Recensie En nu Agile! Elke dag een beetje beter.nl

9789463989688-480x600Zojuist het boek En nu Agile! Elke dag een beetje beter.nl van Frank Oeben gelezen. Ik vond het lezen een moeizame bevalling. Uiteraard vraagt dat enige toelichting. Ik heb het boek van kaft tot kaft gelezen maar ik was regelmatig de draad kwijt. Wellicht was het goed geweest als de auteur was begonnen met de opzet van het boek. Op blz. 117 wordt daar uiteindelijk een eerste aanzet voor gegeven maar niet afgemaakt.

Het boek bestaat uit vijf delen:

  • De noodzaak: de visie van de auteur op de noodzaak van wendbaarheid, transparantie en samenwerken
  • De context: het toepassen van agile werkwijzen binnen organisaties waarbij organisaties gezien worden als olietankers en het gedrag terug te voeren is tot onderliggende niveaus (structuur & processen, principes en waarden, visie & strategie en missie. Het gedrag van medewerkers is te visualiseren als een ijsberg met onderliggende lagen competenties, overtuigingen, identiteit en doel en wat er gebeurd als beiden botsen. Ook wordt hier het gelukkig werken nader uitgewerkt.
  • De teams: waarom werken in teams, wat is het belang van motivatie. Hoe gaan we om met paradoxen en creativiteit
  • De organisatie: naast een stuk over vertrouwen binnen teams, wordt hier de rol van agile HR, het Agile HR Manifesto en de rol van de manager besproken
  • De transformatie: wat ga je veranderen, de harde of de zachte kant of beiden? Wat betekent de transitie voor de medewerker en voor de manager?

Deze delen zijn hoofdzakelijk gevuld met letterlijk overgenomen eerder geschreven blogs (periode 2013-2020). En geen misverstand, de meeste blogs zijn nog steeds interessant maar van een boek verwacht ik meer. Ik had een consistent verhaal verwacht en geen bundel van soms overlappende blogs.

De metaforen over de organisatie als olietanker en het gedrag van mensen als ijsberg zijn een positieve uitzondering en lijken originele teksten te zijn (geen blog).

Het boek had veel aan kracht kunnen winnen als de inhoud van de blogs als basis was gebruikt voor de tekst van de verschillende delen. Er had daarmee een lopend verhaal kunnen ontstaan met de onderliggende onderwerpen op de juiste plek. Bijvoorbeeld het stuk over agile HR transitie had gedeeltelijk in het deel organisatie en in het deel over transitie geplaatst kunnen worden of de kenmerken van een team (Lencioni) in het deel over teams.

Verder heb ik mij gestoord aan de vele vormen van zelfpromotie. Met een keer verwijzen naar je vorige boeken is niets mis mee maar ik ben de tel kwijt geraakt hoe vaak de schrijver melding maakt van zijn boeken of workshops ‘En nu jij!’ en ‘En nu echt!’. Prima om er een keer aan te refereren en op te nemen in een literatuurlijst (ontbreekt echter, in de tekst slechts een verdwaalde verwijzing naar een onderliggend boek).

Conclusie. Om een of meer van de in totaal 33 blogs te lezen heb je het boek niet nodig. Ik heb daarnaast de indruk dat het boek in eigen beheer is uitgegeven. Daar is uiteraard niets mis mee, maar wellicht had een officiële uitgever eerder feedback kunnen geven over de opzet maar ook over de soms onbegrijpelijke zinnen zodat er een kwalitatief beter boek had gelegen. In lijn met de titel en de laatste paragraaf ‘Het is nooit af’ kan de auteur natuurlijk in een volgende versie dit en wellicht ook door anderen geleverde commentaar in een volgende, betere, versie meenemen.

Zelf lezen:

Bestellen (managementboek.nl): En nu Agile!

Bestellen (bol.com): En nu Agile!

Reactie Frank Oeben:

“Hi Henny, Bedankt dat je interesse hebt getoond in mijn boek ‘En nu Agile!’ en dat je er een recensie over hebt geschreven. Jammer dat de boodschap en de bedoeling van het boek niet over gekomen is. Fijn dat je me de mogelijkheid geeft daarop te reageren.

