Users, User Benefits, Goals, Participants, Activities, Deliverables, Risks, Milestones, Constraints, Scope.

Ook op basis hiervan kunnen we dus stellen de in dit boek beschreven Project Canvas het meest uitgewerkt is.

Bestellen: Project Canvas. Samen naar de kern van je project

Boekrecensie: De complete projectmanager

9789401800419-480x600Roel Wessels neemt ons mee in zijn boek De complete projectmanager. Essentie en toepassing van projectmanagement en agile leiderschap naar, in zijn ogen, de kern, het hoe, van projectmanagement en de mens achter de projectmanager. Een vastlegging van zijn eigen persoonlijke ervaringen gedurende de afgelopen twintig jaar.

Het boek is onderverdeeld in drie delen. Het eerste deel beschrijft het opzetten en managen van een project. Deel twee gaat in op het maken van een plan en planning en het laatste deel gaat in op de dag dagelijkse aansturing van je project. De rode draad door het boek loopt vanuit reactief via proactief naar beïnvloeden.

Deel 1: Opzetten en managen

Het eerste hoofdstuk gaat in op de &-&-&-paradox. Meer doen met minder en grip op het project en het team autonomie geven en onzekerheden zien en commitment geven. Je krijgt inzicht in het Cynefin model van Snowden, een standaard waterval projectaanpak en agile werken en uitvoeren.

Hoofstuk 2 beschrijft aan de hand van een analogie met een Tomtom hoe je als projectmanager snel en flexibel kan inspelen op veranderende omstandigheden, wat het betekent om alternatieve plannen achter de hand te hebben, hoe je vooraf en tijdens de uitvoering communiceert over waar je staat en wat er nog gaat komen om daarmee vertrouwen te creëren bij je stakeholders en jezelf. Stakeholdermanagement komt hierbij uitgebreid aan bod.

Het V-model en de focus op kritische parameters staan centraal in hoofdstuk 3. Het V-model legt de relatie tussen de definitieactiviteiten en de corresponderende testactiviteiten. De auteur beschrijft een aantal technieken om veel eerder feedback te krijgen tijdens het specificeren en ontwerpen. Hierbij worden technieken zoals Design for X (DfX) gebruikt. Waarbij de X staat voor Manufacturing (DfM), Reliability (DfR), Testability (DfT), Six Sigma (DfSS). Ook komt het incrementeel en iteratief ontwikkelen aan bod waarbij je veelvuldig de mogelijkheid voor feedback inbouwt.

In hoofdstuk 4 neemt de auteur je mee in het belang van slim leiderschap en bijbehorend gedrag. Hard werken levert een factor 2 op waar slim leiderschap en gedrag een factor 10 oplevert. Verschillende theorieën en hoe ze bewust zijn toe te passen passeren de revue, zoals: omdenken, Covey’s zeven eigenschappen van effectief leiderschap, en situationeel leiderschap.

Deel 2: Maken van een plan en planning

Hoofdstuk 5 gaat in op het toepassen van een product breakdown structure eventueel aangevuld met een work breakdown structure op het laagste niveau om te komen tot een planning op hoofdlijnen en meer gedetailleerdere planningen. Voor agile opleverteams passeren de product backlog en user stories de revue.

Aansluitend gaat hoofdstuk 6 in op een 10 stappen-plan om te komen tot een projectmanagementplan. Waaronder het bepalen van de omvang van het project aan de hand van de work breakdown structure en onderkende risico’s, en een kritieke pad analyse om te komen tot een gedetailleerde planning. Ook komt de rationele en psychologische kant van ureninschattingen aan bod.

Deel 3: de dag dagelijkse aansturing

In hoofdstuk 7 staat de projectorganisatie centraal. Het PRINCE2 organisatiemodel wordt hiervoor gebruikt. De auteur beschrijft hoe je als projectmanager omgaat met creativiteit en het motiveren van de teamleden. Verschillende theorieën passeren de revue zoals McGregor’s X- en Y-theorie, de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan, en Herzberg’s intrinsiek motiverende factoren.

Hoofdstuk 8 laat het belang van ritme als essentiële succesfactor voor projectmanagement zien. Zonder heartbeat geen PDCA-cyclus. Het EOS-model van Wickman met de zes kerncomponenten visie, mensen, data, issues, proces en tractie wordt behandeld.

De blinde vink is het kernthema van hoofdstuk 9. Als je iets afvinkt als gereed dan moet het ook echt af zijn. Door de juiste mindset, review- en inspectietechnieken, additionele DfX activiteiten (zie hoofdstuk 3), HALT testen en agile werken is deze blinde vink te voorkomen.

