Recensie: Breek los uit het doolhof

9789047012573-480x600Spencer Johnson schreef Breek los uit het doolhof, het langverwachte vervolg op de #1 bestseller en het wereldwijde fenomeen Wie heeft mijn kaas gepikt?

Dit prachtige kleine vervolg zal je helpen het raadsel te openen van de vele doolhoven waar je in je eigen leven mee te maken kunt krijgen. En niet alleen in je eigen leven. Denk aan de VUCA-wereld waarin zakelijke wendbaarheid (agility) cruciaal is. Dingen die gisteren misschien waar waren, zijn dat vandaag niet meer.

In dit boekje volgen we Peins (degene die in Wie heeft mijn kaas gepikt? geloofde dat de oude situatie zou terugkeren) en zijn nieuwe vriendin Hope, op hun reis, door out-of-the-box te denken, om hun weg uit het doolhof te vinden. Geloven staan ​​centraal in deze fabel. Je kunt niet alleen kaas eten; een appel kan je ook prima eten en als er geen appels meer zijn, zal je een nieuwe opvatting over eten moeten kiezen. Tijdens hun reis leren we de volgende bijzonderheden over opvattingen:

  • Wees je bewust van je opvattingen
  • Geloof niet alles wat je denkt
  • Laat los wat niet werkt
  • Kijk buiten het doolhof
  • Kies een nieuwe opvatting
  • Er zijn geen grenzen aan wat je kunt geloven

Opvattingen kunnen sterke krachten zijn. Een enkele eigenwijze opvatting kan een heel bedrijf neerhalen (Kodak?, Nokia?, BlackBerry?). Mensen geloven dat wat gisteren waar was, vandaag ook waar is. Maar dat is het in veel gevallen niet.

De weg uit het doolhof

Dit kleine boekje is in minder dan een uur te lezen maar het geeft je een veelvoud van uren om je eigen opvattingen te overdenken, te onderzoeken, te testen, en eventueel weg te gooien voor nieuwe opvattingen om de weg uit je eigen doolhof te vinden.

Bestellen (via managementboek.nl): Breek los uit het doolhof

Bestellen (via Bol.com): Breek los uit het doolhof

For the English review, have a look at: Out of the maze

Spenser Johnson is in juli 2017 overleden.

Recensie Exponentiële organisaties

9789047008330-480x600Salim Ismail en Yuri van Geest hebben, samen met Michael S. Malone, met Exponentiële organisaties een boek geschreven waarom nieuwe organisaties tien keer beter, sneller en goedkoper zijn en hoe jij dat ook kan worden. Deze exponentiële organisaties zijn in staat een groeicurve te laten zien die exponentieel is, dankzij de integrale toepassing van onder andere community’s, big data, slimme algoritmes en nieuwe technologieën. Hierbij is gebruik gemaakt van onderzoek naar honderden startups en interviews met CEO’s van de snelst groeiende organisaties (Airbnb, Netflix, Tesla, Waze, et cetera).

Het boek bestaat, naast een inleiding, uit twee delen. In het eerste deel worden de kenmerken en implicaties van exponentiële organisaties verkend. In het tweede deel wordt ingegaan op de praktische uitvoering en het toekomstbeeld van deze organisaties. Daarnaast krijg je handvatten om het exponentiële organisatiemodel in je eigen organisatie te implementeren.

De wet van Moore zal bij velen bekend zijn. Iedere achttien maanden verdubbeld de prijs/prestatie van computer rekenkracht. En dit is al zestig jaar van toepassing. Deze exponentiële verdubbeling komt echter veel vaker voor, maar het voorspellen van een technologie wanneer deze zich verdubbelt, is altijd gevaarlijk. In 1990 werd het Human Genome Project opgezet met als doel een enkel menselijk genoom helemaal te ontrafelen. Volgens diverse voorspellingen zou het project 15 jaar duren en 6 miljoen dollar kosten. Iedere deskundige noemde in 1997 het project een mislukking, erop wijzend dat wanneer in 1997 slechts 1 procent was ontrafeld, het zevenhonderd jaar zou duren voordat het gehele genoom in kaart was gebracht. Volgens Ray Kurzweil betekende de 1% dat ze halverwege waren. 1% zeven keer verdubbelen was 100%. Het project werd in 2001 afgerond!

Exponentiële organisaties (ExO’s) denken bijna per definitie allemaal groot en dit komt tot uitdrukking in het hogere ambitieuze doel van de organisatie. Hiertoe wordt het massive transformative purpose (MTP) statement geformuleerd.