De afgelopen jaren heb ik mij verwonderd en laten inspireren in verschillende organisaties en settings. In die jaren is ‘Agile’ als thema groot geworden. Daar heb ik over geschreven op mijn blog. Om mijn inzichten en vragen te delen. Al twee keer eerder bundelde ik mijn inzichten tot een boek. Deels als verzameld werk, een bundel columns zeg maar, deels om een verhaallijn er aan toe te voegen en als geheel te kunnen presenteren. Maar naast de inzichten op het gebied van persoonlijk leiderschap en gedrag had ik geschreven over organisaties, teams, organisatieverandering en HR. Dat wilde ik ook tot een verhaal smeden. Zo leg ik het ook uit in de beschrijving op (onder andere) bol.com: “Ik heb bestaand werk aan elkaar gekoppeld en de link gemaakt tussen mijn werk, mijn gedachten en de wereld van nu.” Want, zo schrijf ik verder: “[dat] is het pleidooi dat ik toelicht in 170 bladzijden. Van waarom ik er niet in geloof tot waarom ik de grootste Agile-fan ben. Ik maak de vertaling van mijn eerdere twee boeken naar de organisatiecontext.” Daarmee maak ik bewust geregeld een link naar mijn eerdere boeken, omdat die de basis vormen voor dit derde boek.

Naast de 33 blogs die (weliswaar in bewerkte vorm) een omkaderde plek hebben gekregen in het boek, is bijna de gehele inhoud van dit boek al langere tijd te lezen op mijn blog. Zoals ook praktisch de volledige inhoud van mijn eerdere twee boeken (nou noem ik ze weer…) tussen de andere 300 blogs op mijn website staan. Maar ik vind het zelf fijn om die in context en met een kaft er omheen op de bank, in de tuin of op het strand te kunnen lezen. En daarom bied ik het aan via diverse kanalen. Omdat ik verwacht dat er anderen zijn die dat ook willen.

Dat deze vorm niet iedereen past, daar ga ik vanuit. Dat is ook niet mijn doel. Het is niet voor iedereen. Dat de opbouw beter kan, dat trek ik me aan en daar ga ik naar kijken. Want dat is het voordeel van selfpublishing: ik kan blijven schaven aan de inhoud. En dat zal ik blijven doen. Veel geluk uit Amersfoort, Frank Oeben”

Recensie Zet het op een bierviltje

9789089654779-480x600Michiel van der Molen heeft ondertussen een aantal boeken over o.a. business cases, batenmanagement en opdrachtgeverschap geschreven en vele organisaties geholpen met vraagstukken binnen deze onderwerpen. Ondertussen weet hij steeds helderder de essentie hiervan te benoemen en te beschrijven. Zie zijn laatste boekje Zet het op een bierviltje – Verandering vraagt om eenvoud waar dit alles tezamen komt.

Het boekje bestaat uit twee delen. In het eerste deel krijg je vijf manieren waarop je een bierviltje kan gebruiken om ieder type of soort project eenvoudiger te maken.

Het tweede deel gaat meer in detail in op deze vijf wegen naar eenvoud. Voor iedere weg krijgen we eerst een valkuil, inclusief voorbeelden, hoe we het onnodig ingewikkeld kunnen maken, vervolgens een toelichting op de te bewandelen weg naar eenvoud en aansluitend het voordeel dat het oplevert om het op een bierviltje samen te vatten. Iedere weg wordt tenslotte puntsgewijs kort samengevat.recensie bierviltje

De vijf wegen naar eenvoud:

  1. Ga terug naar het waarom. Wat we nodig hebben is een kort en krachtig antwoord op de waaromvraag (werkt verbindend en daardoor kom je makkelijker samen tot oplossingen en detailbeslissingen)
  2. Neem zorgen serieus. Zorgen delen geeft verbinding en realiteitszin (geef ruimte aan de schaduwkanten, maak een zorgen-top 3, zoek de eigenaar)
  3. Stel duidelijke prioriteiten. Prioriteiten stellen geeft focus en maakt decentrale besluitvorming mogelijk (maak duidelijk dat prioriteiten noodzakelijk zijn, prioriteiten vaststellen, prioriteiten benoemen)
  4. Creëer eigenaarschap. Wie is het meest verantwoordelijk voor het succes en hoe geef je de daarbij passende invloed (werk aan gezamelijke focus, geef de juiste mensen invloed)
  5. Blijf communiceren. Om een bijdrage te kunnen leveren, moeten mensen begrijpen wat de bedoeling is (het resultaat: wat kunnen we als het klaar is, het effect: datgene waar het uiteindelijk om begonnen is, het waarom: het hogere doel, het symbool: een krachtig beeld dat op het netvlies blijft staan)

Conclusie. Een prettig en vlot leesbaar boekje dat fraai is opgemaakt en dat de titel eer aan doet. Duidelijke handvatten en voorbeelden wijzen de weg naar de essentie. Persoonlijk ben ik het meest geportretteerd van de vijfde weg waarbij het resultaat, het effect en het waarom in tekst en gevisualiseerd middels een symbool op een bierviltje worden gezet. Dat maar veel projecten, traditioneel of agile, dit bierviltje mogen creëren!