Het laatste hoofdstuk beschrijft de final countdown. Hoe stuur je, in de heartbeat van je project, je team aan, hoe rapporteer je aan je stakeholders hoe lang het nog gaat duren. Hoe ga je om met wijzigingen gedurende de rit. Hoe los je problemen op. Met de beschreven 8D-methode van Ford kan dit op een gestructureerde wijze tot de gewenste oplossing leiden.

Conclusie: Het boek beschrijft een sterk waterval gedreven projectaanpak met op verschillende plaatsen integratie met agile principes en tools. Het agile gedachtengoed, de principes hadden m.i. verder doorgevoerd kunnen worden maar zoals gezegd het boek beschrijft de ervaringen van de afgelopen 20 jaar. Wellicht had een hoofdstuk over verdergaande integratie en toepassing van het agile gedachtengoed op zijn plaats geweest. Wat betekent het als je geen volledige pbs maakt maar de details overlaat aan het ontwikkelteam en de product owner, hoe pas je het gebruik van een pbs toe op epics en features om te komen tot user stories? Wat betekent het voor de projectorganisatie als je met agile teams werkt? Hoe gaat je projectmodel eruitzien als incrementeel en iteratief ontwikkelen en opleveren veel verder wordt doorgevoerd? etc.

Het boek overstijgt de methodische kant door de bespreking van de vele gedragsaspecten, dillema’s en praktische voorbeelden en anekdoten om projectmanagementsucces te bereiken en hierin zit dan ook de grootste toegevoegde waarde van dit boek.

Op de site www.roelwessels.nl is De complete projectmanager (DCP) toolkit te vinden met daarin een twintigtal tools en templates (nb. Worden binnenkort vrijgegeven).

Bestellen: De complete projectmanager

Boekrecensie: Projectmanagement voor niet-projectmanagers

9789047009481-480x600Kory Kogon, Suzette Blakemore en James Wood hebben het boek ‘Projectmanagement voor niet-projectmanagers’ geschreven voor niet-projectmanagers die een project tot een goed einde willen brengen.

Je kan het boek zien als een PMBoK light plus. Light omdat de auteurs de PMBoK met zijn vijf procesgroepen Start, Planning, Uitvoering, Monitoring en controle en Afsluiting tot de essentie hebben teruggebracht en plus omdat er eigen inzichten aan zijn toegevoegd en vier fundamentele gedragspatronen beschreven worden waar het succes van het project mee valt of staat.

Het boek is onderverdeeld in zeven hoofdstukken. De eerste twee inleidende hoofdstukken gaan in op de wereld van ‘onofficieel’ projectmanagement en laten zien dat met alleen de juiste projectmanagementprocessen je er niet komt. Het gaat om de combinatie van mensen en het proces om succes te kunnen realiseren. De schrijvers hebben vier fundamentele gedragspatronen geïdentificeerd waarmee je als projectmanager het informele gezag kunt verwerven om teammedewerkers te motiveren en enthousiasmeren om de gewenste projectresultaten mee te helpen realiseren. Volgens de auteurs zijn de volgende vier leiderschapskenmerken cruciaal:

  • Toon respect
  • Luister eerst
  • Verduidelijk verwachtingen
  • Houd mensen verantwoordelijk

De volgende vijf hoofdstukken beschrijven respectievelijk de verschillende procesgroepen Start, Planning, Uitvoering, Monitoring en controle en Afsluiting. Iedere procesgroep wordt ingeleid met de noodzakelijke mindset dat je je eigen moet maken om de geboden skiset en onderliggende tools effectief te kunnen inzetten. Er worden een aantal voorbeeldprojecten gebruikt die in de verschillende hoofdstukken terugkeren. Ook de genoemde gedragspatronen komen in de gegeven context uitgebreid aan bod.

Zie ook het bijgaande schema waarin ik de procesgroepen, mindset, skillset en tools heb samengevat. Downloaden: Projectmanagement voor niet-projectmanagers (QRC, 160801) v1.0

Dia1Hoofdstuk 3: Start beschrijft het opstarten van het project. Hier gaan we in op stakeholdermanagement en scopemanagement. We krijgen tools aangeboden om stakeholders te identificeren, de dialoog met ze aan te gaan, een interview te houden en het belang van het project scope statement.