QRC (ExO, 190813) v1.0Downloaden: QRC (ExO, 190813) v1.0

ExO’s worden door vijf externe (SCALE) en vijf interne (IDEAS) kenmerken beschreven waarbij aangetekend wordt dat je minimaal een MTP en over 3-4 van deze kenmerken moet beschikken om als ExO geclassificeerd te worden. In de bijlage is een vragenlijst opgenomen op basis waarvan je je de exponentiële score van je organisatie kan vaststellen. SCALE- en IDEAS-kenmerken zijn zelfversterkend en integrerend.

De externe kenmerken (SCALE) die uitgebreid toegelicht worden en helpen om beter te presteren, zijn:

  • Staff on demand(personeel op afroep)
  • Community & crowd(community en het brede publiek)
  • Algoritms(algoritmen)
  • Leveraged assets(extern verworven assets)
  • Engagement(betrokkenheid)

ExO’s schalen op buiten de grenzen van de eigen organisatie door gebruik te maken van of toegang te krijgen tot mensen, assets en platforms om zo flexibiliteit, snelheid, wendbaarheid en leerprocessen te maximaliseren.

Daarnaast wordt het controlerende raamwerk van de vijf interne kenmerken (IDEAS) beschreven, waarmee de overvloedige output van de externe SCALE-kenmerken gemanaged worden:

  • Interfaces(interfaces)
  • Dashboards(dashboards)
  • Experimentation(experimenteren)
  • Autonomy(autonomie)
  • Social(sociale technologieën)

Naast de hiervoor genoemde kenmerken hebben de auteurs negen dynamische factoren bepaald van het ExO-ecosysteem:

  1. Informatie versnelt alles
  2. Op weg naar demonetisering
  3. Ontwrichting is de nieuwe norm
  4. Wees op je hoede voor de deskundige
  5. Het einde van het vijfjarenplan
  6. Kleiner verslaat groter
  7. Huren, niet bezitten
  8. Vertrouwen verslaat controle en open verslaat gesloten
  9. Alles valt te meten, en alles valt te weten

In het tweede deel gaan de auteurs in op het starten van een ExO aan de hand van voorbeelden en bieden een stappenplan:

  1. Kies een massive transformative purpose (MTP)
  2. Sluit je aan bij relevante MTP-community’s of zet ze zelf op
  3. Stel en team samen
  4. Baanbrekend idee
  5. Maak een businessmodel canvas
  6. Een businessmodel vinden
  7. Het minimaal levensvatbare product (MVP) bouwen
  8. Marketing en sales valideren
  9. De concepten SCALE en IDEAS doorvoeren
  10. Een cultuur vestigen
  11. Stel regelmatig belangrijke vragen
  12. Bouwen en onderhouden van een platform

Naast het opzetten wordt ook aandacht besteed hoe je een organisatie in het middensegment exponentieel te laten groeien. Middels voorbeelden van TED, Github, Coyote Logistics, Studio Roosegaarde, GoPro en hoe zij scoren op de ExO-kenmerken biedt een goed overzicht van wat mogelijk is. Tenslotte passeren een aantal strategieën de revue waarmee grote organisaties zichzelf kunnen afstemmen op ExO-concepten met behoud van hun kernactiviteiten:

  1. Transformatie van leiderschap
  2. Partnerschappen met, belangen in of overnames van ExO’s
  3. Disrupt [x]
  4. ExO lite intern implementeren

Aan de hand van voorbeelden bij o.a. Bridgewater, Coca-Cola, Haier, Xiaomi, The Guardian, GE, Amazon, Zappos, Tangerine, en Google Ventures wordt toegelicht hoe deze strategieën in de praktijk zijn gebracht aan de hand van hun exponentiële score. Het boek sluit af met een hoofdstuk over de exponentiële leidinggevende waaronder de CEO, CMO, CFO, CTO/CIO, Chief Data Officer (CDO), Chief Innovation Officer (CIO), COO, Chief Legal Officer (CLO), en de CHrO.

Conclusie. In deze tijd van agile transities een aanrader voor senior management om te lezen dat er meer nodig is dan het opschalen van agile om te kunnen overleven in de eenentwintigste eeuw. Het biedt verder een praktisch raamwerk om met een aantal van de ExO kenmerken aan de gang te gaan.

Bestellen (managementboek.nl): Exponentiële organisaties

Bestellen (Bol.com): Exponentiële organisaties

 

Recensie: Kookboek voor bewuste verandering – sustainable change

9789490463687-480x600Toon Abcouwer, Otte-Pieter Banga en Emõke Takács hebben hun ervaringen met organisatieveranderingen in het boek Kookboek voor bewuste verandering vastgelegd middels recepten van bestaande beproefde modellen aangevuld met hun eigen inzichten. Er wordt dus, gelukkig, geen nieuwe verandermethodiek geïntroduceerd! Hierbij staat het ACoR-model (Adaptive Cycle of Resilience) centraal.