Bestellen (managementboek.nl): Zet het op een bierviltje

Bestellen (bol.com): Zet het op een bierviltje

 

Recensie Het boomhutgevoel – Gids voor inspirerend projectleiderschap

9789462722378-480x600Petra Kuipers pakt met haar boek Het boomhutgevoel – Gids voor inspirerend projectleiderschap de zachte kant van projectmanagement aan. Hoe breng je meer menselijkheid, positiviteit en exclusiviteit in je projecten. Hoe breng je de mensen in je projecten tot bloei en gaan ze vol energie samenwerken om de projectdoelen te bereiken?

Zij omschrijft het boomhutgevoel als gevoel voor avontuur, creativiteit en kameraadschap.

Het boek omvat twee delen. In het eerste deel gaat de auteur in op de ingrediënten van het boomhutgevoel en het tweede deel staat inspirerend projectleiderschap in de spotlights waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen de projectleider zelf, de mensen met wie de projectleider te maken heeft en de organisatie waarbinnen hij/zij moet opereren.

Het boomhutgevoel is in vijf losse ingrediënten te ontleden:

  • Speelsheid: Introduceer rituelen, creëer heldere kaders waarbinnen het durven spelen, fantaseren en/of experimenteren mogelijk is, en creëer een feedbackloop om interesse vast te houden (opleveren (deel)producten)
  • Creativiteit: Stimuleer wilde ideeën, introduceer mijmertijd, schakel de automatische piloot uit, stel je oordeel uit en gebruik associaties
  • Nieuwsgierigheid: Er worden vier vormen beschreven: vastbeslotenheid, onderzoeken, sociale nieuwsgierigheid en stresstolerantie. Nieuwsgierigheid is op te wekken middels het verlangen naar uitsluitsel, verbazing (of verwondering) en verassing
  • Optimisme: Optimisme is geloven in een goede afloop maar wees wel realistisch. Ontwikkel je eigen optimisme-spier en zorg dat het ook in het team-DNA komt.
  • Een hechte groep blijft presteren, ook als het lastig is. Faciliteer dus dat de groep een echt team wordt (zie bijvoorbeeld de teamfasen van Tuckman).

Een projectleider is een instrument om mensen, teams of zelfs hele organisaties in beweging te brengen. Echter niet als eigenaar maar vanuit een intentie van objectieve betrokkenheid.

De auteur ziet de projectleider als een levende gereedschapskist waarbij je gereedschap motiveren, stimuleren, confronteren, spiegelen, onderhandelen, verleiden, inspireren en/of prikkelen kan zijn. Om een project echt te laten vliegen zijn de volgende drie dingen van belang: Wat is er nodig om het resultaat te realiseren? Wat werkt er wel en niet in de context van het project? En waar ben jij goed in, ofwel: wat zit er allemaal in jouw gereedschapskist? Daar waar deze drie elementen overlappen noemt de auteur de project sweetspot. Zelfkennis is dus heel belangrijk, ken je eigen basisbehoeften om zo effectief mogelijk te kunnen zijn en herken ze ook bij anderen en houdt er rekening mee (zekerheid, variatie, betekenis, verbinding en liefde, groei en bij te dragen). Aan de hand van je persoonlijke visie op projectleiderschap kan je reflecteren op de vraag of jij je werk goed doet. Projectsucces gaat over het resultaat. Daarnaast is het verstandig om je af te vragen hoe het project je helpt bij het groeien als mens of bij het verwezenlijken van je ambities.

Een project zonder enige menselijke interactie is ondenkbaar. De auteur beschrijft een aantal basale functies van ons brein (reptielenbrein, het limbische systeem of emotionele brein en de neocortex of rationele brein) om zodoende een soort menselijke gebruiksaanwijzing te verkrijgen. Daarnaast helpt het als je begrijpt hoe het veranderproces in groepen werkt. Wil je mensen succesvol in beweging brengen dan moet je anders naar jezelf kijken, met een ‘systeembril’ naar groepen mensen kijken en patronen van het veranderproces herkennen. Veranderingen kennen een aantal fasen van verandering namelijk veranderen begint bij urgentie, de loslaat-fase, een organisatie in verwarring (niet-weten fase) en het creëren van een nieuwe werkelijkheid. Daarnaast is het van belang dat je eigen projectteam energiek is. Hierbij helpt een flinke dosis ABBA (ambitie, binding, bevlogenheid en aandacht).