Hoofdstuk 4: Planning gaat in op risicomanagement, het beteugelen van risico’s en opstellen van een risicomanagementplan en het ontwikkelen van een projectcommunicatieplan en een projectschema. Bij het projectschema wordt uitgebreid stil gestaan bij creëren van dit schema middels mindmaps, lineaire lijsten, post-it methode en gantt-diagram. Welke afhankelijkheden (eind-begin, begin-begin, eind-eind) kunnen er zijn en wat is het kritieke pad.

Hoofdstuk 5: Uitvoering gaat vooral in op betrokkenheid en teamverantwoordelijkheid. Het creëren van een cadans van verantwoordelijkheid en bijbehorende team accountability sessies en het voeren van prestatiegesprekken (feedback) aan de hand van een gespreksplanner.

Hoofdstuk 6: Monitoring beschrijft het meer dan noodzakelijke op de hoogte houden van je stakeholders middels o.a. Een projectstatusrapport en het effectief kunnen managen van scopewijzigingen (vervaging versus verheldering) middels een verzoek tot projectwijziging.

Het laatste hoofdstuk Afsluiting gaat in op de de noodzaak om projecten af te sluiten en hoe je geleerde lessen voor latere gelegenheden kan benutten. Middels een afsluitingschecklist zorg je ervoor dat er geen aspecten over het hoofd worden gezien bij het afsluiten.

Conclusie: de auteurs slagen erin om de veel omvattende PMBoK van PMI in een light versie te vertalen. Het regelmatig terug laten komen van de vier gedragspatronen is sterk.

Kijkend naar het huidige tijdsbeeld waar business agility en agile werken sterk in de belangstelling staan vind ik het jammer dat dit geen aandacht krijgt. De aanpak is volledig waterval uitgaande van een volledig uitgewerkte scope. De opmerking “Voor jouw projecten hoef je het technisch gecompliceerde Agile-systeem waarschijnlijk niet te implementeren, maar je moet wel voorbereid zijn op veranderingen en er flexibel mee kunnen omgaan” vind ik dan ook erg kort door de bocht. Juist ook bij dit soort trajecten kan een agile-aanpak veel voordelen opleveren.

Bestellen: Projectmanagement voor niet-projectmanagers

Recensie: Een geschiedenis, heden en toekomst van project-, programma-, en portfoliomanagement.

geschRené Hombergen heeft een lijvig boekwerk (552 pagina’s) geschreven: Een geschiedenis, heden en toekomst van project-, programma-, en portfoliomanagement. Van piramiden in steen en organisatie, tot waarde scheppende teams. Het boek is onderverdeeld in een vijftal delen.

Het eerste deel zoemt in op projectresultaten en -processen uit het verleden. Beginnend bij projecten zoals de piramiden in Egypte, de Chinese muur, de Acropolis en het Colosseum. Projecten die op enige wijze gemanaged moeten zijn maar er zijn geen onderliggende projectmanagement documenten van bekend. Vervolgens komen we bij een periode waar er ook geschriften zijn te vinden met daarin een taakverdeling tussen architect en aannemer. Vanaf de 2e helft van de 20ste eeuw zien dat projecten worden opgepakt volgens een methode.

Het tweede deel stelt projectmanagement centraal waarbij een drietal gezichtspunten als uitgangspunt dienen: geografisch, disciplinair en historisch.

De volgende methoden passeren de revue:

  • Systems Enginering
  • PMBoK (Project Management Body of Knowledge, PMI)
  • PMW (ProjectMatig Werken)
  • PRINCE2 (PRojects IN Controlled Environment, Axelos)
  • DSDM
  • PC (Projectmatig Creëren)
  • Srum
  • NPD (New Product Development for Fast Moving Consumer Goods; NPD 4 FMCG). NPD richt zich sterk op de eindklant in de detailhandel).
  • A4-projectmanagement

In het derde deel staat programmamanagement centraal en krijgen we inzicht in de ontstaansgeschiedenis en komen de volgende methoden aan bod:

  • PGM (ProGrammaManagement)
  • MSP (Managing Succesful Programmes, Axelos)
  • SPM (Standard for Program Management, PMI)
  • IPM (Integraal ProgrammaManagement)
  • PGMC (Programmatisch Creëren)
  • APgM (Agile Programme Management)
  • A4-Programmamanagement

In het vierde deel komt portfoliomanagement aan bod. Ook hier weer de ontstaansgeschiedenis en een aantal methoden:

  • PfMfNP (Portfolio Management for New Products)
  • EPM (Enterprise Programma Management: omvat alle projecten in een organisatie)
  • SPfM (Standard for Portfolio Management, PMI)
  • MoP (Management of Portfolios, Axelos)
  • Agile Portfolio Management
  • A4-Portfolio-Ondernemerschap

Het laatste deel, deel V. Toekomst! Naar projectondernemerschap…? beschrijft een aantal gedachten over een waarschijnlijke toekomst van project-, programma-, en portfoliomanagement.