Het boek is onderverdeeld in drie delen. In deel I staat het herkennen en begrijpen van de veranderuitdagingen binnen de organisatiecontext. Welke factoren zijn van belang om met de veranderuitdaging te kunnen beginnen? Deel 2 biedt een scala aan recepten om deze veranderuitdaging in gang te kunnen zetten. Het laatste deel vat de aanpak samen en geeft zes voorbeelden vanuit de praktijk waarbij de in de voorbeelden gehanteerde aanpak geplot wordt op de werkwijze van de auteurs en hoe ze het zelf gedaan zouden hebben en waarom.

Definitie veerkracht concept (engineering, ecological en social resilience): ‘het vermogen van de organisatie (en haar systemen) om 1) weerstand te bieden aan, 2) zich te herstellen van, of 3) zich aan te passen aan tegenslagen of veranderingen in haar omgeving en te blijven functioneren’.

Ten aanzien van veranderuitdagingen hebben organisaties te maken met drie belangrijke vragen: moeten we veranderen, willen we veranderen en kunnen we wel veranderen? Hierbij speelt het waarom uiteraard ook een belangrijke rol. Hebben we te maken met een goed (well-defined) of een slecht (ill-defined) gedefinieerd probleem? Zitten we in een stabiele of competitieve omgeving. Staan betrokkenen open voor vernieuwing (mindfulnessversus mindlessness)? Speelt onoplettendheid of zelfs blindheid voor verandering een rol? Besluitvorming, rekening houdend met het voorgaande kan dan vertaald worden naar besluitvorming onder zekerheid, onder risico en onder onzekerheid.

De dynamische omgeving van organisaties vereist tegenwoordig dat zij op een andere manier reageren op veranderingen dan ze gewend waren. Het ACoR-model (Adaptive Cycle of Resilience) is gericht op het ontwikkelen van een samenhangend beeld van de uitdagingen rond organisatieveranderingen. Het basisidee achter dit model is dat organisaties niet langer kunnen aannemen dat de huidige successen in de toekomst duurzaam zullen zijn. Dynamische ontwikkelingen vragen steeds meer aandacht. In het ACoR-model (figuur) zien we linksonder de organisatie die in balans is met haar omgeving en er zijn geen tekenen van een bedreigende verandering. Wordt de organisatie geconfronteerd met een verandering dan zal het management doen wat ze altijd doet. Staat het evenwicht zo onder druk dat het niet langer kan worden genegeerd (disruptie, Black Swan) dan moet de organisatie zich bewegen naar het kwadrant rechtsboven (crisis). Onzekerheden over wat de organisatie wil en kan doen vragen om managementinterventies om nieuwe oplossingen met de juiste (en veranderende) vaardigheden en houding te vinden. Vervolgens gaan we verder in het kwadrant rechtsonder (new combinations) waar middels analyses de juiste realistische en haalbare opties gekozen worden. Tenslotte moet de gekozen oplossing succesvol geoperationaliseerd worden (kwadrant linksboven) om zodoende in een nieuwe staat van evenwicht te komen.

Schermafdruk 2019-07-24 11.19.46Dit model wordt verder uitgebouwd met een aantal andere meer of minder bekende modellen en concepten zoals:

  • Het Amsterdamse Resource Managementmodel. Combineert de dimensies: doelen van de organisatie en de beschikbaarheid en de prestaties van de specifieke middelen en de relatie tussen de geformuleerde doelen en de structuur voor de realisatie daarvan.
  • Theorie U. Begrijpen hoe men in onzekere en veranderende contexten moet handelen en om de te volgen route te snappen en te bepalen (downloading, seeing, sensing, presencing, crystallising, prototyping enperforming).
  • Spiral Dynamics. Beschrijft systemen van denken en helpt om gedrag van mensen of medewerkers in een bepaalde functie of rol te begrijpen (beige – overleven, paars – veiligheid, rood – energie en kracht, blauw – stabiliteit en orde, oranje – opportunity en succes, groen – gemeenschap en harmonie, geel – synergie en onafhankelijkheid en turquoise – holistische levenskracht).
  • De vier benaderingen van Tsoukas: forecasting technieken, analogical reasoning, contingency planning en scenario-based learning.
  • Cynefin model. Op basis van verschillende vormen van complexiteit (obvious, complicated, complex enchaotic) de juiste keuze maken voor een passende veranderstrategie.
  • De goede fit. Bij het overbruggen van de kloof tussen gevraagde en beschikbare competenties spelen de persoon-functiefit, persoon-organisatiefit en persoon-toekomstfit.
  • De volgorde vinden van kennis, communicatie en co-creatie is afhankelijk van het type probleem (goed of slecht gedefinieerd) en de oplossingsruimte (certain, risk, uncertain).
  • Kennismanagement. De juiste volgtijdelijkheid tussen kennis, communicatie en co-creatie is afhankelijk van het type probleem (goed of slecht gedefinieerd) en de oplossingsruimte (certain, risk, uncertain).