Het project vindt veelal plaats binnen een organisatie maar de ene organisatie is de andere niet. Daar waar mensen samenkomen, ontwikkelen ze gedragsregels, rituelen, verhalen en gewoonten. Weet als projectleider wat de cultuur is. Om cultuuraspecten in kaart te brengen en ermee te kunnen werken maakt de auteur gebruik van een model (De corporate tribe van Braun en Kramer) bestaande uit de volgende stappen:

  • Het inventariseren van beelden, verwachtingen, aannames en patronen (valkuilen: ik ken mijn pappenheimers, te snel structureren en conclusies trekken)
  • Wat werkt hier in termen van taal, trots, trauma’s en taboes
  • Veranderverhaal/projectvisie vertalen naar aanpak, werkvormen en gewenst gedrag. Vertel het verhaal dat hoofd, hart en handen verbindt en daarmee richting en duidelijkheid verschaft.
  • Verhaal/visie verspreiden en aanpak en interventies uitvoeren. Houd daarnaast het morele contract bestaande uit impliciete verwachtingen en aannames levend en ga eerlijk en respectvol in gesprek over wat je ziet gebeuren in houding, gedrag of inzet en welke invloed dat heeft op het project. Ga voor co-creatie en maak iedereen aanspreekbaar op het resultaat en zorg dat beslissers kunnen beslissen. Als projectleider heb je de rol van regisseur van de besluitvorming waarbij, omwille van de voorspelbaarheid gebruik gemaakt kan worden van zeven beïnvloedbare regievariabelen (de zeven t’s: thema, timing, tempo, toegang, toneel, toon en tol) en twee weinig beïnvloedbare (tijdgeest en toeval).

Conclusie. Van projectmanagement als instrument naar de projectleider als instrument. Een lekker praktisch boek over de zachte kant van projectleiderschap. Vlot geschreven, goede aansprekende en herkenbare voorbeelden, persoonlijke anekdotes en vele implementatietips, werkvormen en hulpvragen. Verder is er als bonus het werkboek bij het boomhutgevoel te downloaden.

Bestellen (managementboek.nl): Het boomhutgevoel – Gids voor inspirerend projectleiderschap

Bestellen (bol.com): Het boomhutgevoel – Gids voor inspirerend projectleiderschap

Introductie van Het boomhutgevoel

Recensie Futureproof

9789462156692-480x600Het book Futureproof, uitgevoerd in de stijl van een notitieboek, en geschreven door Mike Hoogveld neemt je mee hoe jij of je onderneming toekomstbestendig oftewel futureproof kan worden.

Het voorspellen van de toekomst is echter heel moeilijk, gegeven de zes valkuilen die de auteur toelicht: tempoverschillen (sommige veranderingen gaan zo langzaam dat ze zich vrijwel aan onze ogen onttrekken), paradigma’s (aanhangers van een bepaalde zienswijze blijven deze net zo lang verdedigen totdat dit echt niet meer houdbaar is), lineaire extrapolatie (we gaan uit van het nu en extrapoleren, veelal lineair, op basis van historische informatie), complexiteit (veranderingen werken op complexe manieren op elkaar in en kunnen elkaar versterken), toeval (totaal onverwachte gebeurtenissen kunnen een enorme impact hebben) en gebrekkige kennis (hoe weinig je als individu over het algemeen eigenlijk echt weet en hoe beperkt de voorspelbaarheid van gebeurtenissen is).

Futureproof is het vermogen om van relevante waarde te blijven door aanpassing op toekomstige veranderingen. Deze definitie zegt eigenlijk twee dingen:

  • het uitgangspunt is om als werknemer of ondernemer van relevante waarde te zijn
  • van daaruit dien je effectief om te gaan met veranderingen om dat ook te blijven.

In de drie delen de toekomst tegemoet treden, hoe jij zelf toekomstbestendig kunt worden en toekomstbestendigheid binnen organisaties geeft het boek op deze twee aspecten antwoord.

De toekomst tegemoet treden (“Jezelf overwinnen is de beste en grootste van alle overwinningen” – Plato). In dit deel laat de auteur zien wat toekomstbestendigheid nu zo lastig maakt en wat je er tegen kunt doen. Ons brein vormt op verschillende manieren gedachten. Het eerste systeem is een automatische piloot die onbewust heel frequent gebruikt wordt en razendsnel werkt. Het tweede systeem is meer de ‘doe-het-zelver’: alleen op momenten dat het echt nodig is lever je bewust inspanning om logisch te redeneren. Dit heeft echter een aantal tekortkomingen die cognitieve heuristics en biasses genoemd worden. Bij toekomstbestendigheid spelen de volgende heuristics en biasses een grote rol: optimisme, overmoed, vermijden van verlies, bevestiging zoeken en achteraf voorspellen.