We krijgen een stuk literatuuronderzoek waarbij de volgende drie inzichten centraal staan: een realistische opdrachtgever, van leiderschap naar leiderschapsgedrag en van succes naar waarde. Bij dit laatste inzicht krijgen we een kritische beschouwing van het boek Value-based Project Management van Nicoline Mulder.

Om projectsucces te definiëren hanteert de auteur de volgende formule: Succes = Resultaatlevering (rol Projectmanager) x Bijdrage (doel opdrachtgever) x Werking (afnemerstevredenheid + leereffecten bij projectteam+ invloed op vervolgprojecten).

Conclusie

Veel leeswijzers, samenvattingen en vooruitblikken die ik persoonlijk als storend heb ervaren. Ook beschrijvingen van verschillende projectmanagementmethoden over verschillende tabellen had ik graag anders gezien. Nu komen dezelfde methoden binnen de verschillende gezichtspunten terug. Binnen de delen m.b.t. programmamanagement en portfoliomanagement komen de methoden slechts één keer voor, wat voor mij de leesbaarheid bevordert en als naslagwerk beter hanteerbaar is.

Scrum is m.i. geen projectmanagementmethode maar ontwikkelmethode (werkpakketniveau). Wellicht is dat de reden dat allerlei verschillende agile aanpakken en filosofieën niet aan bod zijn gekomen in dit naslagwerk, zoals bijvoorbeeld: Kanban, Lean Start-up, Disciplined Agile, Nexus, SAFe 3.0 / 4.0, Enterprise Agility en Large Scale Scrum (LeSS).

De auteur verwacht dat PRINCE2 door Scrum vervangen gaat worden. Q4 2015 laat echter nog steeds een groei zien in PRINCE2 certificering t.o.v. 2014 en ik ben heel benieuwd wat PRINCE2 Agile gaat doen. PRINCE2 Agile combineert PRINCE2 met Scrum, Kanban, en Lean Start-up. Recentelijk had ik 600 inschrijvingen op een webinar over dit onderwerp (PRINCE2 Agile Recordings).

bestellen: Een geschiedenis, heden en toekomst van project-, programma- en portfoliomanagement

boekrecensie: Projectmatig Werken in beeld

9789080287303-240x300Projectmatig Werken in beeld van Marco Derksen is een vlot geschreven boekje waarin op een heldere, eenvoudige wijze de waterval methode Projectmatig Werken wordt uitgelegd.
Een boekje voor de beginnende projectmanager die op zoek is naar een simpele uitleg.

Het boekje is onderverdeeld in een tweetal blokken. Het eerste blok beschrijft de methode aan de hand van de volgende onderwerpen:

  • Het project in relatie tot noodzakelijk draagvlak;
  • Het interview als start van de initiatief fase;
  • De verschillende fasen waarin het project opgedeeld kan worden;
  • Projectdocumenten met daarin o.a. aanleiding, doel, resultaat, grenzen, haalbaarheid, risico’s, nevenaspecten en randvoorwaarden;
  • Projectomgeving;
  • Projectorganisatie en stuurgroep en daarbij de teamrollen van Belbin en teamvormingsfasen van Tuckman en situationeel leidinggeven;
  • Activiteitenlijst, mijlpalen, tijd, tijdlijn, netwerk- en balkenplanning;
  • Projectarchief.

Op vele plekken worden eenvoudige voorbeelden gegeven en regelmatig wordt een pakkende quote gegeven. In de bijbehorende video’s zie je de auteur Projectmatig werken schematisch samenvatten.

Dia1Het tweede blok biedt een aantal verdiepingen op de volgende terreinen:

  • Het smart formuleren van doelstellingen;
  • Bewust zijn van de Deming Circle;
  • Zoeken naar zuiver draagvlak;
  • Het effect van de duivelsdriehoek of vierkant;
  • Inbouwen van marge en speling en de relatie met het kritieke pad;
  • Effectief en efficiënt (goede dingen op de goede manier doen);
  • Van schatten, via ramen naar begroten;
  • Relatie tussen project- en de lijnorganisatie;
  • Omgaan met conflicten;
  • Organiseren van vergaderingen;
  • Typische valkuilen binnen de verschillende fasen.