Conclusie. Het is een heel compact boek en dat is wellicht een probleem. Er worden heel veel theorieën en modellen kort en (te?) bondig beschreven en met elkaar in verband gebracht waardoor het een soms moeilijk leesbaar boek is geworden. Tijdens het recente BPUG-seminar 2019 was ik aanwezig bij de sessie ‘Oversimplifying is a danger for innovation. How do we deal with it?’ waar Toon Abcouwer al een aantal modellen uit het boek heeft toegelicht. Ik had dus al een voorsprong maar toch. Neemt niet weg dat het boek je laat zien hoe je verschillende modellen en concepten met focus op organisatiecultuur, leiderschap en strategie kan inzetten om een succesvolle verandering te bewerkstelligen. Ook de gegeven voorbeelden laten goed zien dat het begrijpen van de context je succes kan maken en breken. Daarnaast biedt de uitgebreide literatuurlijst voldoende handvatten om dieper op bepaalde aspecten in te gaan.

Bestellen (Managementboek): Kookboek voor bewuste verandering

Bestellen (Bol.com): Kookboek voor bewuste verandering

The Toyota flow system

The Toyota Flow System (TFS, developed by Nigel Thurlow, Professor John Turner, and Brian Rivera, 2019can be described as a system of patterns, practices and techniques to enable organizations and institutions to achieve desired outcomes in a complex world. This model uses the popular representation of a house, from the Toyota Production System model (TPS), to outline an evidence-based approach to achieving business transformation.

The TFS is a system of understanding, and not a one-size-fits-all framework. The TFS model aims to sustain the flow of value to the customer, who is the center of the TFS universe.

As we dig deeper into the helixes, we find the philosophies, tools and knowledge (practice and theory) behind each component.  For Distributed Leadership, leadership is viewed as being bottom-up, top-down, as well as horizontal. Complexity Thinking involves identifying the level of complexity that is present in a problem or environment and calls for viewing systems as open and complex adaptive systems (CAS). Finally, Team Science utilizes empirical research to incorporate teamwork into current practices rather than operating as command-and-control groups with no teamwork present.

Toyota-Flow-System

For more information have a look at: Introducing the Toyota flow system 

In my Bird’s eye view on the agile forest, I positioned this approach in the block business as usual / indefinite. For more information on this picture see: A bird’s eye view on the agile forest 

Grasp session (Scaling Agile, 190702) v1.1

PMO of the world award 2019

The PMO Global Awards is the PMO Global Alliance’s annual award for the most outstanding Project Management Offices in the world.

This non-profit initiative intends to inspire organizations around the world to evolve their Project Management Offices and project management practices to achieve the best results.

It encourages organizations from all over the world to share knowledge and experiences, acknowledging best results, and allowing the evolution of the PMO worldwide community.

The PMO Global Awards have PMOs from 64 countries on five continents, recognizing and encouraging organizations around the world to achieve better results.

The whole evaluation process is online. The four finalists, representing their regions (Africa, Americas, Asia-Pacific and Europe) will be honored at the awards ceremony when the PMO of 2019 is announced.

worldmap (HP locations PMO global 2019)

Being one of the global judges, I had the chance to participate in four rounds (including the final round). This gave me the opportunity to have a look at nine different PMO’s across the globe (including PMO’s from Peru, Brazil, United Kingdom, Poland, Slovenia, Turkey, Bahrein, Angola and Australia). The PMO Global Awards 2019 will take place on Thursday 17th October 2019 at FuturePMO in London.

Mini webinar PRINCE2 Agile Agilometer

webinarOn request of several of my followers I created a mini webinar of the PRINCE2 Agile Agilometer. According to the official PRINCE2 Agile manual, the Agilometer is a tool that assesses the level of risk associated with using agile in combination with PRINCE2. This allows PRINCE2 to be tailored in such a way that best mitigated the level of risk. The Agilometer should evolve to suit the needs of each organization.

In this approximately 10 minutes mini webinar I discuss the composition of PRINCE2 Agile before I go into the Agilometer slider details and the relationship with the management layers of PRINCE2.