Toekomstbestendigheid rust op twee pijlers. De eerste intern gerichte pijler betreft jijzelf en jouw organisatie en de tweede, extern gerichte pijler betreft de omgeving waarin je opereert, het ecosysteem (onze planeet, de samenleving). Vervolgens wordt het vliegermodel voor toekomstbestendigheid geïntroduceerd. Hierbij symboliseert het doek, door de stokken in vier vlakken onderverdeeld, de veerkrachtige vier: verrichten, verbeteren, vernieuwen en veranderen. De stokken staan voor de faciliterende factoren: purpose, strategie, leiderschap en middelen. Tenslotte laat de auteur in dit deel zien hoe je hiermee de goede dingen goed kan doen door een 80/20 balans te vinden tussen enerzijds verrichten en verbeteren van de lopende organisatie (efficiëncy) en anderzijds vernieuwen en veranderen van de organisatie (effectiviteit). En dit alles in het juiste ritme, met de juiste prioriteiten volgens een iteratief proces (denk-doe-leer-proces).

Hoe jij zelf toekomstbestendig kunt worden (“If you don’t know where you’re going, any road will take you there” – George Harrison). Dit deel begint met een zoektocht naar je eigen bron waar jij je energie, je levenslust uit put (ikigai). In drie stappen kan je je eigen purpose definiëren. Eerst beantwoord je de volgende vier vragen: waar houd jij van? Waar ben jij goed in? Wat heeft de wereld nodig? En voor welke activiteiten, of resultaten daarvan, kun jij jezelf laten betalen? aansluitend moet je vaststellen wat de overlap is tussen deze antwoorden door de volgende zes vragen te beantwoorden binnen de vier al gegeven antwoorden: Wat is jouw passie, roeping, bijdrage, missie, beroep en rol? Tenslotte moet je uit die zes antwoorden het collectieve deel bepalen en dat is jouw ikigai.

Op basis van je eigen purpose zal je vervolgens een strategie moeten uitstippelen hoe je optimaal waarde kan creëren. Dit noemt de auteur de waardecreatiestroom (doelen, externe analyse, marktdefinitie, marktsegmentatie, doelgroepselectie, positionering, propositie, klantreis en toegevoegde waarde).

Met alleen een strategie en purpose word en blijf je echter nog niet toekomstbestendig. Motivatie van jezelf en van de met je samenwerkende medewerkers onder, boven en naast je is hierbij key. De auteur laat zien dat motivatie zowel gecontroleerd als autonoom voorkomt. Waarbij als voorwaarde geldt dat voldaan moet worden aan de drie basisbehoeften (ABC: Autonomie, Betrokkenheid en Competentie, vergelijk Daniel Pink’s Mastery, Purpose en Autonomy). Je zal jezelf steeds opnieuw moet uitvinden en aanpassen waarbij de volgende persoonlijkheidskenmerken steeds belangrijker worden: DAadkrachtig, Relativerend, Wederkerig, Intelligent, Nieuwsgierig (DARWIN). Daarnaast is balanceren vereist bij het leiden en motiveren van anderen (taakgericht, relationeel, transformationeel en/of ethisch leiderschap).

Het laatste hoofdstuk in dit deel geeft een toelichting op de middelen die je bij het bouwen aan toekomstbestendigheid ter beschikking staan zoals de tijd nemen om sprintjes te trekken (de 10.000 uur regel), input verzamelen en leren (meetbaar gedrag online en offline, crowd sourcing, A/B-tests, kwalitatieve observatie en mystery shopping) en een toekomstkunstenaar worden.

Toekomstbestendigheid binnen organisaties (“Success is not final, failure is not fatal: it is the courage to continue that counts” – Winston Churchill). Om als organisatie toekomstbestendig te worden is het noodzakelijk om een lerende organisatie te worden. Hierbij leert de organisatie op drie niveaus: adaptief leren (op basis van resultaten de activiteiten aanpassen), generatief leren (op basis van resultaten de overtuigingen aanpassen) en het deutero leren (op basis van resultaten het leerraamwerk aanpassen). Naar analogie met je eigen weg naar toekomstbestendigheid zal ook een organisatie een goed geformuleerde purpose nodig hebben. Om de organisatie purpose vast te stellen moeten de volgende vier vragen (bijvoorbeeld in workshop vorm) beantwoord worden: Wat heeft de wereld nodig? Wat drijft de mensen binnen je organisatie? Waarin excelleert je organisatie? En waar verdient je organisatie geld mee? Vervolgens wordt weer het gemeenschappelijke uit deze vragen gedestilleerd. Het resultaat is dan de organisatie purpose die op een energie gevende manier moet worden geformuleerd en uitgedragen. De strategie die hiervoor ontwikkeld kan worden is dezelfde waardecreatiestroom die al eerder is beschreven waarmee uiteindelijk medewerkerstevredenheid, klanttevredenheid en het leervermogen van je organisatie gerealiseerd kunnen worden. Hierbij dien je als leider een faciliterende context te creëren waarin je energie, ondernemerschap en creativiteit losmaakt bij je medewerkers.