Het verassende aan het boekje zijn een aantal QR-codes die je na scannen bij online tutorials laat uitkomen. Tutorials waarin de auteur de betreffende leerstof uitlegt. Een voorbeeld:

Daarnaast is er een ondersteunende website http://www.projectmatigwerkeninbeeld.nl. Op deze site vind je tutorials, extra stof & tips, 30 kennisvragen inclusief proefexamen. De extra stof omvat:

  • 3-dimensionaal denken: verdiepen, verbreden en je perspectief wijzigen;
  • Stakeholderanalyse (nog niet beschikbaar)
  • Luisteren, samenvatten en doorvragen (nog niet beschikbaar)
  • Onderhandelen (nog niet beschikbaar)

Conclusie
Als je begint als projectmanager en op zoek bent naar een eenvoudige, simpele en pragmatische uitleg van de waterval methode Projectmatig werken dan is dit boekje zeker aan te bevelen. Ben je op zoek naar een algemene introductie over projectmanagement dan is dit boekje te beperkt. In dit laatste geval ontkom je er niet aan om ook stil te staan bij onder andere toleranties, business cases en agile ontwikkelingen.
Bestellen: Projectmatig Werken in beeld

Recensie: High Reliability Projectmanagement: hoe cultuur het regelt!

hlrToon Papelard van plan b vroeg mij om een reactie op het boekje High Reliability Projectmanagement: hoe cultuur het regelt! Geschreven door Bernard Sluis.

Een prettig leesbaar en vlot geschreven boekje dat je een inkijk biedt in ervaringen die plan b projectleiders hebben opgedaan bij het managen van hun projecten. Complexe projecten zoals een museum, de herstructurering van een vliegveld, nieuwbouw van datacentra, een highcare verpakkingsfabriek en de afbouw van een babymelkpoederfabriek. Zie de bijgevoegde QRC waarin ik de highlights van het boekje hebt samengevat. High Reliability Projecten (QRC, 151220) v1.0

Het boekje is onderverdeeld in zes hoofdstukjes.

  • In de eerste twee hoofdstukken krijgen we een aantal voorbeelden en mogelijke scenario’s van kwetsbare en risicovolle omgevingen. Hoe veilig zit je in een vliegtuig als je weet dat achter de douane werkzaamheden aan de luchthaven worden verricht en materiaal kan vervolgens eenvoudig mee het vliegtuig in worden genomen?
  • Hoofdstuk twee geeft vervolgens een toelichting op kenmerken van projecten in een kwetsbare en risicovolle omgeving:
    • Projecten staan in de publieke en politieke belangstelling
    • Project zet de fysieke ruimte onder druk
    • De projecten mogen de dagelijkse operatie niet verstoren
    • Er zijn veel belangenpartijen actief
    • De projecten zijn van strategische betekenis
  • Het derde hoofdstuk gaat in op onze natuurlijke reflex als projecten uit de hand lopen. Wat zijn de effecten van een projectcultuur die zich kenmerkt door gedragingen zoals toedekken van fouten, regels links laten liggen, alleen positief nieuws brengen et cetera.
  • Het vierde hoofdstuk beschrijft vijf high reliabilty projectmanagement principes en bijbehorende tips die richting kunnen geven aan een effectieve projectcultuur:
    • Gevoeligheid voor operationele processen
    • Focus op afwijkingen
    • Weerstand tegen simplificeren
    • Veerkracht
    • Respect voor expertise
  • In het vijfde hoofdstuk staat gedrag centraal. Welke regels, kaders en grenzen moeten er gesteld worden om de projectcultuur te verbeteren waarbij de ladder van Prof. dr. Hudson als uitgangspunt dient.
  • Het laatste hoofdstuk zoemt verder in op de hierbij noodzakelijk eigenschappen van de projectleider zoals betrokkenheid, bevlogenheid, betrouwbaarheid en bescheidenheid.

Dia1Conclusie

Een boekje dat laat zien dat ons eigen gedrag de zwakste schakel is in projecten.

Het boekje geeft enerzijds inzicht in de competentie safety, health & environment van de ICB van IPMA en anderzijds biedt het je een aantal hulpmiddelen om de projectcultuur van je eigen project, gepositioneerd in een risicovolle en kwetsbare omgeving, in te schatten. Welke principes je daarbij moet hanteren en welke bijbehorende noodzakelijke eigenschappen je moet hebben om het project tot een goed einde te kunnen brengen.

Het lezen meer dan waard!

Voor meer informatie: http://www.planb-advies.nl/hrp/