Review AGILE NXT – New Insights for Agile Performance Management

Schermafbeelding 2019-06-18 om 13.27.07This is XEBIA’s second edition of AGILE NXT (see AGILE NXT for the first edition). This time you get approximately twenty articles to bring you up to speed with new insights for agile performance management.

  • Measuring the Value of Business Agility (by Daria Nozhkina) shows that business agility generally adds value in three ways: it impacts the top line or the costs (or both); drives profitability; and contributes soft value which ensures that the profitability achieved is sustainable over the long term.
  • Data Science and Coaching: The Yin/Yang of Better Interventions (by Pieter Rijken) gives insights in team behavioral change by looking at goodness for fit for the delivery rate (items per iteration) data.
  • The Efficiency Addiction: Just Say No (by Roel trienekens). If you focus on efficiency … you get better at being increasingly less effective. Efficiency is about doing the same for less, effectiveness is about achieving more with the same input.
  • Four Steps to Effective Performance Meetings (by Daniel Burm) discusses four fundamental principles to keep in mind for people leading performance meetings: it’s not about you, close the loop, achievable next steps, and ask open questions.
  • The Quantifiable Added Value of Scrum is an interview with Jeff Sutherland about result-oriented organizations operating on clear and simple performance indicators (by Serge Beaumont).
  • Diamond Agile: Measuring What’s Meaningful (by Frank Verbruggen). Diamond Agile is a way of looking at organizational health from 5 different perspectives. Associated with each perspective are metrics. These metrics have been selected from hundreds of metrics as the best fit. 
  • The Power of Play in a Safe (But Not Too Safe) Environment (by Jasper Lamers) shows that a safe environment in which people can experiment, learn and fail without ruining the company, boost creativity.
  • Measuring Success, Measuring Value: Performance Management in a Scrum World (by Gunther Verheyen) highlights that team engagement is the most ignored aspect of value, yet one where huge gain can be made to increase the ability to deliver value.
  • The Gentle Way of Change (by Chris Lukassen) talks about six levers or sources of influence from the path to Judo black belt that could make you a better leader in business: personal motivation, personal ability, social motivation, social ability, structural motivation, and structural ability.
  • Changing Behavior—Measure First, Change Next (by Just Meddens) emphasizes what it does take to actually change behavior in the long term, and why it is so important in business. To change behavior the ABC change model can be of help (Antecedent: what triggers the behavior? Behavior: what’s being displayed? Consequence: what happens after the behavior is displayed? Is it being reinforced?).
  • It Takes Two to Do the Agile Tango: Invite Security to the Dancefloor (by Dave van Stein). Security and development need to dance together, so it’s best if they both learn the steps together, right from the beginning of your agile transition. Otherwise, once the development teams gain velocity, security and incident management becomes an impediment, and there is likely to be a few stumbles on the dancefloor.
  • Micro-Interventions from a Position of Leadership (by Rik de Groot). Management is responsible for 33% of transition failures. Micro-interventions that can help to achieve a positive outcome are provide purpose, speak out and build trust, lead by example, think big, act small, and shared leadership.
  • Doing: Diagnosis and Intervention Guide (by Paul Immerzeel and Maarten Uppelschoten) gives insights in the Doing model. Why people do things, how intervention triggers the behavior that creates the desired outcome and with it, organizational change. Forces that influence doing are understanding, willing, able and being enabled.
  • The Secret Key to Performance: Inner Agility (by Mirjam Diependaal). When in transition, organizations often forget that the essential factor in change is people. And people are often afraid to change. That’s why organizations should explicitly focus on helping people develop inner agility, because, without it, lasting change won’t occur.
  • Reducing Waste in the Race for Innovation (by Wilco Nap) outlines strategies designed to prevent product waste, time waste, and talent waste.
  • EventStorming: Increasing Performance Through Continuous Discovery, Learning, and Sharing (by Kenny Baas-Schwegler) explains EventStorming. It’s a workshop-based method for facilitating collaboration between the different IT disciplines and silos to empower knowledge-sharing.
  • Metrics: WiFi, Hamburgers, and the Successful Improvement Rate (by Jarl Meijer) emphasizes that there are two metrics that matter most in measuring the success of an agile transformation: the “level of agility” and the” successful improvement rate”.
  • How DevOps Helps You Accelerate Your Execution Power and Why it Matters (by Hans-Jürgen Jacobs and Pavel Goultiaev). DevOps allows a company to respond faster and rapidly test assumptions in any response to opportunities or threats. By creating more customer value, a company can achieve superior performance.

Curious to read the magazine? Download or request a printed copy at: AGILE NXT