Het laatste hoofdstuk beschrijft de toekomstbestendigheid in de dagelijkse praktijk waarbij de toekomst zich nog steeds niet laat voorspellen, maar hij is wel deels te beïnvloeden. Blijvende veranderingen realiseer je door communicatie, conditionering (opwaarts stimuleren middels aanleren of afleren) en voorbeeldgedrag. Daarnaast komen een aantal praktische do’s en don’ts voor het toekomstbestendig maken van jouw organisatie aan bod: de veerkrachtige vier, purpose, strategie, leiderschap, middelen (externe analyse, methodieken, structuur, multidisciplinaire teams, doelen, beoordeling en beloning, medewerkers en IT). En wordt afgesloten met tips voor het faciliteren van de toekomstbestendigheid van je medewerkers: brein, wetenschap voor niet-wetenschappers, skills (IT en veranderkunde), klooien, inspiratie en gezondheid.

Conclusie. Het boek is een spiegel op het nu om vandaaruit als individu maar ook als organisatie toekomstbestendiger te worden aan de hand van de vele uitgewerkte hulpmiddelen, modellen en stappenplannen. Het boek is voorzien van verschillende aansprekende voorbeelden en anekdotes en biedt ruimte voor zelfreflectie middels praktische opdrachten. Kortom een mooi boek om eens vanuit een ander gezichtspunt naar business agility te kijken.

Nb. Het boek heeft een mooie layout maar de gele (hoofd)letters zijn soms moeilijk leesbaar.

Bestellen (managementboek.nl): Futureproof

Bestellen (bol.com): Futureproof

 

Flow framework, a new twig in the agile forest

The goal of the Flow frameworktm (developed by Mike Kersten) is to bring Scrum and Agile concepts to the business while providing a higher level of abstraction than agile teams work with day to day. The framework scales the three ways of DevOps – flow, feedback, and continuous learning – to the entire business. User stories and story points are layered over by the four Flow items: features (new business value), defects (quality), risk (security, governance, compliance), and debt (removal of impediments to future delivery). Flow distribution makes priorities visible. Using the Flow Framework if a scaling framework, such as SAFe, LeSS or Nexus, is in place, could lead to greater success.

  • From project & cost centers to product value streams
  • From siloes & proxy services to flow metrics & business results
  • From fragmented value streams to integrated value stream network

Schermafdruk 2020-06-08 10.59.02

51Cp6XKhvkLThe corresponding book:

To order (managementboek.nl): From project to product

To order (amazon.com): From project to product

For more information: https://flowframework.org/

Youtube: Project to Product: How Value Stream Networks Will Transform IT & Business – Mik Kersten

In my bird’s eye view I positioned the Flow framework in the product targeted box. I see the Flow framework as a sort of add on for SAFe, LeSS, Nexus, et cetera.Agile Myths Busted (webinar PMI Bulgaria, Belgium, IPMA NL, 200429) v1.0

See my blog for the complete Bird’s eye view on the agile forest article.

Review 97 Things Every Scrum Practitioner Should Know

9781492073840-480x600The book 97 Things Every Scrum Practitioner Should Know edited by Gunther Verheyen contains the wisdom of 69 practitioners around the world and helps you to improve your understanding of Scrum (nb. Who are we missing on the cover of the book?).

Gunther organized these 97 essays around ten themes. These themes cover all aspects of Scrum and beyond. The events, the different roles, their behavior, the skills, collaboration and the artifacts. The book ends with a simple Scrum glossary. To summarize, some topics that are discussed in the ten themes:

  • Start, adopt, repeat. This first theme gives you insights what it means when you start using Scrum. Use it, as it is or adapt? Why using Scrum? Are multiple Scrum teams the same as Multi-team Scrum? And many more.
  • Products deliver value. What are your products? How is this reflected in your backlog? What do we mean by value? Who’s value? And what does this mean for the product owner?
  • Collaboration is key. Collaboration, communication and interaction between whom? With the customer, within the team? Are you just following your job description or not? Are tools considered harmful?
  • Development is multifaceted work. What are you developing? What’s on your product and sprint backlog? How to size your PBI’s? What do we mean with backlog items, user stories, abuser stories, bugs?
  • Events, not meetings. Here we get several ideas how to make the events work and effective. The impact of sprint goals, who plays which role during the events and what are these events not.
  • Mastery does matter. Here we get the spotlights on the Scrum master. The Scrum master as servant leader, court jester, (technical) coach, or is he just an impediment hunter?
  • People, all too human. Teams are more than collections of technical skills. Are people impediments? Can Scrum masters replace team members?
  • Values drive behavior. Scrum is more about behavior than it is about process. What is self-organization? How to be a more humane Scrum master and an essay on the sixth Scrum value.
  • Organizational design. It’s all about agile leadership, culture, improving the organization, the importance of networks, respect and a save environment.
  • Scrum off script. Probably you think you know the origins of Scrum, but it might not be what you think they are. Here we also get some examples of Scrum outside software development, e.g. at the police, in the classroom, in education.

Conclusion. This book is definitely food for thought for Scrum practitioners. Sometimes you get different views or opinions e.g. on backlog items and user stories but that’s also the beauty. It’s not carved in stone. When using Scrum, you have to think, rethink, discover and adapt. And don’t forget it’s all about people! A must read!

Throughout the book you get many references to articles, et cetera on the web. It would help the reader if small QR codes were added to the text (I often make mistakes by reading/typing a I, i, L or l).

In the book there is a reference to the Flow framework. In a next blog I will dive into this framework to see where it fits in my Bird’s eye view on the agile forest.

To order (managementboek.nl) : 97 Things Every Scrum Practitioner Should Know

To order (Amazon.com): 97 Things Every Scrum Practitioner Should Know

To order (Bol.com): 97 Things Every Scrum Practitioner Should Know

Youtube: Gunther Verheyen answers questions about “97 Things Every Scrum Practitioner Should Know”

My “Bird’s eye view in the agile forest” article translated in Russian

I am pleased to inform you that my featured paper “A bird’s eye view on the agile forest” has been translated and published in Russian by the Magazine of COBHET (SOVNET), the Russian Project Management Association, with the title “ОБЩЕЕ ПРЕДСТАВЛЕНИЕ О ГИБКИХ МЕТОДОЛОГИЯХ”. To download: https://grebennikon.ru/article-nzgp.html

The original paper, which is an extract of one of the chapters of my Book “Scaling Agile in organisaties (Dutch)”, has been published by PM World Journal, and it received the “2019 PM World Journal Editor’s Choice Award”. Have a look at the latest updated version of this article.

Evidence-Based Management card deck

In January 2019 I published a blog about Evidence-Based Management. When I spoke at the Agile Tour 2019 in Vilnius, Lithuania, I met, among others, Magdalena Firlit as one of the other speakers. She mentioned a card deck she developed to support her classes regarding Evidence-Based Management.

I just received some copies of that deck (really appreciated). If you look at the Evidence-Based Management quick reference card you see the four key value areas Evidence-Based management consists of (Current Value, Time to Market, Ability to Innovate and Unrealized Value).

qrc (evidence-based management, 190119) v1.0

To facilitate the discussion you could make use of this card deck. In the deck you have colored cards for each key area. Every card contains one of the Key Value Measures (KVM) and corresponding definitions. See picture for two examples of the cards (back and front).

EBM cards

I would say a nice example of creativity and definitely a valuable tool to facilitate discussions how to measure business value. See Magdalena Firlit’s blog too.

 

Recensie Hoe manage jij jouw agile transformatie?

9789079182473-480x600Met Hoe manage jij jouw agile transformatie? – Lessen uit de praktijk van Agile Coaches hebben Harm Jan Brondijk, Ronald Buis en Steven van den Heuvel een kleine gids geschreven met daarin hun praktijkervaringen bij agile transformaties.

In het boekje komen vier onderwerpen aan bod. Leiders moeten lef hebben om een agile revolutie te bewerkstelligen. Leiders zullen zelf ook moeten transformeren anders kan een agile transformatie niet slagen. Vervolgens wordt ingegaan op faciliteren van de teams en het bieden van een duidelijk doel. Tenslotte wordt ingegaan op het opschalen naar meer teams.

De auteurs onderscheiden een viertal stappen in de transformatie:

  1. Begin bij jezelf (als manager)
  2. Synergie met je klanten (co-creatie)
  3. Maak het interessant voor de leiding van je organisatie (transparantie, vier successen, organiseer reviews, ga viraal, maak het een trending topic)
  4. Zorg voor een leidende coalitie (de eerste volgers zijn cruciaal, maak van je volgers leiders, doe een stap terug als anderen de volgende stap kunnen maken).

Naast vele casussen worden een zestal vaardigheden besproken en bijbehorende oefeningen aangereikt die je helpen om je leiderschap te versterken:

  • Zelfonthulling a.d.h.v. de vier kwadranten van het Johari-venster (om te verbinden moet de ander jou ook echt mogen leren kennen)
  • Parafraseren (echt luisteren en in je eigen woorden teruggeven)
  • Rapport maken (spiegelen van hoe iemand erbij zit, spreekt of gebaren maakt)
  • Managen van de reactiesnelheid (eerst tot tien tellen)
  • Fouten toegeven (stoppen met anderen te beschuldigen)
  • Managen van verwachtingen (maak ze expliciet).

In het deel over teams wordt eerst stilgestaan bij de kenmerken van een topteam zijnde veiligheid, rekenschap, heldere structuur en duidelijkheid over de rollen, betekenisgeving en impact, en daarnaast over jouw eigen rol als leidinggevende van het topteam. Ook het samenstellen van het team, de samenwerkingsstructuur in en tussen teams en de ontwikkeling in teams komen aan bod inclusief enkele frustraties (gebrek aan vertrouwen in elkaar, conflict vermijdend gedrag en te weinig betrokkenheid bij elkaar of bij het product).

In het laatste deel staat het opschalen naar meer teams binnen de transformatie van de organisatie centraal. Als leider moet je oog hebben voor de organisatiecultuur. Het samenspel tussen normen en waarden, houding en gedrag. Daarnaast is ook de organisatie-inrichting cruciaal. Welke strategische keuzes maak je, welke structuur, processen en systemen ga je gebruiken? Hoe ga je om met coördinatie issues bij het werken met meerdere agile teams. Tenslotte wordt een van SAFe afgeleide implementatie roadmap gegeven.

Conclusie: Ik heb geworsteld met de titel. Gaat het boekje nu over jouw eigen persoonlijke transformatie als leider of over de transformatie binnen je eigen organisatie of gaat het over beiden? Ook de achterflap is daarin niet helder. Maar in alle gevallen ben ik van mening dat de gids te mager is. Vele onderwerpen worden aangestipt maar enige diepgang ontbreekt. Wat houdt bijvoorbeeld de gewenste cultuur nu in, hoe ga je om met decentrale besluitvorming, hoe ga je teams samenstellen, waar is dat van afhankelijk? Cruciale onderwerpen die de transformatie kunnen maken of breken.

Onduidelijk is hoe in het laatste deel de in de tekst uitgewerkte stappen terugkomen in het stappenplan (fig. 4.3). Er is geen 1 op 1 relatie tussen de onderdelen in de tekst en de omschrijvingen in de figuur. In de tekst wordt trouwens een aantal keren verwezen naar fig. 4.3 (blz. 69, 70) waarvan ik mij afvraag of dit niet een ander figuur moet zijn.

Bestellen: Hoe manage jij jouw agile transformatie?

Agile PM2: a new tree in my agile forest

It looks like my forest is changing into a jungle. This time I added Agile PM2. Agile PM2 is an extension of PM(initiative of the European Union, see: https://www.pm2alliance.eu/forum/an-overview-of-agile-pm2/). To be honest I have some problems with this initiative. As a European citizen, I ask myself, looking at my agile forest, why do we need to spend tax money to develop a new (agile) methodology when there are already so many frameworks and methodologies available?

AgilePM2 overview plaatjeThe Agile PM² Extension

The PM² Methodology supports the use of Agile practices in PM² projects through Agile PM² which is an extension to the core methodology that provides the necessary collaboration framework. Agile teams should be able to collaborate effectively with teams and stakeholders following alternative approaches.

The extension provides:

  • Agile roles & responsibilities: The Agile Project Core Team (A-PCT) is part of the overall Project Core Team (PCT). In Agile PM, the additional agile specific roles comprising the Agile Project Core Team (A-PCT) are:
    • Team Coordinator (TeCo) – equivalent to the well-known Scrum Master role
    • Product Owner (PrOw)
    • Architecture Owner (ArOw)
    • Agile Team Member (ATeM) – equivalent to the Scrum Development Team role.
  • integration with the overall PM² project lifecycle: The Agile PM² has iteration cycles at three levels – daily cycles, iterations, and releases. Regardless of their duration, these cycles follow what is termed in Agile PM² the CIR rhythm (Coordinate, Implement, Review)
  • a set of suggested Agile artefacts: Agile Specific Artefacts capture information regarding the planning of specific (implementation) processes, activities, releases, iterations, and other milestones (Development Handbook, Development Work Plan, Deployment Plan, Testing Plan, Agile Logs (Testing Log, Retrospectives Log)
  • A set of Agile PM² Mindsets

In my bird’s eye view I positioned Agile PM2 in the project level box.Agile Myths Busted (webinar PMI Bulgaria, Belgium, IPMA NL, 200429) v1.0See my blog for the complete Bird’s eye view on the agile forest article.